Het benevelde schrijverschap

In de eerste scène van Bertolt Brechts toneelstuk Herr Puntila und sein Knecht Matti, over een stomdronken grootgrondbezitter, beklaagt Puntila zich over zijn zeldzame vlagen van nuchterheid....

Zes liter wijn per dag dronk de Franse schrijfster Marguerite Dumas toen ze La Maladie de la mort schreef. 'Bij zulke hoeveelheden eet je niet meer. Je wordt weerzinwekkend. . . . Maar ik vond het prettig om van mezelf te walgen. Dat bevestigde een zeker streven.' Ze maakte er geen geheim van dat ze drankzuchtig was. In een interview met de radiozender France Culture doorliep de schrijfster stuk voor stuk de titels van haar boeken en verdeelde ze in twee categorieën: die met en die zonder drank zijn geschreven.

Duras, zegt de jonge Franse romanschrijver Alexandre Lacroix in In drank ten onder - Schrijvers en alcohol, was tot schrijven in staat tijdens haar drankperiodes, 'ze moest niet stoppen met drinken om te kunnen werken, maar op voorschrift van de dokter'. Misschien zijn veel schrijvers - èn literaire oeuvres - in het schuimende nat of de wijn verzopen. Maar tegelijk zagen veel schrijvers zich ook gedwongen te drinken, 'zich met drank te vernietigen, als ze een kans wilden hebben om hun persoonlijke drama bij de grote legenden van hun tijd te voegen - een onmisbare voorwaarde voor het schrijven van een duurzaam oeuvre'.

Alcohol heeft, van Baudelaire tot Bukowski, altijd een belangrijke rol gespeeld in de literatuur. Veel literatuur is in alcohol gedrenkt. 'Schrijvers drinken niet alleen', zegt Lacroix, 'maar schrijven er ook over.' In hun romans wemelt het van de alcoholisten, in Malcolm Lowrys Under the Vulcano, in Jack Kerouacs On the Road, in Monsieur Jadis van Antoine Blondin ('Er zijn er die eten, ik drink') of Georges Batailles Le Bleu du ciel met de stomdronken Dirty.

James Joyce dronk, Georg Trakl, Dylan Thomas, de lijst is lang. Arthur Rimbaud noemt de roes die de groenige absint teweegbrengt 'het delicaatste en meest trillende kledingstuk', een accessoire dat hij nodig heeft om in het openbaar te verschijnen. Een dronken lichaam is onvoorspelbaar en onhandig, 'het kan niet aan banden worden gelegd'. De dichter moet altijd dronken zijn, om nooit de druk van de tijd te voelen en om aan de verveling te ontsnappen, hij moet voortdurend in hogere sferen zien te blijven. 'U moet ononderbroken dronken zijn', luidt het in Charles Baudelaires Le Spleen de Paris. 'Maar waarvan? Van wijn, poëzie of deugdzaamheid, de keus is aan u.'

Baudelaire ziet alcohol 'als een soort vervoersbewijs dat hem in staat stelt om van het station van het alledaagse naar de hemel te gaan'. Bij de alcoholist, schrijft Lacroix, gaat het om een verwerping van een middelmatig bestaan. 'Alcohol biedt dus zowel God als de mens de mogelijkheid om tussen hemel en hel te pendelen.'

De consul uit Lowrys Under the Vulcano wordt nu eens overheerst door schuldgevoel en helse kwellingen, dan weer brengt de mescal hem in de weelderige hof van Eden. De notoire alcoholist Guy Debord, schrijver van De Spektakelmaatschappij, vond in de constante dronkenschap 'een vrede die vreselijk en schitterend was, het ware gevoel van het verstrijken van de tijd'.

Meer over