Het andere Arabische geluid - Een nieuwe toekomst voor het Midden-Oosten?

Naar lichtpuntjes is het zoeken in de Arabische wereld. Maar ze zijn er wel degelijk. Dat is de ervaring van arabist Petra Stienen, die met haar omvangrijke netwerken in Egypte en Syrië de vinger aan de pols houdt.

DOOR ROB VREEKEN

Op de vraag, een kleine halve eeuw geleden, wat hij dacht van de Franse Revolutie van 1789, antwoordde Tsjoe-en-Lai: 'Het is te vroeg om daarover iets te kunnen zeggen.'

Ach, leefde de in 1976 overleden Chinese premier nog maar, dan kon hij nu zijn mening geven over de volksopstanden in de Arabische wereld. Hij zou enig confuciaans tegenwicht kunnen bieden aan degenen die menen dat de Arabische Lente is mislukt.

Deze scepsis werd al meteen in januari 2011 geuit door rechtse islamcritici - zij gruwden bij de gedachte aan goed nieuws uit de islamitische wereld - en rolde zich naderhand uit over een groter deel van het ideologisch spectrum. Met name de onophoudelijke opeenvolging van gebeurtenissen in Egypte - drie zevenmijlsstappen vooruit, twee achteruit - was telkens weer aanleiding voor de vaststelling dat nu toch echt de Arabische herfst of winter was ingetreden.

Het woord 'lente' klonk immers naar ontluikende krokussen en lammetjes in de wei. Die kwamen uiteraard niet tevoorschijn, zodat het debat inkromp tot de vraag of de lente al was omgeslagen in een guurder jaargetijde. Een meteorologisch woordenspel dat afleidt van wat werkelijk gaande is: een ongekende transformatie van op zijn minst een deel van de Arabische wereld. Met ongewisse afloop, dat wel.

Zo ontstonden twee tendensen in de analyse van de Arabische omwentelingen: pessimisten en optimisten.

Tot die laatste stroming behoort Petra Stienen, naar eigen zeggen een 'rasoptimist'. Zij werkte jarenlang in het Midden-Oosten, onder meer als diplomate op de Nederlandse ambassades in Caïro en Damascus, en in 2008 publiceerde ze het boek Dromen van een Arabische lente.

De droom werd werkelijkheid. Titel en inhoud bleken begin vorig jaar perfect aan te sluiten bij de belangstelling voor het Midden-Oosten die plotseling ontstond als gevolg van de volksopstanden. Het boek werd alsnog een hit en Petra Stienen werd een veelgevraagd spreekster en commentator, onder andere bij Pauw & Witteman.

Bijna twee jaar nadien heeft de auteur een vervolg geschreven. De kracht van Het andere Arabische geluid is dezelfde als die van Dromen van een Arabische lente. Stienen beperkt zich in haar research niet tot boekenkast en internet, en contactgestoord is ze bepaald niet. Gretig en met onstuitbare nieuwsgierigheid duikt ze in het object van haar onderzoek, de Arabische samenlevingen. Ze zoekt de mensen op, praat honderduit met ze, houdt tussentijds de band warm via e-mail en Facebook en zoekt haar kennissen na verloop van tijd wéér op.

Ze komt vooral in contact met kunstenaars, bloggers, vrouwelijke activisten, idealistische jongeren, intellectuelen, journalisten, sociale ondernemers en ander weldenkend volk. Zo gaat dat nu eenmaal met geestverwanten, zou je kunnen zeggen: soort zoekt soort. Maar het is ook een bewuste keuze. De titel van het boek kwam niet toevallig voorbij waaien.

De angst voor de radicale islam en voor de chaos na Assad klinkt, schrijft ze, in de media harder dan de stem van mensen ter plekke die 'ondanks alles' blijven geloven in een nieuwe toekomst. 'Daarom ga ik op zoek naar die andere geluiden', naar 'de menselijke verhalen achter de krantenkoppen'.

Dus ontmoeten we olijvenkweker Khalil Nasrallah, nemen we in het roemruchte Café Riche in Caïro de laatste politieke roddels door met journalist Khaled en laat de hippe salafist Mohammad Tolba zich boven een kop cappuccino kennen als iemand met wie heel goed te praten valt. We gaan op stap met seculiere, ietwat chique feministes en belanden met hen onverwacht in een bus vol jonge, van top tot teen in het zwart gesluierde studentes van de religieuze Azhar-universiteit. Dat is even schrikken. Maar ook hier weet de auteur het gesprek aan te gaan en wordt het toch nog gezellig.

Naïef is Petra Stienen niet. Ook voor haar 'is het zoeken naar lichtpuntjes', vooral in de ontwikkelingen in Syrië. Maar de mensen die in haar boek voorbijkomen, zijn als de kanaries van de mijnwerkers in haar geboortestreek Limburg. Zodra de vogeltjes stopten met zingen, wisten de kompels dat ze terug moesten naar de frisse lucht. Dus zolang al die dwarse lieden 'ruimte hebben om te ademen, zal er voor de rest van de bevolking genoeg zuurstof zijn'.

Onderhand zijn we de tweedeling optimisten/pessimisten wel zo'n beetje ontstegen. Het is inmiddels duidelijk dat Tunesië, Libië en Egypte niet het democratische paradijs zijn betreden, noch dat in deze landen spoedig het islamitisch kalifaat zal worden gevestigd. Met vallen en opstaan proberen de meeste politieke krachten in deze drie landen de belofte van vrijheid en welvaart gestand te doen.

Beren genoeg op die lange weg: in Egypte economische rampspoed, in Tunesië extremistische raddraaiers, in Libië gewapende chaos.

Stienens werkwijze is zorgvuldig en gewetensvol. Ze doet alleen uitspraken over landen die ze heel goed kent en waar ze persoonlijke netwerken heeft opgebouwd - Egypte en Syrië. Nadeel daarvan is dat landen als Libië en Tunesië buiten beeld blijven. Heeft Pauw & Witteman geen reisbudget?

Tegen rechtlijnigheid

Petra Stienen (47) studeerde Arabisch en werkte als mensenrechtendiplomaat in Caïro en Damascus. Daarover publiceerde ze in 2008 Dromen van een Arabische lente. Haar Arabische vrienden vormen een remedie tegen rechtlijnigheid: de één bekeert zich tot radicale moslim terwijl de ander haar echtgenoot aan de kant zet. Petra Stienen won in februari de Vrouwen in de Media Award.

Nieuw Amsterdam; 136 pagina's; € 14,95.

undefined

Meer over