Heseltine wordt tweede man Conservatieven Major zoekt balans in nieuw kabinet

John Majors reshuffle van het kabinet lijkt een zorgvuldige balans tussen Conservatief links en rechts. De opvallendste benoeming is die van Michael Heseltine tot 'First Secretary of State and Deputy Prime Minister'....

Van onze correspondent

Henk Strabbing

LONDEN

De nieuwe vice-premier krijgt als voornaamste taak de Conservatieve partij de twintigste eeuw binnen te loodsen. In de praktijk zal het vooral betekenen dat steeds vaker een beroep op Heseltine's grote oratorische gaven zal worden gedaan om Labour aan te vallen waar dat maar mogelijk is.

Michael Heseltine is duidelijk beloond voor het feit dat hij zijn supporters, die hem graag in een tweede ronde hadden willen zien meedoen om het partijleiderschap, duidelijk maakte dat ze geen andere keus hadden dan in de eerste ronde op Major te stemmen. Heseltine zal zich ook bezig houden met het antwoord van de regering op de in de herfst te verwachten rapporten over illegale wapenverkopen aan Irak en over omkoping van Conservatieve parlementsleden.

De tweede belangrijke benoeming was minder verrassend omdat daarover al weken geruchten de ronde deden. Michael Rifkind, tot nu toe minister van Defensie, volgt de afgetreden Douglas Hurd op als minister van Buitenlandse Zaken. De Schotse advocaat Rifkind (49) is een euroscepticus die niets voelt voor een Europese eenheidsmunt.

Eerder dit jaar zette hij in Brussel zijn ideeën uiteen: de federalistische ambities van de jaren vijftig en zestig zijn dood. En degenen die menen dat de nationale staat als regeringsbasis heeft afgedaan, hebben het bij het verkeerde eind.

Rifkind zei bij diezelfde gelegenheid ook: 'Het is moeilijk in te zien hoe de gemeenschappelijke agrarische politiek in zijn huidige vorm kan blijven bestaan en betaalbaar blijven.'

Maar in Londen klinken juist nu stemmen die beweren dat Rifkind toch lang niet zo eurosceptisch is als eerdere uitlatingen van hem zouden doen vermoeden. Een commentator drukte hem het stempel 'euroneutraal' op. Dat begrip was te midden der vele eurocombinaties nog niet eerder gevallen.

Zoals verwacht was er geen kabinetspost voor uitdager John Redwood. Wel werd de tweede lieveling van Conservatief rechts, Michael Portillo, beloond met een promotie. Hij ging van Werkgelegenheid naar Defensie. Dat leek bovendien, vanuit Majors gezichtspunt, een handige zet. Een minister van Defensie is veel onderweg, moet in NAVO-verband confereren en troepen bezoeken en dat zal Portillo er grotendeels van weerhouden zich met interne partijpolitiek te bemoeien.

Het ministerie van Werkgelegenheid wordt als zelfstandig departement opgeheven en samengevoegd met Onderwijs, waar de kundige Gillian Shephard aanblijft.

De voormalige minister voor Schotland, Ian Lang, volgt Michael Heseltine op als President of the Board of Trade. Het staat nog niet vast of Lang deze wijdse titel, die Heseltine uit het archief tevoorschijn toverde, zal handhaven dan wel gewoon weer minister van Handel en Industrie wordt. Lang krijgt deze beloning voor het werk dat hij in het campagneteam voor Major heeft gedaan.

Dat laatste geldt ook voor Brian Mawhinney, de feitelijke campagneleider, die nu voorzitter wordt van de Conservatieve partij. Hij volgt de van fout naar misser struikelende Jeremy Hanley op.

Jeremy Hanley wordt als staatssecretaris bij Buitenlandse Zaken gedropt. Daar kwam een plek vrij omdat Douglas Hogg minister van Landbouw wordt.

Mawhinney, die tot nu een goed opererende minister van Verkeer was, wordt op dat departement opgevold door Sir George Young die staatssecretaris van Financiën was. Young is een enthousiast fietser en anti-auto-actiegroepen in Londen verwachten veel van hem.

William Waldegrave wordt van Landbouw doorgeschoven naar Financiën waar hij, rechtstreeks onder Kenneth Clarke (die aanblijft), minister voor de Schatkist wordt. Dat Waldegrave in het kabinet blijft is opvallend. Hij wordt genoemd als een van de 'misleiders van het parlement' in het wapens-voor-Irak-schandaal.

De benoeming is in feite nog curieuzer want Waldegrave neemt bij Financiën de post over van Jonathan Aitken, die zelf ontslag nam omdat hij ook bij illegale wapenverkopen zou zijn betrokken, ditmaal aan Iran. Aitken heeft een klacht wegens smaad lopen tegen het dagblad The Guardian en wil dat proces als gewoon parlementslid uitvechten. Majors afscheidsbrief aan Aitken maakte duidelijk dat de premier hem dolgraag weer in het kabinet wil opnemen als alles voorbij is.

De ministers van Cultuur en Volksgezondheid worden tegen elkaar uitgewisseld. Virginia Bottomley was bij ziekenhuizen, artsen en verplegend personeel dermate onpopulair geworden dat ze bij Volksgezondheid niet te handhaven was. Stephen Dorrell mag nu proberen het beter te doen.

Ook de benoeming van de nieuwe minister voor Schotland, Michael Forsyth, werd door het Redwood-kamp toegejuicht. Forsyth is een rasechte euroscepticus. Datzelfde geldt ook voor Redwoods opvolger als minister voor Wales, de onbekende William Hague.

Kenneth Clarke (Financiën). Michael Howard (Binnenlandse Zaken), Peter Lilley (Sociale Zaken), John Gummer (Milieu) en Patrick Mayhew (Noord-Ierland) blijven in hun huidige functies gehandhaafd.

Meer over