'Hervorming landbouw is geen schoonheidswedstrijd'

De Lenin van de landbouw? Hij lijkt er in de verste verte niet op, deze Franz Fischler. De Oostenrijker, als Europees Commissaris verantwoordelijk voor de landbouwpolitiek van de Europese Unie, kan hooguit met Lenin vergeleken worden in de bezieling van zijn revolutionaire overtuiging: het huidige landbouwbeleid moet op fundamenteel andere...

Van onze verslaggevers Geert-Jan Bogaerts Bart Dirks

Het zijn een paar radicale Europese boeren die hem de onflatteuze bijnaam hebben gegeven. Ze vinden dat de Europese Commissie, net als de bolsjewieken destijds, veel te veel direct ingrijpt in het boerenbestaan. En ze stellen Fischler daarvoor persoonlijk aansprakelijk.

De Oostenrijker zal zelf nooit de term 'revolutie' in de mond nemen, maar is er wel van overtuigd dat het landbouwbeleid in zijn huidige vorm onhoudbaar is. Hij deelt die overtuiging met sommige Noord-Europese lidstaten, zoals Duitsland en Nederland, maar realiseert zich dat hij ook meer behoudende landen tevreden moet houden. 'Ik constateer dat er twee kampen zijn', zegt hij. 'Een groep die snelle en brede hervormingen voorstaat, en een andere die liever helemaal geen hervormingen wil. Het probleem is dat beide groepen zo groot zijn dat ze elkaar kunnen blokkeren. Dat maakt de situatie nogal moeilijk.'

Volgend jaar moet Fischler concrete voorstellen doen voor het nieuwe landbouwbeleid. Als het aan hem ligt, verschuift een fors deel van de macht van de Europese Commissie, het centrale bestuur in Brussel, naar de lidstaten. De commissaris wil de traditionele instrumenten van het landbouwbeleid, de subsidies die boerenbedrijven ontvangen, voor een groot deel afschaffen. In plaats daarvan moet een groter deel van het landbouwbudget, ruim 92 miljard gulden per jaar, besteed worden aan plattelandsontwikkeling. Daarbij moeten de lidstaten veel meer vrijheid krijgen om zelf te bepalen hoe ze dat geld willen besteden. De enige taak voor de Europese Commissie is erop toezien dat er geen concurrentievervalsing ontstaat.

Nu gaat nog 10 procent van de landbouwbegroting naar de plattelandsontwikkeling. 'Dat moet 30 of 40 procent worden', zegt Fischler. Ook over de rest van het geld, de traditionele uitkeringen, moeten de lidstaten veel meer te vertellen krijgen. 'Ze hebben nu al voor een belangrijk deel de mogelijkheid om die subsidies zelf vast te stellen. Die mogelijkheden moeten verruimd worden. Op die manier kun je recht doen aan de regionale verschillen in Europa.'

Vast staat dat het landbouwbeleid dat Europa veertig jaar lang gediend heeft, verregaand gemoderniseerd moet worden. Nu zijn de meeste subsidies nog bedoeld om een zo hoog mogelijke productie te stimuleren. Dat moet anders: de veiligheid van voedsel, de milieuvriendelijkheid van de productie, en het welzijn van dieren moet meer centraal staan.

'Stel dat we de subsidies per dier of per hectare, die de boeren nu nog krijgen, vervangen door een vaste subsidie per boerderij van bijvoorbeeld 5500 gulden per jaar. De enige tegenprestatie die we zouden verlangen, is dat boeren hun land gereedhouden voor bebouwing, dat het dus gecultiveerd blijft. Mijn diensten hebben uitgerekend dat we dan meer dan de helft van alle boerenbedrijven in de Unie zouden bereiken.'

Fischler erkent dat zijn ideeën op veel tegenstand stuiten. Volgend jaar zijn er verkiezingen in Frankrijk en Duitsland, twee landen waar het boerenelectoraat belangrijk is. 'Ik zal waarschijnlijk medio volgend jaar concrete voorstellen doen. Na de Franse, maar voor de Duitse verkiezingen', zegt hij. 'Niet omdat ik de Franse verkiezingen wil vermijden, maar omdat we die tijd nodig hebben om ons voor te bereiden.'

Hij voorziet gecompliceerde onderhandelingen, ook omdat volgend jaar de toetredingsakkoorden met een aantal kandidaat-lidstaten afgesloten moeten worden. Hij erkent dat bijvoorbeeld Polen, een belangrijke landbouwnatie, niet erg blij zal zijn met zijn ideeën. 'Maar dit is geen schoonheidswedstrijd. We weten dat dit een pijnlijk proces is. We moeten werkgelegenheid stimuleren op het Poolse platteland, maar dat betekent niet dat we ook de landbouw moeten stimuleren. We moeten daar juist werk creëren buiten de landbouwsector.'

Meer over