Hervorming beruchte Tihar-gevangenis bezorgde Indiase ex-tenniskampioene zoveelste strafpromotie Politievrouw Kiran Bedi schrikt nergens voor terug

Een heldin? Of een stronteigenwijze carrièrejaagster? Wie Kiran Bedi ontmoet kan bijna niet anders dan kiezen voor de eerste mogelijkheid....

Van onze verslaggever

Rob Vreeken

NEW DELHI

Ooit, in 1972, was ze Aziatisch tenniskampioene. Kort daarop meldde zij zich als de eerste vrouw in het nationale politiekorps van India. De buitengewone manier waarop zij haar plicht vervulde, en de aversie die dit opriep bij sommige heren in de gevestigde orde, deden haar spoedig op de voorpagina's belanden. Haar roem overschreed de afgelopen twee jaar India's grenzen door de hervorming die zij doorvoerde in het gevangeniswezen.

In mei werd Bedi - voor de zoveelste keer - weggepromoveerd. 'Afgunst', verklaart de politievrouw de affaire. En: 'Leugens en valse aantijgingen, het monopolie van onbetrouwbare politici.'

De twinkeling in de ogen is er niet merkbaar fletser op geworden sinds maart, toen zij in Kopenhagen was om op de Sociale Top van de VN te praten over humane behandeling van gevangenen in Azië. Het ontslag als directeur van de Tihar-gevangenis in Delhi heeft geen afbreuk gedaan aan haar strijdlust. De kleine, atletische gestalte beweegt zoals ze praat: gedreven, alsof er geen tijd verloren mag worden.

Kiran Bedi trotseerde twintig jaar lang Indiase bureaucraten en politici en als het moest de publieke opinie. Helemaal alleen beitelde zij zich naar boven in het onwillige beton van mannenbolwerken. Soms leek het of zij was uitgerangeerd; steeds vocht zij zich een weg terug. De drie grootste politieke partijen vroegen Bedi in 1991 als kandidaat op hun lijst. Vergeefs.

Nu levert zij een gevecht tegen de tijd - dat ze wel zal winnen, want de ex-tennisster geeft nooit op. Twee maanden vakantie heeft ze opgenomen om een boek te schrijven over haar ervaringen in Tihar.

Deze maand al komt in India Bedi's biografie uit. Treffende titel: I dare! Auteur Parmesh Dangwal, fotograaf Ajay Goyal en de hoofdpersoon buigen zich over drie omslagontwerpen en vragen de verslaggever om zijn mening. Die kiest de cover waarop zij met een kolossale politiepet de lezer recht in de ogen kijkt. Opnieuw die zilveren twinkeling: Kiran Bedi ten voeten uit.

Haar benoeming in de hoogste regionen van het politieapparaat werd indertijd gezien als een poging van de regering het door corruptie besmette imago van de dienst op te poetsen. Dàt hebben ze geweten. Haar compromisloze, gedurfde aanpak creëerde fans en vijanden, en trok op zijn minst volop aandacht.

Het begon toen zij als aankomend officier in haar eentje, met slechts een wapenstok, een groep gewapende, agressieve Sikh-demonstranten in toom wist te houden - een staaltje waarvoor zij een presidentiële huldeblijk kreeg.

Ooit lokte Bedi's optreden een tegen haar gerichte staking van advocaten uit; de actie duurde drie maanden. Als commissaris in Delhi-Noord introduceerde zij iets geheel nieuws voor India: de verkeersregels dienden te worden nageleefd. Het massaal wegslepen van foutparkeerders leverde haar de bijnaam 'Crane (kraanwagen) Bedi' op. Zelfs de auto van Indira Gandhi moest eraan geloven.

Verschillende malen werd Bedi overgeplaatst door rancuneuze superieuren, maar telkens slaagde zij erin haar nieuwe taak op te vatten als een uitdaging en vorige successen te overtreffen. Als chef van de drugsbestrijding (tot dan de dood in de pot voor elke carrière) liet zij India kennismaken met de liberale aanpak: afkicken en begeleide terugkeer in de maatschappij.

Haar voorlaatste overplaatsing, twee jaar geleden, werd algemeen gezien als het definitieve einde. Tihar was als zovele gevangenissen in Zuid-Azië: overvol, goor, met wreed, onverschillig personeel en cynische, verwaarloosde, gewelddadige gedetineerden. Gebouwd voor 2500 man, maar bevolkt door ruim negenduizend.

Kiran Bedi maakte van Tihar binnen luttele tijd een model-bajes, een voor de regio uniek experiment in heropvoeding en reclassering. De gedetineerden (onder wie velen in langdurig voorarrest) werden voor het eerst als mens behandeld. Analfabeten leerden lezen en schrijven. Anderen kregen beroepsonderwijs. Meditatie en yoga kwamen op het dagprogramma.

De gevangenen begonnen kleinschalige bedrijvigheid, waarmee het karige budget van de instelling werd aangevuld voor nieuwigheden als een bibliotheek. Er kwamen toneeluitvoeringen, modeshows, groepsdiscussies. Ex-gevangenen bleken voortaan in de samenleving terug te keren als verantwoordelijke burgers.

Gedetineerden en het merendeel van de bewaarders droegen Kiran Bedi op handen. Onder haar regime werd er niet langer geslagen, kropen er geen wormen in het eten. 'Ze was als een fee voor ons', zei ex-gedetineerde Anita Dever. 'Zij lachte, en wij lachten met haar mee.'

Wat het geruisloos einde van een omstreden carrière had moeten worden, maakte de kleine heldin beroemder dan ooit. Uit handen van de Filipijnse president Ramos ontving zij voor haar werk in Tihar de prestigieuze Magsaysay-prijs. President Clinton ontving haar voor een ontbijt op het Witte Huis. Zij kreeg Indiase en buitenlandse beurzen om een boek te schrijven over gevangenishervorming in Zuid-Azië. Zij werd uitgenodigd te komen spreken op de VN-top in Kopenhagen.

Tegenstanders verwijten haar zucht naar publiciteit en een overdreven behoefte te bewijzen dat zij haar mannetje staat. Als reden voor haar overplaatsing noemde het bestuur van de stadsprovincie Delhi op 3 mei het veronachtzamen van de interne veiligheid. Zij had zonder toestemming Amerikaanse tv-ploegen toegelaten tot Tihar. De roemruchte toeristenberover Charles Sobhraj zou onder Bedi oneigenlijk voorrechten hebben genoten in zijn cel: televisie, walkman en een elektronische typemachine (Sobhraj, een fan van Bedi, schrijft óók een boek over haar werk).

Bedi, afgestudeerd in politicologie en rechten, kon aantonen dat zij zich strikt aan de voorschriften had gehouden, maar toen was de transfer al onomkeerbaar. Haar overplaatsing naar de afdeling Opleidingen leverde een cartoon in een krant op met de tekst: 'Goed dat ze Opleidingen gaat doen. Dan zijn er straks een heleboel Kiran Bedi's bij de politie.'

'Maar de volgende dag al werd ik wéér overgeplaatst', lacht Bedi. Ditmaal naar Beleidsvoorbereiding en -uitvoering, een afdeling die tot dan niet bestond. 'Ik moet beleidsvoorstellen schrijven. Ik zie er naar uit, het zal erg leerzaam voor me zijn.' Een beetje streng kijkt ze over haar bril: geen spoor van ironie.

Tot eind juli zit Kiran Bedi nu eens zelf gevangen, in haar studeerkamer, achter de tekstverwerker, tussen de dossiers en kranteknipsels. Haar boek, over Tihar als voorbeeld van gevangenishervorming, moet volgend jaar verschijnen. 'Het wordt een reis door de gevangenis. Ik laat de lezers meewandelen, laat ze de gevangenis beleven.'

Over de toekomst van Tihar is ze niet optimistisch, laat staan over de rest van het gevangeniswezen in India. 'Maar de tijd zal het leren', zegt ze diplomatiek. En vrolijk: 'Ze hebben nog niet eens een opvolger benoemd. Zo'n haast hadden ze om mij weg te werken.'

Meer over