Herstelrecht is meer dan bemiddeling

Het strafrecht moet er in de eerste plaats op zijn gericht de dader op te laten draaien voor de schade die hij heeft aangericht....

H.J.R. Kaptein

IN DE strafrechtspleging verdienen slachtoffers een hoofdrol. Tenminste, dat vonden bijna alle sprekers op een internationale conferentie over herstelrechtvaardigheid op 1 december jl. in Amsterdam. Al dadelijk verschenen ook in de Volkskrant (5 december) sceptische en zelfs verontruste reacties: herstelrechtvaardigheid, of kortweg herstelrecht als bemiddeling (mediation) tussen daders en slachtoffers zou niet goed werken en in ieder geval niet voldoende zijn, want bemiddeling is geen straf.

Boutellier neemt het op voor bemiddeling (Forum, 18 december), maar ook hij laat de kern van herstelrecht buiten beschouwing. Herstelrecht eist in de eerste plaats schadevergoeding door daders ten gunste van slachtoffers. Dat gaat veel verder dan bemiddeling en komt tegemoet aan twee bezwaren tegen herstelrecht als niet meer dan bemiddeling.

Herstelrecht als schadevergoeding staat en valt niet met moeizame samenwerking van daders en slachtoffers en anders dan bemiddeling kan eigenhandige schadevergoeding wel degelijk als straf worden ervaren. Daarin ligt de toekomst van het strafrecht, want het huidige gevangenisregime leidt nergens toe.

Herstelrecht moet meer zijn dan bemiddeling, want bemiddeling mislukt niet alleen omdat justitie er weinig aandacht aan besteedt. Recente ervaringen bevestigen dat slachtoffers zeer uiteenlopende reacties op misdrijven vertonen. De één raakt door een eenvoudige mishandeling ernstig getraumatiseerd, een ander is het na een maand vergeten.

Reacties van slachtoffers blijken sterk te worden bepaald door hun algemene geestelijke gezondheid en hun levensgeschiedenis. Alleen dat al biedt weinig hoop voor bemiddeling met min of meer voorspelbare afloop, nog afgezien van zeer uiteenlopende geschiktheid van daders voor bemiddeling. Bovendien lenen lang niet alle misdrijven zich voor bemiddeling. En als bemiddeling al werkt voor slachtoffers, dan is die in ieder geval geen straf voor daders.

Er zijn slachtoffers die daarmee genoegen nemen, maar ook dan is het toch nog de vraag of de buitenwacht met zo'n straffeloze afhandeling genoegen kan nemen. Strafrecht is immers een publieke zaak. Zelfs als bemiddeling marginale vergoeding voor materiële schade zou opleveren, zijn daders niet slechter af dan zonder bemiddeling. Alleen al op civielrechtelijke gronden hadden zij (of hun verzekeraars) die schade hoe dan ook moeten betalen.

Herstelrecht gaat verder dan bemiddeling: herstelrecht is het zo veel mogelijk goedmaken van de schade. Daarvoor is contact tussen daders en slachtoffers niet altijd nodig of zelfs maar gewenst. Het gaat er om dat daders de materiële én emotionele schade die zij hebben aangericht eigenhandig goedmaken, eventueel inclusief de kosten van politie en justitie in hun zaken.

Daders moeten zo veel mogelijk goedmaken wat zij zelf verkeerd hebben gedaan. Dat kan wel degelijk als straf worden ervaren, zeker als de verzekering niet uitkeert en daders tot betaling én dienstverlening worden veroordeeld. De opbrengsten daarvan kunnen ten goede komen aan schadefondsen, die uitkeren aan slachtoffers.

Natuurlijk kan lang niet alle menselijke schade door misdrijven ook maar bij benadering door geld en dienstverlening worden goedgemaakt. Maar herstelrecht biedt in ieder geval iets als constructieve vergelding, voor slachtoffers en de maatschappij. Ook immateriële schade, hoe moeilijk ook goed te maken, wordt tenminste symbolisch vergolden door materiële vergoeding. (Vergelding is retributie en het latijnse 'retribuere' betekent: 'terugbetalen').

Zo ver is het nog niet, al laten min of meer succesvolle HALT-projecten (Het Alternatief) voor jongeren en leer- en werkstraffen voor volwassenen inderdaad al iets van herstelrecht zien. HALT betekent immers onder andere dat jeugdige daders schade eigenhandig herstellen. Dat is goed voor slachtoffers, goed voor daders en er kan preventieve werking van uitgaan. En er is al een Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Zelfs de Wet-Terwee wijst in die richting: de strafrechter kan daders in niet al te ingewikkelde gevallen ook tot schadevergoeding veroordelen. Maar in het huidige systeem blijven dat ten onrechte stiefmoederlijk behandelde bijzaken.

Er moet een andere mentaliteit komen. Te veel officieren van justitie, rechters en gewone mensen die er geen flauw idee van hebben wat het is om langdurig vast te zitten, blijven geloven in de gevangenis als het onmisbare antwoord op misdaad. Natuurlijk moeten gevaarlijke daders vast blijven zitten, maar die zijn een kleine minderheid. Bajesklanten worden alleen maar gevaarlijker naarmate zij langer vast zitten, al was het maar door ledigheid en isolatie. Al in het eerste Franse rapport over de werking van gevangenisstraf (rond 1840) werd dat ondubbelzinnig vastgesteld.

Toch lijkt gevangenisstraf onvermijdelijk, zolang herstelrecht niet verder gaat dan vage pogingen tot bemiddeling. De kern van strafrecht moet vergelding in de vorm van vergoeding zijn. Gevangenisstraf moet niet langer de eigenlijke straf zijn. De gevangenis moet alleen het laatste middel zijn, voor blijvend gevaarlijke daders en voor mensen die op geen enkele andere manier kunnen worden gedwongen tot dienstverlening en schadevergoeding.

Strafrecht is er niet om de misdaad te bestrijden. De preventieve werking van welk strafrecht dan ook is grotendeels illusoir. Strafrecht is er om zinvolle, reparatieve antwoorden op misdaad te bieden. Soms kan bemiddeling goed werken, altijd moeten daders betalen. Dat is de kern van herstelrechtvaardigheid.

H.J.R. Kaptein is verbonden aan Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam en was voorzitter van genoemde conferentie.

Meer over