Hersens op het nachtkastje houden verzekeraars uit de slaap

Zieke werknemers die hun bazen aansprakelijk stelden voor hun beroepsaandoeningen - tot dusver was dat hoogst onhollands. Maar dat is snel aan het veranderen: tientallen asbestslachtoffers en sinds kort ook enige schilders en drukkers hebben het spits afgebeten....

DE NU 49-jarige verfbereider Geurt Geurts (niet zijn echte naam) werkte van 1967 tot 1990 in een kleine verffabriek in Rotterdam. In een kleine, afgesloten ruimte mengde hij pigmenten, bindmiddelen en oplosmiddelen in een 70 graden warme kuip van 300 liter. De oplosmiddelen verdampten aanvankelijk vrijelijk op de werkplek.

In de loop der jaren werd de verfbereider vergeetachtig, initiatiefloos en zo nu en dan viel zijn spraakvermogen weg. Geurts leed aan verlammingsverschijnselen en zwalkte als een dronkeman door de fabriek. Hij is nu snel agressief en had lange tijd zelfmoordneigingen.

In 1988 werd in het Academisch Ziekenhuis in Rotterdam vastgesteld dat zijn afwijkingen werden veroorzaakt door jarenlange blootstelling aan hoge concentraties oplosmiddelen. Het GAK verklaarde Geurts volledig arbeidsongeschikt. De werkgever werd aansprakelijk gesteld. Uit onderzoek bleek onder meer dat de afzuiginstallatie lange tijd verkeerd was aangesloten; in plaats van afgevoerd naar buiten, werden de dampen juist terug de bedrijfsruimte in geblazen.

Geurts' geval van letselschade als gevolg van een beroepsziekte is opgenomen in een bundel, die vrijdag onder de beeldende titel Je hersens op het nachtkastje in de Jaarbeurs in Utrecht werd gepresenteerd. Op een studiedag, georganiseerd door de Chemiewinkel van de Universiteit van Amsterdam, stond de vraag centraal hoe werknemers hun werkgever aansprakelijk kunnen stellen voor de oplosmiddelen-ziekte. Volgens de belangenvereniging van de slachtoffers lijden in Nederland tussen de 20 en 60 duizend mensen aan deze beroepsziekte. Deskundigen vinden die schatting veel te hoog en houden het op enkele duizenden mensen.

Hoe dan ook, het aantal schadeclaims voor beroepsziekten in Nederland neemt toe. Een vijftiental schilders, drukkers en tapijtlijmers trachten met een juridische procedure vergelding te krijgen voor hun oplosmiddelen-syndroom. Bij asbestslachtoffers en hun nabestaanden stijgt het aantal schadeclaims met 'zo'n tien per maand', meldt asbestdeskundige P. Swuste van de Technische Universiteit van Delft.

Deze toename is niet verwonderlijk. Over asbest is al jaren veel publiciteit waardoor veel (potentiële) slachtoffers zich bewust zijn van hun dodelijke longaandoening. Bovendien is de gevreesde asbestlongkanker dermate specifiek, dat het verband met het werken met asbest onomstotelijk is aan te tonen.

Voor schilders en drukkers ligt dat anders. Hun klachtenpatroon is gevarieerd, en kan in sterke mate worden beïnvloed door gedragsfactoren als drankgebruik. Werkgevers maken soms handig gebruik van de voorlopig vage medische diagnose. Naar aanleiding van medische publicaties in Denemarken, enige jaren geleden, stelde oplosmiddelenfabrikant Shell zelfs dat alle schilders een lager IQ hadden in vergelijking met andere beroepen.

Wie het medisch gesoebat met succes doorloopt en zijn ziekte erkend krijgt, moet nog een aantal jaren in de slag om zijn werkgever aansprakelijk te stellen. Daarbij moeten het slachtoffer en zijn advocaat lastige juridische klippen nemen als faillissementen van werkgevers of bedrijven die zijn opgegaan in een groter concern. En de aansprakelijkheidsprocedure is ook lastig voor de schilder die voor tien verschillende bazen heeft gewerkt.

Toch kan het bedrijfsleven een toename van claims tegemoet zien. Het Burgerlijk Wetboek verordonneert 'een zodanige bescherming van de werknemer als redelijkerwijs in verband met de aard van de arbeid gevergd kan worden'. En vorig jaar deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak tussen een asbestslachtoffer in Vlissingen en scheepswerf De Schelde. Als eenmaal is vastgesteld dat de werknemer is blootgesteld aan asbest, moet niet de werknemer bewijzen dat hij longkanker opliep tijdens zijn werk, maar dient het bedrijf aan te tonen dat hij de ziekte elders opliep, zo oordeelde 's lands hoogste rechter.

Met deze omkering van de bewijslast is de weg vrij voor mogelijk succes in het verhalen van asbestschade, en dat kan een uitstralend effect hebben naar andere beroepsziekten. Bij de Rechtskundige Dienst van de FNV is sinds de uitspraak van de Hoge Raad een toename geregistreerd van het aantal gevallen. 'Het is nog maar het topje van de ijsberg', meent D. van Laren, letselschaderegelaar van de FNV en spreker op de studiedag.

De hoogste claim die in asbestzaken is toegekend, bedraagt 150 duizend gulden. Vorige zomer werd bekend dat Nederlandse Spoorwegen een ton uitkeerde aan vier ex-werknemers, die aan de asbestkanker leden. De rechtbank Almelo veroordeelde in juli 1994 asbestfabrikant Eternit tot 75 duizend gulden schadevergoeding aan een doodzieke oud-werknemer.

VAN LAREN waarschuwt voor al te optimistische verwachtingen over toewijzing van dergelijke claims van honderdduizenden guldens. 'De omvang van de schade hangt van vele, per individu verschillende factoren af. En als het slachtoffer al overleden is, kunnen de erven geen smartegeld meer vorderen. De procedure moet worden gestart terwijl het slachtoffer nog in leven is.'

Volgens hem zal vooral het aantal schadeclaims toenemen, ook van werknemers die veel aan oplosmiddelen zijn blootgesteld. 'De aandoeningen manifesteren zich veel sneller dan de asbestkanker, die er veelal meer dan twintig jaar over doet.'

'Bovendien gaan de schilders en drukkers niet dood aan de aandoeningen. Er zal dus niet alleen smartegeld voor de geleden immateriële schade moeten worden uitgekeerd, maar bovendien gedurende tientallen jaren geld voor inkomstenderving op tafel moeten komen', aldus van Laren. Hij denkt ook dat de gestage afbrokkeling van de sociale zekerheid een prikkel vormt voor werknemers om individueel aansprakelijksprocedures te starten.

Deze visie sluit aan bij de conclusies van de commissie-Kortmann. Deze commissie bepleitte vorig jaar in een advies aan de regering minder en eenvoudiger regels ter bescherming van de arbeidsomstandigheden, en meer ruimte voor het individu om zelf verhaal te halen bij de rechter. Maar zulke rechtszaken worden geen kwestie van 'kan ik effe vangen?', waarschuwde

T. Wilthagen, medewerker van het Hugo Sinzheimer Instituut van de Universiteit van Amsterdam op de studiedag in Utrecht. 'De rechter is geen pin-automaat.'

Deze tendens wordt onderkend door het Verbond van Verzekeraars in Den Haag, waarbij alle levens- en schade-assuradeurs zijn aangesloten. 'De terugtredende overheid en de tendens tot toenemende slachtofferbescherming baren ons zorgen. De verzekeraars liggen 's nachts wakker van de dreiging voor Amerikaanse toestanden met exorbitante claims als gevolg van beroepsziekten', zegt woordvoerder A. van Leeuwen van het Verbond van Verzekeraars.

Tussen 1988 en 1993 steeg het gemiddelde schadebedrag per claim voor de aansprakelijkheidsverzekering van bedrijven met 40 procent. Van Leeuwen: 'Sinds 1991 lijden de verzekeraars verlies op de aansprakelijkheidsverzekering.' In 1993 moest bij een totaal aan binnengekomen premies van 600 miljoen gulden ongeveer 636 miljoen worden uitbetaald aan schadeclaims.

Schade als gevolg van beroepsziekten uit het verleden is slechts één oorzaak van de verstoorde nachtrust van de verzekeraars. Zij vragen zich ook af of de polissen die vandaag de dag worden afgesloten wel toereikend zijn om toekomstige claims te dekken.

Moderne beroepsklachten als gevolg van langdurig werken achter beeldschermen of het verrichten van eindeloos herhaalde bewegingen, zijn nu nog vaag en slecht onderzocht, maar dat kan over tien jaar heel anders zijn. Ook het verhalen van gehoorschade door industrieel lawaai zou de verzekeraars in de toekomst voor problemen kunnen stellen.

Het ligt voor de hand dat de premies voor de aansprakelijkheidsverzekering zullen stijgen, maar volgens Van Leeuwen onderzoeken de verzekeraars eerst andere mogelijkheden om de grenzen van de verzekerbaarheid niet te overschrijden. 'We denken eerder aan hogere eigen risico's voor de werkgever, of aan verandering van de polisvoorwaarden om de erfenis uit het verleden binnen de perken te houden. We overwegen ook fondsen te vormen, waarbij de verzekerden de premies in een pot storten. Daaruit wordt de schade dan betaald, en op is op.'

FNV-man Van Laren en G. Elferink van het in letselschade gespecialiseerde bureau Pals in Emmen, denken dat de werkgevers, onder dreiging van de claims en de eisen van de verzekeraars, meer aandacht gaan besteden aan preventie. Elferink: 'Verbetering van de arbeidsomstandigheden leidt tot afname van het financiële risico voor de werkgevers. Daarbij komen ook alternatieve stoffen in beeld, zoals oplosmiddelvrije verven.'

Voor verfbereider Geurts, die onder de verkeerd aangesloten afzuigkap werkte, komt dit te laat. Wel heeft de verzekeraar de aansprakelijkheid erkend, en Geurts' schaderegelaar gaat aan de slag met een vergoeding voor het verlies aan arbeidsvermogen. De verzekeraar heeft inmiddels 40 duizend gulden als voorschot op het smartegeld uitgekeerd, maar de vraag is of Geurts daar veel profijt van zal trekken. Zijn schaderegelaar: 'De aandoening is inmiddels van dien aard dat ik hem niet in staat acht dit geld te beheren.'

Meer over