Herschepper van Gouden Eeuw-liederen

Luitspeler en muziekwetenschapper Louis Grijp laat een immense databank na waarin bijna de gehele de Nederlandse liedcultuur besloten ligt.

Louis Grijp. Beeld
Louis Grijp.Beeld

Schilderen was niet het enige wat Nederland deed in de Gouden Eeuw. Er werd ook volop gezongen. Alleen wist niemand meer hoe dat precies klonk. Totdat muziekwetenschapper Louis Grijp zijn levenswerk maakte van de ontsluiting van die schat. Zijn belangrijkste erfenis is een database van 170 duizend Nederlandse liederen: van middeleeuwse tot die van de popbands Normaal, Rowwen Hèze en BLØF.

Grijp overleed 9 januari in zijn woonplaats Driebergen-Rijsenburg aan de gevolgen van een hersentumor. Hij verwierf grote bekendheid als onderzoeker naar de Nederlandse lied- en muziekcultuur. Als musicus in het ensemble Camerata Trajectina bracht hij die ook ten gehore, waarvoor hij een Edison kreeg. Grijp was verbonden aan het Meertens Instituut in Amsterdam. Hij was daarnaast hoogleraar musicologie aan de Universiteit Utrecht. Zijn oratie in 2001 bij het aanvaarden van dat ambt droeg de treffende titel Van Hadewych tot Hazes.

Muziek

Louis Grijp werd op 23 januari 1954 geboren in Den Haag. Zijn vader was ambtenaar bij de PTT. Op zijn 12de leerde hij zichzelf gitaarspelen. Tijdens zijn studie op het conservatorium in Den Haag ruilde hij dat instrument voor de luit. Daarnaast studeerde hij muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. 'Muziek was zijn werk én zijn lust en leven', zegt zijn echtgenote Annemies Tamboer. 'Onderzoek naar de lied- en muziekcultuur van Nederland, liedteksten hun muziek teruggeven en die uitvoeren met zijn gezelschap, en het spelen op luit en citer: het ging bij Louis allemaal naadloos in elkaar over.'

Hij had weinig op met de muziek van zijn generatie - popmuziek - hoewel hij ook die later in zijn onderzoek eigen maakte. Hij bezocht ervoor zelfs concerten van bands als Normaal. Het idee voor een databank werd geboren in 1981, toen de KRO hem vroeg muziek te maken bij Geeraerdt van Velsen, een toneelstuk van PC Hooft, waarvan ter gelegenheid van het Hooftjaar een radio-opvoering werd gemaakt. Men dacht aan wat zachte luitklanken onder het declameren van de reien. Grijp vond dat te simpel. Hij wilde de muziek terugvinden die toentertijd werd gebruikt bij het zingen van de teksten. Hij ontwikkelde een methode om op basis van metrische patronen en rijmschema's passende melodieën te vinden. Daarbij gebruikte hij een digitale databank die de 'Voetenbank' werd genoemd. Later werd de naam veranderd in de Liederenbank. Van 5.700 summiere liedbeschrijvingen in 1991 groeide de Liederenbank uit naar, bij zijn overlijden, ruim 170 duizend beschrijvingen van liederen tussen de 12de en 21ste eeuw.

Gouden Eeuw

In 1990 ging hij als onderzoeker werken bij het Meertens Instituut, dat de Nederlandse taal en cultuur onderzoekt. Het jaar daarop promoveerde Grijp op het proefschrift Het Nederlandse lied in de Gouden Eeuw. In de Gouden Eeuw schreven Vondel, Bredero en Hooft teksten op meezingers. Dat was praktisch, want mensen konden het lied meteen zingen en dure muzieknotatie afdrukken was niet nodig. Het werkte ook prikkelend: een spotlied op de geuzen, geschreven op de melodie van het geuzenlied Wilhelmus, had veel meer impact dan een lied met die strekking dat op een onbekende melodie was geschreven, concludeerde hij.

Met het ensemble Camerata Trajectina voerde hij de liederen waarover hij schreef ook uit. 'Als ik alleen wetenschap bedreef, zou ik verpieteren; als ik alleen muziek zou maken, zou ik het onderzoek zeer missen', zei hij.

Louis Grijp laat zijn vrouw Annemies en hun kinderen Tessel en Floris achter. Het Meertens Instituut heeft besloten ter herinnering aan hem jaarlijks de Louis Grijp-lezing te houden. De eerste is op 10 mei aanstaande.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over