Herreweghe houdt zich vooral bij Mendelssohn

Paulus, oratorium van Mendelssohn, o.l.v. Philippe Herreweghe. Amsterdam, Concertgebouw. Radio 4: 29/12, 20.00 uur...

PAY-UUN HIU

Het oratorium Paulus van Felix Mendelssohn is een verrukkelijke casus voor vragen over authentieke uitvoeringspraktijken, want welke authenticiteit is bij dit werk nu belangrijk? Zoveel is zeker, het stuk werd tussen 1835 en 1836 geschreven, en dus is het aan te bevelen het werk in de geest van die tijd uit te voeren. Maar Mendelssohn, die in 1829 als twintigjarige met veel succes Bachs Matthäus Passion had gereanimeerd, laat er in zijn Paulus met letterlijke koraalcitaten geen twijfel over bestaan wie zijn grote inspirator was. En daardoor is het hele authenticiteitsverhaal een stuk minder eenduidig.

Gold het oratorium in sommige kringen van de romantiek al als een hybride genre, de Paulus van Mendelssohn is helemaal een curieuze mengeling van cantate, oratorium en passie. Vooral de koralen, typisch voor liturgisch gebruik, doen wat merkwaardig aan in een werk dat niet in de eerste plaats voor de kerkdienst is bedoeld.

Wat doe je daar nu mee, als hedendaags musicus met historisch verantwoordelijkheidsgevoel? Gaat het erom de Bach in Mendelssohn te laten klinken als de Bach die ons heden ten dage bekend is (bij dirigenten als Harnoncourt, Koopman en Gardiner een vlotte oude man die op geniale wijze polyfonie aan dramatiek paart), of gaat het hier toch meer om een 'Mendelssohnse' Bach? Een Bach, die we eigenlijk amper nog kennen?

Dirigent Philippe Herreweghe en zijn oude muziekspecialisten van L'Orchestre des Champs Elysées, Collegium Vocale en La Chapelle Royale hielden zich afgelopen zaterdagmiddag in de Vara-Matinee vooral bij Mendelssohn. Hoewel Herreweghe de tempi van de koralen vrij langzaam nam en de citaten uit Bachs cantate Wachet auf, uns ruft die Stimme luid en duidelijk naar voren liet komen, waren ze zonder twijfel onderdeel van de dramatische opbouw en geen ingemetselde anachronistische fragmenten. Zo zat het koraal Dir Herr, dir will ich mich ergeben in vloeiende overgangen geklemd tussen tenor- en sopraanrecitatief.

Herreweghes prioriteiten lagen niet in eerste instantie bij felle contrasten of tempowisselingen, maar vooral bij een uitgelezen klankbalans, vloeiende lijnen en heldere afstelling tussen hoofd- en bijzaken. Daartoe nodigt het 'dolce' in Mendelssohns melodieën bij tijd en wijle ook regelrecht uit, zoals in het o zo zoete duettino tussen de apostelen Barnabas en Paulus (tenor James Taylor en bas Matthias Görne).

Maar de sonoriteit die hij wist op te wekken, kon enige langdradigheid in het werk zelf niet verhullen. Hoezeer ook Mendelssohn zijn eigen stempel in de fuga's en koren heeft aangebracht, het frequent refereren aan zo'n grootmeester als Bach brengt nu eenmaal het gevaar met zich mee dat het verlangen naar de muziek die wordt opgeroepen sterker is dan de aandacht voor de muziek er werkelijk klinkt.

Mendelssohn kon natuurlijk ook niet in de verste verte vermoeden dat zijn herontdekking van de Matthäus Passion zou leiden tot jaarlijkse passie-rituelen rond deze creatie van Bach. Daarnaast bevat ook de Paulus enkele hoogtepunten die met recht alle aandacht voor zichzelf opeisten, zoals de beeldschone basaria Gott sei mir gnädig en de sopraanaria Jerusalem, die du tödtest die Propheten. Beide schitterend uitgevoerd door respectievelijk Matthias Görne en Melanie Diener.

Pay-Uun Hiu

Meer over