Hermans geeft universiteiten meer vrijheid

Als het aan minister Hermans van Onderwijs ligt, krijgen de universiteiten en hogescholen meer vrijheid bij de inrichting van hun onderwijs....

Het HOOP, dat tegelijk met de begroting van OCW de Kamer bereikte, bevat gedachten en voornemens van de minister met betrekking tot het hoger onderwijs. Het HOOP beleefde zijn debuut in 1988 en is sindsdien elke twee jaar verschenen. De jongste editie heeft een looptijd van vier jaar: de periode 2000-2004.

Erg verrassend is de inhoud niet. Hermans heeft de laatste weken, zoals bij de opening van het academisch jaar, geregeld uit eigen werk geciteerd. Daarbij manifesteerde hij zich als een liberaal, die de instellingen aanspreekt op hun eigen verantwoordelijkheid. Van die geest vormt het jongste HOOP de weerslag.

Hermans wil de universiteiten en hogescholen meer mogelijkheden geven om zich ten opzichte van elkaar te profileren. Zo komt het wettelijk verbod op een bestuurlijke fusie tussen instellingen voor hbo en wo te vervallen. Ook krijgen de instellingen meer autonomie bij de invoering van nieuwe opleidingen.

Tot dusverre waren de instellingen hierbij gebonden aan allerlei inhoudelijke en procedurele randvoorwaarden. Dat is voorbij. Hermans stelt geen prijs meer op voortzetting van deze vormen van regulering.

Verder krijgen de universiteiten de vrije hand bij het openen van nevenvestigingen in andere plaatsen, mogen zij zelf bepalen hoe en wanneer zij collegegeld innen en worden zij aangemoedigd om de samenwerking aan te gaan met zusterinstellingen in het buitenland en verder te gaan met vormen van werkend leren (zogenoemde duale leertrajecten).

De autonomie schept echter wel verplichtingen. De instellingen zullen zelf de financiële gevolgen moeten dragen van verkeerde strategische keuzes (bijvoorbeeld het opzetten van opleidingen die niet in de behoefte van consumenten voorzien), en worden zij voortdurend aan strenge kwaliteitscriteria getoetst.

In de reacties op de notitie van minister Hermans overheerst tevredenheid. De vereniging van universiteiten VSNU prijst het 'vernieuwende karakter'. Zij vindt dat de notitie minder is dichtgetimmerd dan haar voorgangers en dat ze volop ruimte voor overleg bevat.

De universiteiten onderschrijven het adagium 'vrijheid in verantwoordelijkheid', en zien in het HOOP een inspiratiebron voor verdere verbetering van het stelsel van kwaliteitszorg.

De HBO-Raad onderschrijft de teneur van het HOOP, maar vreest dat het een te vrijblijvend karakter heeft om de 'relatieve stilstand' van het hoger onderwijs te verdrijven.

De studentenorganisatie ISO ziet in het HOOP meer de aanzet van een discussie dan een concrete beleidsagenda. Met het toverwoord 'zelfregie' mag Hermans de instellingen dan behagen, de studenten zullen geen deel hebben aan het proces dat hij voorstaat.

Meer over