Herman Koch & Wanda Reisel

Een Boekenweek lang herinneren schrijvers Herman Koch (Het diner, Zomerhuis met zwembad) en Wanda Reisel (Nacht over Westwoud, Plattegrond van een jeugd) zich al brievenschrijvend hun vriendschap, die begon tijdens een vakantie, ergens in 1970.

Lieve Herman,

Ik heb inmiddels Vader van Karl Ove Knausgård dat je me gegeven hebt uit. Ik bewoog me al lezend tussen bewondering en verveling. Het begint geweldig goed met de passage over de dood en wat er gebeurt als het hart ophoudt met slaan. Dan begint hij alles heel gedetailleerd te beschrijven, dat vind ik dan weer wat nietszeggender passages. Af en toe snak ik wel naar een kernachtige omschrijving of een versnelling of een sprong, maar aangezien hij ook geen hoofdstukken hanteert en nauwelijks witregels, merk je dat hij je wil vasthouden op die pagina's. Ik zag in die jongen die hij beschrijft natuurlijk al enige heel duidelijke overeenkomsten met jou, zoals het verbaal tiranniseren van mensen op school, ze met ironie de baas kunnen zijn, superioriteit tonen aan slapzakken, merken dat dat een bepaalde kracht is die je bezit, zo andere mensen aan je kunnen binden, maar ook een bepaalde 'eenzaamheid aan de top' veroorzakend. Ik wil je in die sfeer de meesterlijke boeken van Richard Yates aanraden, de schrijver van Revolutionary Road. Yates is meedogenloos eerlijk in het karakteriseren van zijn personages, hun ambitie, hun zwakte en mislukking en hij is hard over de waarheid maar weet toch mededogen op te roepen met de vreselijkste mensen. Paasparade over twee zussen en Een speciaal soort voorzienigheid zijn ook geweldige romans. Hij condenseert vormbewust en daar houd ik erg van. Bij veel dikke boeken, ja, ook van successchrijvers, denk ik vaak: daar had wel 100 bladzijden uit gemogen, dan zou het sterker zijn.

Lfs Wanda

Lieve Wanda,

Mijn nieuwe roman wordt ook een beetje (te?) dik, denk ik. Het is zo'n onderwerp (of onderwerpen) waar je het liefst wat langer in wilt blijven rondhangen, dikte op zich mag nooit een doel zijn, vind ik, het gaat me meer om het uitsmeren van de tijd.

Maar er zijn inderdaad onevenredig veel dikke boeken waarvan je denkt: hier had best wat uit gemogen.

Die Knausgård is inderdaad wijdlopig. Tegelijkertijd vond ik er genoeg fascinerende dingen in zitten om toch te blijven lezen. Hij beschrijft alles zeer gedetailleerd: elk kopje en schoteltje wordt afgewassen, maar daardoor komen de gevoelde emoties soms ook harder aan. Het fascinerendste is eigenlijk het tweede deel (van dit boek) waarin hij samen met zijn broer het huis gaat opruimen waar zijn vader is gestorven. Het leukste vond ik zelf inderdaad zijn puberverhalen uit het eerste deel.

Van Richard Yates heb ik twee boeken gelezen: het welbekende Revolutionary Road (ook goed als film, vond ik) en Disturbing the Peace wat ik misschien nog wel beter vond. Dat kan ik jou dan weer een keer geven, ik weet niet of het is vertaald.

Zelf hou ik toch ook het meest van boeken met niet te lange hoofdstukken, niet al die lappen tekst. Wat dat betreft is ook The Art of Fielding/De kunst van het veldspel van Chad Harbach een verademing in hoofdstuk-luchtigheid (een stuk of 90 over 500 pagina's). En ook een erg goed boek, vond ik.

Lfs Herman

undefined

Meer over