Herkenbaarheid is niet alleen probleem van D66

Wanneer D66 zich afficheert als sociaal-liberale partij krijgt de kiezer de indruk dat de partij het meetkundige midden vormt tussen PvdA en VVD....

DE politiek 'verdezesenzestigt' in hoog tempo. Niet vanwege het electorale succes van de Democraten. Wel omdat andere partijen steeds meer op D66 gaan lijken. De oorzaken hiervan liggen zowel binnen de partijen zelf als in de maatschappij.

Lang gekoesterde idealen van socialisten, liberalen en christen-democraten zijn óf verwezenlijkt óf achterhaald. Er is bovendien groeiende overeenstemming over essentiële politieke uitgangspunten. De basis hiervoor ligt in een historisch gegroeid compromis van christelijke en humanistische waarden en praktische ervaringen die de smalle marges van de democratie aangeven. De overheid moet de individuele vrijheid waarborgen en kwetsbare personen en maatschappelijke waarden (milieu, veiligheid, verdraagzaamheid) actief beschermen.

Om aan de hoge sociale eisen te kunnen voldoen is een gezonde economische basis onontbeerlijk. Binnen Paars vinden VVD en PvdA elkaar dikwijls op een D66-noemer. Dit is vooral mogelijk geworden doordat de oude ideologieën geen recepten meer bieden voor de nieuwe uitdagingen, zoals harmonie tussen economie en milieu, integratie van minderheden, veiligheid en toepassingen van technologische vernieuwingen.

Zolang D66 bestaat is haar verweten te sterk afhankelijk te zijn van een gezichtsbepalende figuur, zoals Van Mierlo of Terlouw. De electorale schommelingen zouden vooral hierdoor te verklaren zijn. Door de ont-ideologisering en vooral het toegenomen belang van de televisie is ook bij het CDA, PvdA en de VVD de populariteit van de lijsttrekker doorslaggevend geworden voor het electorale succes.

Onder Lubbers bloeide het CDA; toen hij zijn karwei had afgemaakt, stortte het ineen. De PvdA dankt zijn huidige electorale positie onmiskenbaar aan Kok. En Bolkestein heeft de VVD zelfs groter weten te maken dan zijn voorganger Wiegel.

D66 kan niet bogen op een constante aanhang die zijn deelbelang door haar vertolkt ziet. De grote electorale schommelingen die PvdA, VVD en CDA de laatste twee decennia hebben ondervonden, bewijzen echter dat ook deze partijen in afnemende mate kunnen rekenen op een vaste groep kiezers. De reden hiervoor is dat deze partijen steeds minder herkenbaar zijn als vertegenwoordiger van specifieke deelbelangen.

De samenleving accepteert niet meer dat de ene waarde absolute voorrang krijgt boven de andere: kapitaal boven arbeid of andersom, economie boven milieu, productie boven consumptie, of bijvoorbeeld agrarische inkomens boven dierenwelzijn. Bovendien hebben de kiezersgroepen waar de klassieke partijen zich traditioneel op richtten hun homogene karakter verloren.

Het gaat nu om werkenden en niet-werkenden, autochtonen en allochtonen, ouderen en jongeren, kleine zelfstandigen en managers, stedelingen en plattelanders, boeren en consumenten, en ga zo maar door. Pogingen van partijen om allen tegelijkertijd tevreden te stellen lopen telkens vast.

In het licht van deze 'verdezesenzestiging' van andere partijen doet het verrassend aan dat een aantal D66'ers hun partij wil 'opschudden' door haar juist een klassiek ideologisch etiket mee te geven. De Democraten zouden zich voortaan sociaal-liberaal moeten noemen om de herkenbaarheid te vergroten.

Veel D66'ers van het eerste uur zijn hier altijd tegen geweest. Zo'n ondertitel zou een capitulatie betekenen voor het bestel dat men juist wilde doorbreken.

Hiertegenover staat het probleem dat veel D66'ers hebben om kort en duidelijk uit te leggen waar D66 voor staat. Onmiskenbaar hebben veel Democraten in de politieke praktijk getracht het beste uit het liberalisme te combineren met het beste uit het socialisme. Legde de PvdA eenzijdig het accent op gelijkheid, de VVD op vrijheid en het CDA op broederschap, D66 beschouwt deze begrippen ten principale als drie-eenheid.

Afhankelijk van gebleken maatschappelijke noodzaak moeten vrijheid, gelijkwaardigheid dan wel broederschap (solidariteit) worden benadrukt en omgezet in concreet beleid. De term 'pragmatisch' dekt deze lading niet, integendeel: hij wekt vooral misverstanden en kan dus maar beter niet worden gebruikt.

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, kiest D66 haar doeleinden niet pragmatisch, maar slechts de middelen om deze te bereiken. Mijn ervaring leert dat D66'ers dikwijls uiterst principieel redeneren en een broertje dood hebben aan opportunisme.

Gegeven de behoefte die bij (nieuwe generaties) leden en kiezers bestaat, is het niet verstandig elke poging tot nadere aanduiding bij voorbaat de grond in te boren. Het is zeker mogelijk de grondslagen nader uit te werken op basis van het genoemde drie-eenheidsbeginsel. Dit betekent niet automatisch dat D66 zich moet manifesteren als sociaal-liberaal.

Het nadeel van deze term is dat zij is samengesteld uit de klassieke aanduidingen van PvdA en VVD. Hij suggereert dat D66 het meetkundige midden vormt tussen deze twee partijen. Dit etiket zou het beeld van een te geringe herkenbaarheid tussen de andere coalitiepartners bevestigen. D66 wil en kan echter aanzienlijk méér dan een combinatie zijn van het beste uit andere partijen.

In de oorzaak van de electorale kwetsbaarheid van D66 ligt juist ook haar politieke kracht. Waar andere partijen noodgedwongen van gedaante moeten wisselen, kan D66 zichzelf blijven. Bij het zoeken naar oplossingen voor moderne problemen wordt D66 niet geremd door verouderde leerstellingen noch door traditionele bindingen. Niet voor niets is D66 altijd een partij van vrijdenkers geweest.

Daarom zou de partij er goed aan doen zich voortaan 'libertijns' te noemen. De term duidt op onafhankelijke gedachtenvorming op basis van de drie-eenheid vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.

Bob van den Bos is oud vice-partijvoorzitter van D66 en voormalig lid van de Tweede en Eerste Kamer.

Meer over