Herken de terrorist

Opmerken van verdacht gedrag, zoeken naar virussen, de Amerikaanse wetenschap mobiliseert zich tegen terreur. Het congres van wetenschapsorganisatie AAAS getuigde ervan....

Door Michael Persson

Naast God en de koningin zijn er niet veel hogere machten die Zichzelf met een hoofdletter mogen tooien. 'Jullie overleven hangt van Mij af. Want Ik zorg voor Veiligheid. Om de vijand te verslaan moet je kennis hebben van de vijand. Ik ben die Kennis.'

Er staan nog meer grote woorden op de kleine koperen plaat, naast een parkeerplaats in de Amerikaanse staat Maryland. Een korte monoloog over oorlog en strijd, die bij Moses begint en hier eindigt, onder een wapperende Amerikaanse vlag, bij een bankje en een bord dat aangeeft dat fotograferen verboden is.

Achter een wegblokkade, even verderop, ligt het kantorencomplex van de National Security Agency, de grootste spionagedienst ter wereld. Alomtegenwoordig. Of, zoals het plakkaat het zegt: 'Ik ben Military Intelligence en ik ga voorop in de strijd . . . altijd.'

Zestig kilometer naar het zuiden werd het verband tussen kennis, intelligentie en veiligheid afgelopen weekend bevestigd. Op het jaarlijkse congres van de Amerikaanse wetenschapsorganisatie AAAS in Washington was een deel van het programma speciaal gewijd aan nieuwe technologieën voor binnenlandse veiligheid.

Het betekende dat naast traditionele wetenschappelijke vraagstukken, zoals de oorsprong en evolutie van het menselijke dieet en de laatste ontdekkingen op Saturnus en Titan, ook veel nieuwe kwesties opdoken. Dreigingsen kwetsbaarheidsanalyses. Detectie van biologische sporen. Aanvallen op ad hocdraadloze netwerken. Het 'beheren' van de menselijke identiteit.

De opkomst van de antiterreurwetenschap in academische kringen is onvermijdelijk, gezien de verschuivingen in het Amerikaanse onderzoeksbudget. Het ministerie voor Binnenlandse Veiligheid heeft als enige een fors stijgende post voor onderzoek en ontwikkeling, zo blijkt uit de begroting voor 2006, die president Bush begin februari 2006 presenteerde. Met een stijging van bijna 24 procent komt het op anderhalf miljard dollar uit. De ministeries geven volgend jaar bijna vijf miljard aan onderzoek naar homeland security uit.

'Tegelijkertijd trekt de regering zich terug uit allerlei belangrijke wetenschappelijke gebieden', zegt Kei Koizumi, budgetexpert van de AAAS. 'Van de Hubble tot milieuonderzoek tot commerciële technologieën.' Echt klagen mag Koizumi nog niet: het totale federale onderzoeksbudget is nog steeds op het hoogste niveau aller tijden. 'Maar de presidentiële voorstellen doen de winst van de afgelopen jaren voor een deel teniet.'

In haar openingstoespraak maakte ook AAASvoorzitter Shirley Ann Jackson zich zorgen om de toegenomen investeringen in veiligheidstechnologie. 'Deze gaan ten koste van andere zaken.'Adelaars Maar intussen zitten sommige zaaltjes tijdens het congres vol met mannen van afgekorte instanties als DHS, DoD, CIA, FBI, NSA. Veel logo's met adelaars in hun presentaties: een adelaar met pijlen in zijn klauwen (Pentagon), een adelaar met pijlen en een olijftak (DHS, ofwel Binnenlandse Veiligheid), een adelaar met een sleutel (NSA) of een adelaar die alleen maar rondkijkt (CIA).

De mannen willen allemaal ongeveer hetzelfde. Joseph Kielman van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid: 'We moeten de wetenschappelijke agenda naar het regeringsdomein verplaatsen.'

De wetenschappelijke agenda waar het deze diensten uiteindelijk vooral om te doen is, draait om detectie en patroonherkenning. Van het herkennen van iemands vingerafdruk tot het zoeken naar verdachte emailtjes: uiteindelijk gaat het om het opmerken van bijzondere verbanden. 'De feiten bestaan, alleen moeten we ze nog vinden', zegt Kielman.

Voor een deel is die detectie heel concreet. Zo is het Lawrence Livermore National Laboratory met tientallen miljoenen dollars op zoek naar sensoren voor de ruim duizend bekende pathogenen die mensen kunnen infecteren (217 virussen, 538 bacteriën, 307 schimmels en 66 parasitaire protozoa). Tijdige herkenning dient niet alleen om slachtoffers te genezen, maar ook om daders vinden.

'We willen meer informatie, in minder tijd, uit kleinere monsters kunnen halen', zegt onderzoeker Stephan Velsko. Hij heeft zijn toevlucht genomen tot atomic force microscopen en secundaire ionen massaspectrometers, terwijl hij het ten tijde van de miltvuurbrieven in 2001 nog met gewone elektronenmicroscopen en gewone massaspectrometers moest doen.

'Dat was allemaal erg ad hoc, heel academisch', zegt Velsko. 'Daar mogen we het niet van laten afhangen. Nu hebben we een nationale, meer formele benadering.' David Wilson, chef van het FBIlaboratorium in WestVirginia: 'We moeten de wetenschap van het academische naar het forensische domein zien te krijgen.'

Net als deze biologische forensische experts zijn ook de meeste andere antiterreuronderzoekers op zoek naar 'handtekeningen' die terroristen achterlaten, liefst vóór de daad. 'De informatie moet komen uit bestaande gegevens van de douane, van creditcardorganisties, van winkels, camera's en autoverhuurbedrijven. Gegevens genoeg, dat is het probleem niet', zegt Kielman. 'De feiten bestaan, we moeten ze alleen nog zien.'

Connecting the dots, noemen politici dat graag. Alsof het zo eendimensionaal is. 'We hebben het hier over dataanalyse in misschien tweehonderd dimensies', zegt Kielman. 'Het is lastig om daar patronen in te herkennen.'

Veel geld gaat dan ook naar technieken om de bestaande gegevens zichtbaar te maken. Zoals ook de verbanden tussen chemische elementen pas zichtbaar werden nadat Dmitri Mendelejev ze begin 20ste eeuw in een systeem had gezet, waardoor hij zelfs voorspellingen kon doen over elementen die nog niet waren ontdekt.

Dat is ook het doel van het nationale terreurvisualisatiecentrum, dat een half jaar geleden is opgericht om nieuwe analysetechnieken te ontwikkelen. 'We willen zelfs de dingen ontdekken die we niet verwachten', zegt Jim Thomas, directeur van dat centrum.

Neem Fidel Castro - voorbeelden in de antiterreurwetenschap zijn nooit recent. Wie zijn toespraken op een rijtje zet, kan in een grafiek met verschillende kleuren aangeven welke onderwerpen aan bod komen. 'Hier, bij deze stijgende lijn, ging hij ineens over olie en energie praten. Vlak na die piek annexeerde hij de Amerikaanse olieraffinaderijen op Cuba.'

Wijsheid achteraf. Maar dat hadden we dus kunnen weten, wil Thomas maar zeggen. 'Als je het maar in beeld krijgt.' Dus worden voor het classificeren van de miljoenen emails die de NSA dagelijks afkijkt, vergelijkbare visualisatietechnieken gebruikt. Op beeld is een soort sterrenstelsel te zien van groene stippen, op semantische betekenis geordend. Als in een bepaald gebied op het scherm veel stipjes samenklitten, kan dat een signaal zijn.

Sarin Patroonherkenning is al sinds de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste spionageactiviteit, en leidde onder meer tot het kraken van de Duitse Enigmacode. Verschil met deze klassieke, volledig wiskundige ontcijfertechnieken is dat patroonherkenning tegenwoordig ook rekening moet houden met 'motivaties en intenties'. De enige manier om de overdaad aan gegevens te reduceren. Uitgaande van scenario's gaan de terreuronderzoekers op zoek naar de signalen die bij die scenario's horen. 'We moeten ons verplaatsen in onze tegenstanders', zegt Alan Turner van het Pacific Northwest National Laboratory.

Hij heeft onder meer een aanval met saringas uitgewerkt. Die zal volgens dat scenario gericht zijn op doelen waar veel mensen samenkomen (een vliegveld, een metro, een station) met een makkelijk toegankelijk ventilatiesysteem.

Terroristen zullen proberen een baan te krijgen bij de onderhoudsploegen. Ze moeten ingrediënten voor sarin kopen, ze moeten een klein laboratorium opzetten, ze hebben een safe house nodig, apparatuur om het gas te verspreiden, ze zullen auto's huren om de spullen te verplaatsen. 'De tegenstander moet veel stappen zetten, en elke stap is een mogelijk signaal. We moeten die alleen herkennen.'

Het eerste programma dat daarvoor werd opgezet, het Total Information Awarenesssysteem, klonk te dreigend, en werd na protesten geschrapt. Nu neemt niemand de term nog in de mond, maar de doelen zijn nog steeds hetzelfde.

'Het gaat uiteindelijk om het detecteren van ongebruikelijk gedrag', zegt Daryll Fogal, van Honeywell, dat de benodigde detectieapparatuur graag wil fabriceren. Fogal noemt camera's niet zomaar camera's, maar 'sensoren'. Wie of wat er te zien is, moet meteen worden 'geclassificeerd'. 'Loopt die meneer of rent hij? Als hij rent: geeft hij een reden om te rennen? Zo nee, dan kun je maatregelen nemen.'

Er is veel veranderd, de afgelopen drie jaar. Begin 2001 liep er nog een rechtszaak om camera's met gezichtsherkenning in de ban te doen, nu is 'identiteitsmanagement' volgens Fogal de grote belofte van de komende jaren. Vroeger, toen mensen in een gemeenschap elkaar nog kenden, wisten ze wat ze aan elkaar hadden. Een systeem van vertrouwen op basis van reputatie.

'Dat systeem komt terug. Maar omdat wij zelf de ander niet meer kennen, doet de techniek dat voor ons, met dynamic tracking of reputation.' Nadat een camera of andere sensor de persoon in kwestie heeft herkent, graaft een computer in databestanden om te kijken of die iets op zijn kerfstok heeft. 'Als je iets slechts hebt gedaan, werkt dat tegen je. En dat kun je niet zomaar afkopen, je zult het vertrouwen weer moeten verdienen.'

Een mooi gebied voor de wetenschap, vindt Fogal. 'Universiteiten die midden in de maatschappij staan, zullen zich moeten bezighouden met datgene waar de maatschappij om vraagt.'

Meer over