Herkansing voor voormalige bekvechtende brokkenpiloot Bibi

Na jaren in ‘de politieke wildernis’ is hij terug als premier van Israël. Hij heeft vastgehouden aan oude inzichten, maar combineert die met een raadselachtige pragmatische inslag....

In oktober 1998 deed Benjamin Netanyahu wat geen enkele Israëlische premier voor of na hem heeft gedaan: het Palestijnse bestuur in de Gazastrook bezoeken. Daar zat hij, de gebolsterde Likud-premier, aan een lange lunchtafel vol lamsvlees en hummus. Op uitnodiging van PLO-leider Yasser Arafat. Het klinkt als een tableau voor een snedige cartoon, maar het was de werkelijkheid. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, was er zelf bij.

De vergeten anekdote is weer opgedoken bij de terugkeer van de 59-jarige Netanyahu. Na tien jaar is hij weer premier van Israël. Het kostte zes moeizame formatieweken, maar dinsdag heeft hij zijn overwegend rechtse coalitieregering aan het parlement gepresenteerd.

Het Gazaanse avontuur is geliefd bij hen die een positieve draai willen geven aan alle pessimistische voorbeschouwingen op het tweede tijdperk-Netanyahu. De lunch met Arafat was de opmaat naar het Wye River Memorandum. Het nooit uitgevoerde akkoord dient achteraf als bewijs dat Netanyahu zijn handtekening onder een overeenkomst met de Palestijnen kan zetten. Behalve hoogleraren vredesproceskunde weet niemand meer wat in dat document staat.

Het aantreden van Netanyahu heeft alles weg van een herkansing. Zijn eerste termijn, van 1996 tot 1999, heeft zowel in Israël als daarbuiten slechte herinneringen nagelaten. Eindeloos gebekvecht in eigen huis en weerstand tegen het Oslo-vredesproces maakten dat hij als een brokkenpiloot de geschiedenis in leek te gaan.

Maar na jaren in ‘de politieke wildernis’ te hebben geleefd, hebben genoeg kiezers hem zijn geknoei vergeven. Netanyahu gedijt op de in Israël breed gedeelde overtuiging dat vrede met de Palestijnen er voorlopig toch niet komt en de driehoek Hamas, Hezbollah en Iran het gemunt hebben op het voortbestaan van de Joodse staat.

Benjamin ‘Bibi’ Netanyahu (1949, Tel Aviv) komt van goede revisionistisch-zionistische huize. Zijn vader, Benzion Netanyahu, was een naaste adviseur van de ideoloog Ze’ev Jabotinsky, die in de jaren twintig de ‘IJzeren Muur’-doctrine ontwierp. In het kort: de Arabische wereld zal nooit een Joodse staat accepteren en Israël zich dus met overweldigende militaire macht moet zien staande te houden. Het is het fundament van het gedachtegoed van Likud.

Studies in de jaren zeventig aan MIT en Harvard (bouwkunde, bedrijfskunde en politicologie) hebben hem een jarenlange band met Amerika bezorgd. De makkelijk Engels pratende wonderboy werd in de jaren tachtig al Israëlisch ambassadeur bij de Verenigde Naties in New York. Later pionierde hij als premier in het leggen van contact met Amerikaanse evangelische christenen. Zij behoren tegenwoordig tot de trouwste overzeese bondgenoten van Israël – alleen hebben zij bij de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen niet op Barack Obama gestemd.

Netanyahu heeft vastgehouden aan de oude inzichten, maar combineert die met een wat raadselachtige pragmatische inslag – zie de lunch in Gaza. Zo droeg hij als pragmaticus in januari 1997 een deel van Hebron over aan de Palestijnse Autoriteit, om twee maanden later als ideoloog te beginnen met de bouw van de nederzetting Har Homa op de Westoever.

In de loop der jaren heeft Netanyahu het patent gekregen op sombere toekomstvoorspellingen die zijn uitgekomen. Het heeft hem een zekere mate van respect opgeleverd. Maar zijn tegenstanders zeggen: hij is een paranoïcus die oogst wat hij zaait.

Zo riep Netanyahu tijdens de verkiezingscampagne trots in herinnering dat hij in zijn toespraak tot het Amerikaanse Congres in 1996 al sprak over het gevaar van Iran. En stapte Netanyahu in 2005 als minister van Financiën uit de regering van Ariel Sharon, omdat hij de terugtrekking uit de Gazastrook een recept vond voor Hamas-raketaanvallen.

Meer over