Herkansing voor een belast symbool

Vandaag wordt in Berlijn de Rijksdag heropend. Vanaf september komt de Bondsdag er bijeen, die dan verhuist vanuit Bonn. De Rijksdag is ruim honderd jaar geleden gebouwd, in de keizertijd....

Philippe Remarque

'EERDER duizend dan honderd adelaars' heeft Sir Norman Foster naar eigen zeggen getekend. De Britse architect die de Rijksdag heeft verbouwd, wilde een elegante, slanke Duitse adelaar tegen de glazen achterwand van zijn parlementszaal hangen.

Maar de Bondsdagleden waren niet te vermurwen. Nu hangt er tot Fosters verdriet een grotere versie van de Fette Henne. Dat is de gezellig dikke adelaar uit de oude Bondsdag in Bonn. Weliswaar een Duitse adelaar, maar eentje die geen vlieg kwaad doet. Door dit zinnebeeld van de veilige naoorlogse democratie uit Bonn mee te nemen naar Berlijn, bezweren de parlementariërs de onrust over het verleden. Want na vijftig jaar comfortabele pauze belanden de Duitse politici vandaag midden in de eigen geschiedenis. Duitsland verhuist de macht van een onschuldig stadje aan de Rijn naar Pruisen. Naar de echte hoofdstad, waar twee wereldoorlogen zijn begonnen en de holocaust is uitgedacht.

De terugkeer naar de Rijksdag is een confrontatie met de meest beladen episoden uit de Duitse geschiedenis. Het gebouw staat symbool voor zowel de opkomst als de ondergang van de democratie in Duitsland. Het is in de keizertijd gebouwd voor een schijnparlement, maar werd vervolgens de zetel van een echte democratie, de Republiek van Weimar. De Rijksdagbrand in 1933 was het startschot voor de nazi-terreur. Het planten van de sovjetvlag op het dak in mei 1945 symboliseert de geallieerde overwinning op Hitler, maar ook het begin van de Duitse deling.

Politici, die alle associaties willen vermijden, stellen voor de Rijksdag om te dopen in Bondsdag. Maar deze poging het verleden te ontkennen lijkt futiel. Binnenkort lopen de Bondsdagleden dagelijks langs kogelgaten en Russische graffiti van sovjetsoldaten uit 1945. Foster heeft ze bij de verbouwing aangetroffen en in een van de hallen voor iedereen zichtbaar geconserveerd. De Russische ambassade heeft de teksten vertaald en verzekerd dat er geen onwelvoeglijk woord bij stond.

Als de architect vandaag de sleutel van het gebouw presenteert aan Bondsdagvoorzitter Wolfgang Thierse, krijgt de Rijksdag voor het eerst in zijn ongelukkig bestaan een echte kans het hart van de Duitse democratie te worden. Dat was bij de eerste opening in 1894 wel anders. De ceremonie van toen stond in het teken van het Pruisisch militarisme. Voor de Rijksdag stonden infanteriesoldaten met zwarte, witte en rode pluimen in het gelid opgesteld. Maar ook binnen, waar keizer Wilhelm II ter inwijding van het gebouw Pro Gloria et Patria riep en drie keer met de hamer sloeg, waren bijna uitsluitend uniformen te zien.

De conceptie van het gebouw had plaatsgevonden onder een ongelukkig, ondemocratisch gesternte. Kanselier Bismarck had de grondwet in 1871 zo ontworpen, dat de Rijksdag een parlement zonder echte macht zou zijn. Kanselier en regering waren uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de keizer. Bismarcks optreden voor de Rijksdag was honend en provocerend. Hij verscheen er altijd in uniform. 'Het Duitse parlement is het enige ter wereld, waar ministers met sabel verschijnen en hun redes houden met de hand aan het degengevest', merkte een liberale afgevaardigde op.

Na verschillende noodhuisvestingen stond de keizer de geminachte volksvertegenwoordiging de bouw van een eigen onderkomen toe, maar wel buiten de stadsgrenzen van toen. De oude keizer, Wilhelm I, bemoeide zich voortdurend met het werk van Paul Wallot, de architect uit Frankfurt die de competitie had gewonnen. Toen het gebouw na tien jaar klaar was, noemde zijn inmiddels tot de troon geroepen kleinzoon Wilhelm II de moderne vierkante koepel van glas en staal 'het toppunt van smakeloosheid'. Het was niet de enige kritiek die Wallot kreeg op zijn mengeling van neorenaissance en neobarok. De stadsbouwmeester van Berlijn noemde het protserige bouwwerk 'een lijkwagen eerste klasse'.

De afkeer die de keizer koesterde tegen het parlement bleef groot. Hij noemde de Rijksdag het Reichsaffenhaus. Omgekeerd weigerden de sociaal-democratische parlementariërs op te staan voor het scanderen van het Kaiser hoch! Toch veroverde de Rijksdag steeds meer vrijheid op de keizer. Die moest in 1916 eindelijk toestaan dat boven de hoofdingang de vanaf het begin geplande inscriptie Dem Deutschen Volke (aan het Duitse volk) werd aangebracht.

Twee jaar later was de wereldoorlog verloren en de monarchie ten einde. De sociaal-democratische fractieleider, Philipp Scheidemann, verkondigde vanaf een balkon aan de westelijke gevel van de Rijksdag voor een onafzienbare menigte van stakende arbeiders de republiek.

Voor het eerst werd Duitsland geregeerd door een in vrijheid gekozen Rijksdag. Maar de Republiek van Weimar was instabiel. Na de verkiezingen van 1932 werd Hitlers NSDAP de grootste partij. De nazi-parlementariërs, die Goering tot parlementsvoorzitter kozen, verschenen in uniform in de Rijksdag en gingen in de plenaire zaal op de vuist met hun communistische tegenstanders.

Een maand na de machtsovername van Hitler in 1933 sleepte de jonge Nederlandse communist Marinus van der Lubbe een brandend gordijn door de plenaire zaal van de Rijksdag. De zaal brandde volledig uit. Tot op de dag van vandaag strijden historici over de vraag of de slechtziende metselaar uit Leiden de brand alleen aanstak, of dat hij, zoals het nieuwste feitenmateriaal lijkt aan te tonen, toch geholpen werd door de nazi's. Hoe het ook zij, Hitler gebruikte de brand om Rijksdagleden op te pakken en de politieke vrijheid in Duitsland af te schaffen. Van der Lubbe werd onthoofd.

De Führer liet de uitgebrande Rijksdag voor wat hij was. Zijn redes voor het nazi-schijnparlement hield hij aan de overkant van de Königsplatz, in de Kroll-opera. In de nooit gerealiseerde plannen voor Hitlers 'wereldhoofdstad' Germania zou de Rijksdag blijven bestaan. Naast de gigantische koepel van de 'hal van het volk' lijkt het gebouw in de maquette van nazi-architect Speer wel een luciferdoosje.

Toen in de oorlog Berlijn het doelwit van geallieerde bombardementen werd, installeerden de Duitsers op de hoektorens van de Rijksdag luchtafweergeschut. De centrale kroonluchter werd omgesmolten voor de wapenindustrie. Toen soldaten van het Rode Leger in 1945 Berlijn veroverden, concentreerden ze zich op de Rijksdag. Het gebouw kreeg meer dan een miljoen artillerieschoten te verduren, omdat de Russen de Rijksdag ten onrechte aanzagen voor de belangrijkste tempel van het nazisme.

Symbool van de overwinning op Hitler werd dan ook de wereldberoemde foto die sovjetoorlogsfotograaf Jevgeni Chaldej maakte van het hijsen van de rode vlag op het dak van de Rijksdag. Later gaf hij toe de foto te hebben geënsceneerd. Op last van Moskou moest bovendien een van de twee buitgemaakte polshorloges aan de arm van een sovjetsoldaat worden weggeretoucheerd: de wereld mocht eens concluderen dat de Russen plunderaars waren.

Na de oorlog leidde de verwoeste Rijksdag een zieltogend bestaan aan de grens tussen Oost- en West-Berlijn. De hongerige Berlijners hadden voor het gebouw hun moestuintjes en hielden er zwarte markten. Tijdens de blokkade van West-Berlijn in 1948 deed burgemeester Ernst Reuter vanaf het westelijk portaal voor 350 duizend mensen zijn dramatische oproep: 'Volkeren van de wereld, kijkt naar deze stad!'

Terwijl de koepel van Wallot werd opgeblazen wegens instortingsgevaar, discussieerden architecten en politici of de Rijksdag moest worden afgebroken. De West-Duitsers besloten het gebouw te behouden als symbool van de hoop op hereniging. In de jaren zestig verborg architect Paul Baumgarten het verleden van de Rijksdag door alle versieringen weg te halen en gipswanden aan te brengen. Wel kwam in het gebouw de vaste tentoonstelling Fragen an die Deutsche Geschichte.

Een geëmotioneerde Helmut Kohl leidde voor het westelijk portaal op 3 oktober 1990 de ceremonie van de Duitse hereniging. De volgende dag vond de eerste zitting van het gezamenlijke Duitse parlement in de plenaire zaal plaats.

De Bondsdag besloot na de verhuizing naar Berlijn weer zijn intrek te nemen in de Rijksdag. Voor de verbouwing begon, kreeg de Hongaars-Amerikaanse inpakkunstenaar Christo de gelegenheid een oud plan uit te voeren, maar niet dan nadat Kohl en een deel van zijn partij zich heftig hadden verzet. Ze vonden het inpakken van de Rijksdag oneerbiedig tegenover de geschiedenis. Voorstanders betoogden, dat het zilverkleurig folie waarin Christo de Rijksdag verpakte de ongelukkige historie van het gebouw symbolisch afsloot. Het kunstwerk trok vijf miljoen bezoekers.

Sir Norman Foster won de competitie voor de verbouwing van de Rijksdag. Hij brak voor 600 miljoen mark alles wat Baumgarten had aangebracht weer af en schiep een modern, glazen interieur. Om te benadrukken dat het gebouw nu eindelijk echt 'dem Deutschen Volke' behoort, krijgen bezoekers permanent toegang tot de nieuwe glazen koepel. Vanuit de hoogte hebben ze niet alleen een prachtig uitzicht over Berlijn, ze kunnen ook door het glas naar beneden kijken en het werk van hun afgevaardigden controleren. Maar in de praktijk valt in de diepte vrijwel niets te zien.

Meer over