Herbouw van wederopbouw

Ze werden uit de grond gestampt na de Tweede Wereldoorlog, woonwijken als Kanaleneiland in Utrecht, Pendrecht en Hoogvliet in Rotterdam, Amsterdams Westelijke Tuinsteden....

'Zo moet Kanaleneiland er ongeveer uit komen te zien maar dan veel stedelijker', zegt architect Francine Houben als ze de door haar ontworpen woonwijk Vondelpark inloopt, nabij het centrum van Utrecht. In het hofje mogen geen auto's komen, parkeerplaatsen zijn verstopt onder binnentuinen en pleintjes van houten planken. Voor de uit onregelmatige bakstenen opgebouwde rijtjeshuizen langs heeft Houben een pad laten slingeren over kunstmatig glooiend gras. 'Hier zou je je kind toch wel willen laten opgroeien?'

Ze zei het al eerder: dis het verschil tussen een achterstandswijk en een goede wijk, dat mensen zeggen dat ze er hun kinderen willen laten opgroeien. 'Dat is voor iedereen belangrijk, of je nou Nederlands, Antilliaans, of Turks bent.' Vier jaar geleden is Houben met haar bureau Mecanoo gevraagd om het gebied ten noorden en ten zuiden van de Churchill-laan over de hele lengte te herstructureren.

Een rondje door Kanaleneiland legt de problemen bloot. Een dichtgetimmerde school. Overal dezelfde, identiteitsloze eenheden ('stempels') van twee flats van vier ijf etages zonder lift met haaks ertussenin een rijtje eengezinswoningen van twee etages. Verloederde straten, graffiti, kapotte ramen, ongure gangetjes, donkere portiekjes. Het ooit zo idealistisch aangelegde 'openbaar groen' - binnentuinen, groenstroken tussen de bebouwing, perkjes - ligt er onverzorgd en verdord bij. 'Dit hele blok gaat weg', zegt Houben zakelijk. Ondertussen zijn de bewoners bezorgd. Achter een raam hangen A4-tjes: 'Niet te koop, geen sloop.'

Nederland barst van wijken als Kanaleneiland. Amsterdam heeft de Westelijke Tuinsteden,Rotterdam heeft Pendrecht en Hoogvliet, Den Haag heeft Den Haag-Zuidwest, maar ook kleinere steden als Den Helder, Breda, Maastricht, Zwolle, Arnhem hebben van die wijken, bekend uit het nieuws, vanwege drugsoverlast, criminaliteit, werkloosheid en onveiligheid. Allemaal zijn het sociale-woningbouwwijken, veelal bevolkt door allochtonen en de laagste inkomensgroepen. Allemaal stammen ze uit de tijd van de wederopbouw en de jaren zestig, als snel en goedkoop antwoord op de woningnood. En allemaal zijn ze gebouwd volgens dezelfde architectonische principes van strokenbouw - flats in keurige rijen op steeds dezelfde afstand achter elkaar geplaatst, bedoeld voor gezinnen en bejaarden. En stempelbouw: een repeterende patroon van hoog-en laagbouw, dat ook in zijn geheel gespiegeld of gedraaid kon worden, zodat er variatie ontstond in de compositie.

Het is moeilijk voor te stellen, maar nog altijd zijn de oases van asfalt en beton architectonische bezienswaardigheden, resultaat van optimisme, moderne techniek en vooruitgangsdenken van na de oorlog. Van heinde en verre kwamen en komen architecten en stedenbouwkundigen kijken naar de wijken van grote Nederlandse stedenbouwkundigen als Van Eesteren, Dudok, Van der Broek en Bakema die volgens de modernistische principes van 'licht, lucht en ruimte' bouwden. Wat een verademing vergeleken met de kleine arbeidershuisjes in de smalle straten, waar de zon nooit scheen, in de vieze drukke stad!

Nu, vijftig jaar later, is de woningnood weer hoog, en zijn de naoorlogse woonwijken stuk voor stuk aan vernieuwing toe. Hetzij vanwege technische mankementen (slijtage, slechte isolatie), hetzij omdat ze niet meer aansluiten op de woonvormen die horen bij de veranderde maatschappij, met singles, veeleisende tweeverdieners, het door de vergrijzing toenemend aantal ouderen en de toestroom van buitenlanders sinds de jaren zestig. De wijken die gebouwd werden vanuit het ideaal van de wijk als sociaal bindmiddel, voldoen niet aan het marktmechanisme en individualisme van deze tijd.

Met het boek De Grote Verbouwing, een symposium vorige week en een tentoonstelling roept het Nederlands Architectuur Instituut (NAi) in Rotterdam om aandacht voor de herstructurering van de naoorlogse woonwijken - een gigantische operatie van sloop, nieuwbouw en in mindere mate van renovatie waarover woningcorporaties, gemeentes en projectontwikkelaars al jaren discussin, waardoor tienduizenden bewoners tijdelijk uit hun huis worden verdreven en waarvan de sociale en stedenbouwkundige gevolgen lang niet allemaal te overzien zijn.

Want hoe voorkom je dat de nieuwe wijken, die nu w massaal en in allerijl moeten verrijzen, eenzelfde leven beschoren zijn als de ooit met even groot optimisme gebouwde achterstandswijken van nu? Hoe voorkom je dat Nederland grote Vinexwijk wordt? Maar ook: hoe maak je 'nieuwe woonwijken' waar de oude bewoners zich weer thuis kunnen voelen? En: hoe vind je het evenwicht tussen bouwen voor de toekomst en behoud van de voor de Nederlandse architectuurgeschiedenis zo belangrijke wijken? Of zoals Henk Hofland het dilemma in zijn essay voor De Grote Verbouwing formuleert: 'Waar ligt de overgang tussen het begin van herstel en vergroting van de schade?'

Ondanks alle dilemma's en negatieve geluiden is Houben 'heel enthousiast' over Kanaleneiland. Dat moet ook, vindt ze, als architecte. Hoewel ze haar auto er het liefst niet uit het oog verliest, zegt ze: 'Kanaleneiland is een prachtige locatie met een ideale ligging.' Om dat te onderstrepen wil ze een gebied laten zien, de rand van de wijk, met dat 'prachtige Amsterdam-Rijnkanaal met bijna Rotterdamse bedrijvigheid', en natuurlijk dieuwe brug, van Ben van Berkel.

'Die is voor ons een katalysator van het project. We gaan een heel nieuw stuk stad maken, waar je niet alleen kunt wonen, maar ook werken, winkelen recren. Dit gebied moet het centrum van Utrecht verbinden met nieuwe wijken als Leidsche Rijn, Vleuten/De Meern en Papendorp aan de overkant van het kanaal.

'Het idee is om de hele wijk mee te laten liften met die brug, letterlijk ook, want we gaan het maaiveld hier verhogen tot het niveau van de brug, zodat het uitzicht op het water beter wordt. Daaronder komt een laag voor parkeren.' Ze rijdt langs het kanaal, onder de brug door. 'Hier komen woningen, hoger dan nu en dichterbij het water. Langs het kanaal komt een lintvormig park als het strand van Utrecht.'

'Differenting van het woonaanbod' wordt, net als bij alle herstructureringsprojecten, ook hier gezien als dplossing. 'De eenzijdigheid van het woningaanbod is het grootste probleem van deze woonwijken. We gaan de wijk aanpassen aan de gediffentieerde samenleving, met flexibele woonruimtes. Het waren natuurlijk hele dogmatische identiteitsloze wijken, eigenlijk alleen maar geschikt voor gezinnen en bejaarden.'Vijfhonderd woningen moeten wijken. Ervoor in de plaats komen dertienhonderd woningen. Deels sociale huur, deels goedkope en duurdere koopwoningen. 'Iedereen moet in principe terug kunnen in de wijk. De goedkope koopwoningen maken dat mogelijk.'

Heel belangrijk voor het slagen van het project meent Houben is een goed stedenbouwkundig plan, waarin de openbare ruimte duidelijk is gedefinieerd. Dus: ruimte voor spelende kinderen, binnentuinen, parkeerruimte onder de grond. Maar ook een groot plein tussen het winkelcentrum en het Regionaal Opleidingscentrum. 'Daar komen duizenden jongeren per dag. Die moet je een plek geven, die moeten niet rondhangen in de woongedeelten.' Het karakter van de wijk wordt ten dele behouden. 'Goed aan het oorspronkelijke ontwerp van Kanaleneiland zijn de doorgaande straten, zoals de Marshallaan en Amerikalaan met de mooie oude bomen. Die blijven dan ook intact.'

Hoewel ze zich minstens zo idealistisch toont als de naoorlogse stedenbouwkundigen is Houben niet bang dat haar nieuwe wijken hetzelfde lot wacht als het Kanaleneiland van nu. 'Duurzaam bouwen is wel degelijk mogelijk. Denk maar aan de oude herenhuizen, die hebben alle stadsvernieuwingen overleefd. Maar je kunt niet alles voorzien of voorkomen.'

Haar aanpak is bovendien wezenlijk anders dan ten tijde van de Eerste Grote Verbouwing, meent ze. 'Destijds waren overheid en aanne-

Vervolg op pagina 12

mers zeer sterk verweven. Daardoor kon er zo massaal gebouwd worden, op manier. De idealen van toen waren flinterdun: mensen moesten tussen de bomen wonen in plaats van in vieze oude steegjes.

'Bij mij op kantoor werkt de maquettebouwer die destijds in dienst was van die stedenbouwkundigen. Ik vroeg hem hoe zij praatten over die wijken. Hij zei: als een soort maquettes in het groot, abstracte composities van blokken waarbij het alleen maar om het ritme van de compositie ging. Er werd duidelijk niet nagedacht over hoe het verder was om in en tussen die blokken te wonen.'

Een punt waaraan Houben veel aandacht besteedt en waar het in de naoorlogse plannen volgens haar aan ontbrak is het verweven van het stedenbouwkundige met het sociale en het economische. Oftewel: het integreren van de nieuwe plannen in de bestaande structuur en cultuur en het afstemmen van nieuwe ideeop wensen en karakter van buurt en bewoners.

Zittend achter haar laptop in het plaatselijke, bruine cafestaurant annex feestzaaltje Ons Eiland vertelt ze: 'Dit is een beetje het verzamelpunt geworden voor vergaderingen en presentaties. Architecten wordt vaak verweten dat ze alleen maar bezig zijn met het stapelen van stenen, en niet met de mensen. De afgelopen vier jaar zijn we vooral bezig geweest met de samenwerking met alle partijen. Met de projectontwikkelaar en de woningcorporaties, maar ook met de eigenaren van winkelcentrum dat fors wil uitbreiden, de bestuurders van het ROC, dat in het nieuwe Kanaleneiland een city college wil worden, en plaatselijke ondernemers zoals die van Ons Eiland, dat wil uitgroeien tot een congrescentrum.

'Zij hebben allemaal zin om energie in de toekomst te steken. Vanaf volgende week gaan we eigenlijk pas echt bezig met de architectuur: het bepalen van materiaalkeuze, vormentaal, en welke type schoonheid en verbeelding er moet komen.'

Meer over