Herat wordt zich eindelijk bewust van zijn schoonheid

Veroveraars en Afghaanse slopers hebben lang niet alle erfgoed van Herat vernietigd...

Van onze verslaggever Rob Vreeken

HERAT Ze doen wat torens horen te doen: uittorenen boven hun omgeving. De trotse wachters van de citadel van Herat, op een heuvel aan de noordzijde van de oude stad, zijn zichtbaar in een groot deel van deze verder erg platte provinciehoofdstad in het westen van Afghanistan.

De zandkleurige citadel is zonder twijfel het pronkstuk van wat Herat aan erfgoed te bieden heeft. En dat is veel, want nergens anders in Afghanistan is de afgelopen tweeduizend jaar zoveel gebouwd en – met vallen en opstaan – bewaard gebleven wat historisch en architectonisch de moeite van het behouden waard is.

Maar pas sinds kort lijken de Herati’s te beseffen welk toeristisch potentieel zij met de citadel, de middeleeuwse stad, de prachtige moskeeën en de vijf scheve Musalla-minaretten in huis hebben. ‘Herat is altijd achteloos met zijn erfgoed omgegaan’, zegt Habib Nuri, projectmanager van de Aga Khan Trust for Culture. ‘Het kon ze gewoon niets schelen. Pas sinds kort groeit het besef dat al dat moois bewaard moet blijven. Bovendien hebben de mensen dertig jaar oorlog achter de rug. Dan hebben ze andere prioriteiten.’

De Aga Khan Trust heeft het op zich genomen het erfgoed van Herat in veiligheid te brengen en te restaureren, met geld van de Amerikaanse ambassade en steun van Unesco. Het begon in 2005 met het in kaart brengen van de oude stad, een buurt vol krioelende straatjes achter de citadel, de enige wijk in Afghanistan met een middeleeuws stratenplan.

De economische heropleving na het verdrijven van de Taliban in 2001 had hier funeste gevolgen. Zeker 65 historische panden werden rücksichtslos gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. Voor ruim zeshonderd dreigt acuut gevaar. De Aga Khan Trust en Unesco proberen de overheid te bewegen tot een sloopstop. Ondertussen zijn huizen gerestaureerd, evenals heiligdommen en cisternen, middeleeuwse waterreservoirs.

Dit jaar begon het werk aan het pièce de résistance, de citadel, officiële naam Qala Ikhtyaruddin. Overal op het binnenterrein lopen geel gehelmde bouwvakkers met gereedschap, stenen en kruiwagens. De vorderingen aan de ‘lage Qala’, waar vroeger soldaten en dienstpersoneel huisden, zijn evident. Het stadsarchief en het historisch museum van Herat kunnen hier weldra ingericht worden.

De ‘hoge Qala’ op de heuvel, met de meeste van de achttien torens, behoeft nog jaren werk. De littekens van tweeduizend jaar Aziatische geschiedenis zijn hier, aan de oude Zijderoute, volop zichtbaar. Wie over de historie van Herat leest, ziet menig veroveraar en massamoordenaar voorbijkomen.

De oerversie van de citadel werd in 300 voor Christus gebouwd door Alexander de Grote. Djengis Khan gooide de boel in 1225 grotendeels plat, en voor zover er iets over was werd dat in 1381 vernield door Timoer Lenk. Het was diens zoon Shah Rukh die het fort herbouwde in de vorm die het nog steeds heeft.

Maar de tand des tijds deed haar werk. Van het beschilderde tegelwerk is nauwelijks iets over. Britse en Russische legers lieten Herat niet ongeschonden. In 1953 leek de Qala ten dode opgeschreven, toen de legercommandant van Herat op het punt stond de ruïne af te breken en de stenen elders te gebruiken voor de bouw van een legerbasis. Koning Zahir Shah stak er een stokje voor. Tapijtbombardementen door het Sovjet-leger waren de laatste grote aanval op het erfgoed van de stad.

Nu is het vrede en kan Herat zich – zolang de Taliban wegblijven – eindelijk hervinden. ‘Herat heeft het in zich’, zegt Habib Nuri, ‘de grootste toeristische trekpleister van Afghanistan te worden.’

Meer over