Herald

Een situatie die iedereen zou moeten kennen: 's ochtends vroeg in een zuidelijk land op het terras van een druk café zitten, een zaak waar sigaretten worden verkocht, waar de mannen onderweg naar hun werk even aanleggen voor een kop koffie, een vluchtige blik in de plaatselijke krant, een snelle...

Martin Bril

Ik zit op het terras van Bar Tabacchi Di Nello, vlak bij de Ponte Cavour, over de Tiber, Rome. Het uitzicht bestaat uit auto's, een paar bomen en een krantenstal. De zon schijnt, de lucht is blauw, en achter me in de bar klinkt het rumoer van stemmen, een espressomachine, vaatwerk, een sinaasappelpers. Ik kijk naar het verkeer dat voorbij stroomt, en af en toe in The International Herald Tribune. Geen woord over Rita die pal achter Mark staat, maar verder genoeg ellende in de wereld.

Het is een komen en gaan van klanten, kantoorklerken, arbeiders, priesters, politiemannen, en in de herrie klinken een paar woorden voortdurend op: 'bon giorno' en 'ciao'. Soms zitten er maar een paar tellen tussen; als de ene klant binnenkomt, vertrekt de ander. Af en toe weten ze het zo te spelen dat er even een paar minuten helemaal niemand is - alleen de uitbater, zijn radio en de kletsende vaatdoek waarmee hij zijn toog schoonhoudt. Ik ben de enige klant op het terras, en hoewel het niet mijn stad is, heb ik toch het gevoel dat ik erbij hoor, de buitenlander met zijn internationale krant.

Ik denk aan Jean Seberg die in Parijs op straat The Herald staat uit te venten; 1960, À Bout de Souffle, Godard. Haar blonde jongenskoppie, haar T-shirt met de naam van de krant, Jean-Paul Belmondo die voorbij komt, sigaret in de brutale mondhoek, het begin van een onstuimige liefde, een revolutie in de cinema. Ik denk aan de Parijse buitenwijk waar Jean Seberg dood in haar auto werd gevonden, jaren later, na een leven vol misère en ongeluk. Ongetwijfeld publiceerde The Herald toen een mooi in memoriam met een foto van de jonge Jean met de krant.

Ach, The Herald.

Art Buchwald.

Peanuts.

Honkbaluitslagen.

Buchwald is ernstig ziek, maar de uitslagen en de strips zijn er nog altijd en ik zie tot mijn verbazing dat de Detroit Tigers de leiding hebben in de Central Division van de American League. Dat brengt herinneringen boven aan het oude stadion van de Tigers, aan Michigan Avenue, in het hart van de Amerikaanse motorstad. Het stadion is al lang gesloopt, maar mijn herinneringen zijn er nog wel: ik heb daar heel wat middagen naar de Tigers zitten kijken; onder in de divisie bungelden ze toen, begin jaren negentig, en soms was er zo weinig publiek dat het overheersende geluid in het stadion niet de sport, maar het verkeer erbuiten was; getoeter van auto's, schreeuwende stemmen. Alsof de club op straat speelde, een laatste stap verwijderd van de ondergang. Tegenwoordig spelen de Tigers in een attractiepark, met leuke dingen voor het hele gezin - en zie, het gaat beter.

Ik sta op en drink binnen aan de bar nog een laatste espresso. Het is de derde ochtend op rij dat ik hier kom, maar morgen ben ik elders. De uitbater roept 'ciao' als ik even later de zaak verlaat. De Herald Tribune laat ik achter op het terras.

Meer over