HENRYK BRODER, KWELGEEST VAN HET DUITSE HERDENKINGSWEZEN Een muur van weerzin en onbegrip

'WANNEER HET om joden gaat, schuwen Duitse instanties zoals bekend kosten noch moeite. Of het jodendom nu moet worden vernietigd danwel de vermoorden achteraf moeten worden herdacht, het doel wordt immer met volharding, groot uithoudingsvermogen en een neiging tot het gigantische nagestreefd.'..

WILLEM BEUSEKAMP

Zo'n zin - cynisch, zonder respect, overigens nauwelijks bezijden de waarheid - krijgt in Duitsland slechts één schrijver uit z'n pen: Henryk Broder, kwelgeest van het Duitse herdenkingswezen. Broder beleeft hoogtijdagen, nu in Berlijn door middel van openbare hoorzittingen tot in april het debat is heropend over de vraag of de Duitse hoofdstad een holocaust-monument behoeft. Een wedstrijd was uitgeschreven.

Het winnende ontwerp, een licht buigende betonnen plaat ter grootte van twee voetbalvelden pal naast de Brandenburger Tor, is door bondskanselier Kohl en Ignatz Bubis, voorzitter van de joodse gemeenschap, afgewezen. 'Megalomaan', luidde hun oordeel. Studies en discussie richten zich thans op een minder gigantisch monument. Men komt er niet uit.

Broder (50) geniet en roept tijdens de lunchpauze van de eerste hoorzitting in het voormalige hoofdkwartier van Erich Honecker: 'De holocaust is er een stuk op vooruitgegaan. Mijn moeder moest staan in een veewagon naar Auschwitz. Ik mag zitten en krijg nog voedselbonnen ook.' Giftige blikken van de verzamelde Duitse elite uit wetenschap, cultuur en politiek. Een reporter van de Frankfurter Allgemeine Zeitung loopt met een grote boog om de kleine Broder heen.

Geen wonder, want in zijn nieuwste boek Volk und Wahn neemt Broder de FAZ te grazen. Zijn oog viel vorig jaar op een verslag in de kwaliteitskrant over een literair festijn in New York. De FAZ-medewerker had zich gestoord aan de manier waarop drie mannen 'met kromme haakneuzen' waren voorgedrongen bij het buffet. Het stond er echt.

Broder: 'Het kan zijn dat de waarneming van de FAZ-medewerker werd geprikkeld omdat hij als laatste aan het buffet kwam en werd afgescheept met een paar afgekloven kippenvleugels. Zoiets scherpt niet alleen de zintuigen, het roept tevens de vraag op waarom de anderen sneller waren en meer kregen. Vanwege de kromme haakneuzen natuurlijk! Die zijn niet alleen groter en kunnen beter ruiken, die ruiken de delicatessen reeds voordat ze zijn opgediend.

'Zulke neuzen hebben hoofdzakelijk mensen wier gedrag in de tijd dat neuskunde in Duitsland een verplicht vak was, bekend raakte als joodse hebzucht. Destijds waren de kromme haakneuzen er ook altijd als eersten bij, ze drongen overal voor, niet alleen aan het buffet, ook in het bedrijfsleven, de medische wetenschap en in de media. Tot ze op een dag door het Duitse volk tot de orde werden geroepen en weggestuurd.'

Broder, de gifkikker, adviseert de FAZ zich voortaan in een gepantserde Volkswagen, de Kübelwagen, naar het buffet te begeven - 'kromme haakneuzen' ter zijde schuivend.

- In Frankfurt kan men uw bloed wel drinken?

Broder: 'Maar natuurlijk. Nee, de krant heeft niet gereageerd. Om te bewijzen hoe liberaal ze wel zijn, kreeg mijn boek een uitermate positieve recensie. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Süddeutsche Zeitung. Daar werd het verscheurd; niets, maar dan ook niets hebben ze ervan begrepen.'

Broder is in 1946 geboren in Polen, niet ver van Auschwitz, waar zijn ouders het vernietigingskamp overleefden. Na Polen woonde hij in Duitsland, Israël, Amerika en - kort na de Duitse vereniging - opnieuw in Duitsland. Sinds enkele jaren is hij vaste columnist/verslaggever van Der Spiegel en publiceerde hij in hoog tempo vier hilarische boeken: Der ewige Antisemit, Erbarmen mit den Deutschen, Schöne Bescherung - Unterwegs im Neuen Deutschland en Volk und Wahn.

De schrijver is gek op zijn Heimat, maar veroorlooft zich notities die in Duitsland not done zijn. Spotten met de jodenvervolging, als jood nota bene, wordt niet gewaardeerd. Broder: 'Duitsland is inmiddels trots op zijn holocaust, een in de wereldgeschiedenis unieke misdaad, die het land zich niet laat afnemen. Als ik zoiets schrijf, krijg ik onmiddellijk reacties. Maar meneer Broder, hoe kunnen wij Duitsers trots zijn op de holocaust. . .'

Zijn teksten wijken in aangename vorm af van de soms zo loodzware, teutoonse toonzetting in media en hedendaagse literatuur. Hij rekent af met vooroordelen en zet er ogenschijnlijk nieuwe voor in de plaats. Alles heeft een dubbele bodem. Broder, hij bloost bij het compliment en vindt het overdreven, herinnert hier en daar aan Kurt Tucholsky.

Hij bewijst dat de Duitse taal zich uitstekend leent voor ironie. Dat hij zijn taalvaardigheid inzet voor het beschrijven van de manier waarop Duitsers in toenemende mate worstelen met hun verleden, is op zichzelf al ironie. Niet-joodse Duitsers is het immers verboden zich relativerend uit te laten over het verwerkingsproces van de daders van de holocaust. Laat staan grappen te maken in de trant van 'Sam en Moos'.

Broder doet het en beschrijft bovendien hoe zijn landgenoten zich in bochten wringen om maar vooral politiek correct te zijn. Humor hoort daar begrijpelijkerwijs niet bij. Broder probeert het niettemin en stuit op een muur van weerzin en onbegrip. 'Gelukkig zijn er nog voldoende mensen die idioot zijn en mijn boeken kopen.' Gemiddeld vijftienduizend per titel tot op heden.

De officiële cultuurexporteurs van Duitsland, van het Goethe Instituut, hebben Broder inmiddels ook ontdekt en haalden hem eerder deze maand in samenwerking met het Joods Historisch Museum naar Amsterdam.

We ontmoeten Broder tijdens een discussieavond in Berlijn over de joodse, Oost-Duitse dichter/schrijver Stephan Hermlin, die onlangs door de West-Duitse schrijver Karl Corino is ontmaskerd als leugenaar. Hermlin, in de DDR boegbeeld van het door de staat gecultiveerde antifascisme, blijkt met medeweten van de Stasi zijn complete levensloop te hebben verzonnen. Niet in de Spaanse burgeroorlog gestreden, niet in het concentratiekamp gezeten en niet in het Franse verzet tegen de nazi's.

Broder is uitgenodigd om te belichten waarom de onthuller van deze sensatie, Corino, ten onrechte van antisemitisme (door onder meer de FAZ) wordt beschuldigd. Want als jood kan Broder het weten. Haarscherp legt hij uit dat kritiek op, toevallig, een joodse schrijver niet automatisch antisemitisme is.

- Bent u de beroeps- en alibi-jood van Duitsland geworden?

Broder: 'Die indruk kon vanavond inderdaad ontstaan, ik moet nog beter opletten. Elke week krijg ik drie uitnodigingen voor bijeenkomsten, die zich met het thema bezighouden: De derde generatie na Auschwitz, Leven na Auschwitz in Duitsland en Israël, of Het verenigde Duitsland en Auschwitz. Drie per week dus. Ik heb inmiddels een standaardbrief. Dan antwoord ik: hartelijk dank voor uw uitnodiging; mijn moeder was al in Auschwitz, dat is voldoende. Staat u mij toe niet aan uw bijeenkomst deel te nemen.

'Vorige maand werd ik door een Berlijnse radiozender gebeld voor commentaar op een straatrel. Een neo-nazi had iemand in elkaar geslagen. Wat ik ervan vond. Waarom belt u mij, vroeg ik. U bent toch een jood, zei de redacteur. Ik: prima, en u bent kennelijk geen jood. Het gesprek was snel afgelopen.

'Anderzijds kan ik me er natuurlijk niet aan onttrekken, alleen maar omdat ik een jood ben - hoe graag sommigen dat ook zouden willen. Een voorbeeld. Toen ik over een joodse seksgodin uit Amerika schreef, meende een Duitse bisschop mij op de vingers te moeten tikken. Hij schreef dat ik zoiets niet in Duitsland kon publiceren, maar uitsluitend in Israël. Hij bepaalde dus wat ik als jood wel en niet mag.

'Ik krijg het altijd voor m'n kiezen. Of ik nou schrijf, autobanden had verkocht of broodjes gesmeerd. Ik ben eigenlijk het levende bewijs dat het voor een jood weer normaal is in Duitsland te leven.'

Gevaarlijk antisemitisme, verzekert Broder, is in Duitsland niet aan de orde. 'In Duitsland lopen niet meer antisemieten rond dan in Nederland, Engeland, Frankrijk of Italië. Vergeleken met Polen, Rusland, Tsjechië, Oostenrijk en Zwitserland zelfs heel weinig.' Waarmee Duitsland zich van andere landen onderscheidt, is volgens Broder 'een morbide belangstelling voor de holocaust', die ertoe leidt dat de jodenmoord wordt 'gegermaniseerd'.

Het jodendom, de joodse geschiedenis, de vervolging, 'het mysterieuze overleven van de joden', vormen tezamen volgens hem een complex waarin veel Duitsers zich bovenmatig interesseren. 'Vroeger werden de joden hier agressief benaderd, nu is de benadering enorm welwillend, bijna verzorgend. Hier nog een boek of tv-documentaire, daar nog een monument.

'Hoe langer het geleden is, des te heftiger wordt de jodenmoord bestreden. Het verzet tegen Hitler groeit met de dag. Het is bijna karakteristiek geworden voor de Duitse samenleving. Probeer maar eens een krant open te slaan waarin het niet over de holocaust gaat. Dat is dus onmogelijk. Kijk naar de boekenproductie, kijk naar het onderwijs. Per saldo, en ik zeg het zonder ironie, spreekt het vóór de Duitsers. Wij houden ons als geen ander volk heel serieus bezig met onze geschiedenis.'

Buitengewoon geestig noemt Broder de verwijten van sommige kritische landgenoten dat Duitsland zijn verleden nog steeds niet heeft verwerkt. 'God zij dank. Als het verleden was verwerkt, hadden we niets meer om ons druk over te maken. Geen debatten meer over een nationaal holocaust-monument, geen kopij, geen tv-documentaires, geen bestsellers van holocaust-historici. Het verleden is inmiddels een collectieve bezigheidstherapie.'

'Heerlijk' meent Broder, die met zijn met afgrijzen gevolgde berichtgeving over de therapie z'n brood verdient. Kwaadaardig voegt hij eraan toe: 'Jammer dat het over de rug van zes miljoen vermoorde joden gaat. Vaak wens ik dat al die energie er ook in de jaren veertig was geweest, toen mijn moeder in een veewagon naar Auschwitz werd vervoerd. Toen waren er niet zoveel mensen die haar hielpen. Nu wordt ze dagelijks minstens twee keer uit de wagon gehaald.'

- Het viel op dat juist u zweeg tijdens de Goldhagen-discussie. Was u ziek?

Broder: 'Goldhagen? Zulke dikke en slecht geschreven boeken lees ik niet. Ik wacht liever op de film. Toen het debat vorig jaar begon, was ik voor Der Spiegel in Amerika. Doe iets aan Goldhagen, zei de redactie. Goldhagen wilde niet. Toen hij hoorde dat ik in Boston een discussieavond over zijn boek wilde verslaan, verscheen hij niet. Twee weken moest ik van de redactie stand-by blijven. In arren moede heb ik toen maar Goldhagens vader bezocht.'

Broder noemt Goldhagen senior, een historicus en holocaust-onderzoeker, 'bizar' en een 'misdadiger'. Daniel Goldhagen is vanaf zijn kinderjaren opgevoed met niets anders dan de holocaust, zo ervoer Broder. 'Mijn ouders waren ook slachtoffer, toch werd er bij ons thuis ook over andere dingen gepraat. Bij Goldhagen niet. Die jongen is geobsedeerd door de holocaust, net als de Duitsers. Samen hebben ze er een hysterisch debat van gemaakt.'

Willem Beusekamp

Henryk M. Broder: Volk und Wahn.

Spiegel Buchverlag; 256 pagina's; * 41,40.

ISBN 3 455 15004 7.

Meer over