Henri van der Zee 1935-2013

Een altijd ongedurig journalist, na vele omzwervingen uiteindelijk Britser dan de Britten.

Hij was de salonjournalist die zich had verkneukeld over een begrafenis zoals die van Margaret Thatcher vorige week. Maar hij was ook de oorlogsverslaggever die zich meteen naar het front begaf. Eigenlijk was Henri van der Zee in zijn lange journalistieke carrière Britser dan de Britten geworden, hoewel hij de laatste jaren vooral doorbracht in het zuiden van Spanje en Amsterdam. Hij kon evengoed opschieten met links als met rechts, met zwart als met blank, homo's als hetero's, joden als moslims. De ware kosmopoliet. Op een van zijn vaste pleisterplaatsen - Bar One in Hampstead Heath in Londen of café Hoppe aan het Spui in Amsterdam - klampte hij iedereen aan, met een gedurende de avond steeds heser wordende stem.

Hij overleed 29 maart in zijn woning in Nerja in Spanje. Henri van der Zee - oudere broer van de bekende journalist en schrijver Sytze van der Zee - werd 79 jaar.

Henri van der Zee groeide op in Hilversum, aan de Potgieterlaan, met zijn broers Wim (later theoloog-predikant), Sytze (journalist voor ondermeer NRC, Elsevier en hoofdredacteur Het Parool) en zus Letje. Hun leven werd getekend door het besluit van hun vader zich voor de oorlog aan te sluiten bij de NSB van Anton Mussert, waardoor broer Wim ook werd gedwongen lid te worden van de Jeugdstorm. Hoewel hij het lidmaatschap later opzegde, bleef hij bekend staan als 'fout'. Na de oorlog werd vader opgepakt en bracht een jaar in een werkkamp door. Daarna probeerde het gezin deze periode achter zich te laten door het onbespreekbaar te verklaren, totdat Sytze van der Zee de feiten in diens in 1997 verschenen boek Potgieterlaan 7 openbaarde. Henri van der Zee was daar 'erg ongelukkig mee'. 'Ik heb het niet echt gelezen. Het irriteerde mij', zei hij in een interview met De Journalist.

Na de oorlog was Henri een soort vader voor zijn jongere broertje Sytze. Eigenlijk wilde hij medicijnen studeren, maar daarvoor was hij te ongedurig. In 1955 begon hij op de buitenlandredactie van De Telegraaf, zeven jaar later werd hij correspondent in Londen. En net als Sytze zou hij als correspondent werken in drie wereldsteden. Alleen waren hun motieven anders. Voor Sytze was werken in het buitenland vooral ook een vlucht van dat oorlogsverleden, voor Henri had dit naar eigen zeggen veel meer te maken met zijn zigeunerachtige aard. Een jaar nadat hij correspondent in Londen was geworden, ging hij voor vier jaar naar Parijs. In 1967 keerde hij terug in Londen, nu voor twintig jaar. Toen plaatste De Telegraaf hem over naar Rome, om erna voor de derde maal naar Londen terug te keren, waar hij na de scheiding van zijn eerste vrouw met een Engelse journaliste trouwde. Londen bleef zijn basis. Hij was er ook even president van de Foreign Press Association, zodat hij zich aan de champagne kon laven met high society en establishment.

Tussentijds zocht hij oorlogsgebieden op. Hij was ter plekke om de Falklandoorlog te verslaan. Hij was ook in Krajina nadat de Kroaten er de Serviërs uit hadden verdreven. Zijn laatste grote reportage als journalist was een verslag uit Congo. Bij zijn afscheid van De Telegraaf hield hij een groot straatfeest achter de Nieuwe Kerk. Normaal mocht dat nooit op zondag, maar Henri had zijn relaties. Zijn leven kende behalve veel vrolijkheid ook tragedies. Zo overleed een van zijn twee dochters aan leukemie. Ook na zijn pensionering bleef hij actief als journalist. Hij schreef diverse boeken, waaronder samen met zijn vrouw Barbara de klassieker William and Mary.

undefined

Meer over