Column

Henk lift mee met Rob Kamphues

Schrijver Henk van Straten stapt elke week in de auto bij een min of meer bekende Nederlander. Een enkele keer neemt hij de tram. Deze week: Rob Kamphues.

Rob Kamphues geeft Henk een lift. Beeld Henk van Straten
Rob Kamphues geeft Henk een lift.Beeld Henk van Straten

Broek in Waterland. Ik had geen idee. Dat dit kon. Dat dit nog mogelijk was. Dergelijke stilte, dergelijke ruimte, dergelijke rijkdom. Een dorp onder de rook van Amsterdam, maar ik zie geen rook. Ik zie alleen maar roerloze mist hangen boven het koude, heldere water. Geen huis dat niet voor de Eerste Wereldoorlog gebouwd lijkt te zijn. Ik wil hier wonen, denk ik bij iedere stap.

Maar dan: tóch rook. Het komt van een oldtimer, een kuchende sportauto. Achter het stuur een gedistingeerde man met een gekleurde blazer en een klein brilletje. Hij wijst me in de goede richting. 'Rob Kamphues? In dat stenen huisje, daarachter.'

En natuurlijk is het geen huisje, maar een huis. Ik zie Rob zitten door het raam. Zijn rug, zijn kaalgeschoren hoofd. Hij zit voor een laptop. Ik klop tegen het glas en word binnengelaten.

'Het huis is nieuw', vertelt hij in de ruime keuken, waar hij een espresso voor me maakt. 'Maar ik moest het laten bouwen in de stijl van de andere huizen. Dat is hier verplicht.' Hij draagt zijn bril niet. Daardoor oogt hij frisser, jonger. Op de foto zie je dat helaas niet, want later zal hij hem alsnog opzetten.

'Ik wil hier wonen,' zeg ik. 'Maar dat is natuurlijk niet te betalen.'

Hij knikt. 'Ik kocht het voordat mijn salaris instortte, op een moment dat de markt goed was. Het huis is mijn pensioen.' Het moment waarop zijn salaris instortte, kwam toen hij geen programma's meer presenteerde voor de publieke omroep. Inmiddels presenteert hij voor Ziggo een programma over autoracen, zijn grote passie. Ook dat verdient goed, dus geen zorgen.

Een effen, strakke trui met V-Hals. Een dik en duur horloge. Wakkere, alerte ogen. Aandacht en controle. Hij racet op hoog niveau en traint daar zeker twee keer per week voor. 'Als je ooit les van me wilt...' Hij wijst naar de imposante race-simulator in de hoek van de huiskamer.

Maar we moeten weg. We zijn al bijna te laat voor zijn eigen boekpresentatie. Hij schreef een roman: Hoor je me. Op de achterflap: 'Een psychologische roman, geschreven met een vaart en spanning die de lezer tot de laatste bladzijde geboeid houden'. Dit is wat hij het liefste zijn wil: 'Ik voel me ten diepste schrijver', zegt hij. 'Maar mijn tv-kwaliteiten zitten me in de weg.' Hij wil erkenning van kranten als NRC en de Volkskrant, maar hij kreeg een journalist van het AD over de vloer die het boek niet eens helemaal had gelezen en naar eigen zeggen überhaupt amper boeken las.

Hoe dan ook, we moeten de deur uit. Jassen aan, de kou in. Ik zie uit naar het ritje in de snelle Hyundai Veloster. Buiten voelt Rob herhaaldelijk in zijn zakken. Hij kijkt me aan, nu met bril. Een tikkeltje ongerust. Zijn sleutels liggen nog binnen. Ook de huissleutel. 'O nee hè, dit ga je allemaal opschrijven.'

Geen nood. Hij belt zijn ex. Binnen vijf minuten rijdt haar BMW achterwaarts de oprit op. Spullen erin, billen op de stoelen, gas op die lolly. Rob is gewapend met sigaren en trek in tequila. Wel irritant dat hij nog steeds niet weet of hij vanavond nu wel of niet bij Humberto Tan zit. Hij wil daar natuurlijk niet dronken komen opdagen. De redactie heeft hem nog geen groen licht gegeven.

En zo blijft het leven onmogelijk en grillig, zelfs op de dag van je boekpresentatie.

Meer over