Henk lift mee met Jessica Durlacher

Schrijver Henk van Straten reist elke week een stukje op met een min of meer bekende Nederlander.

null Beeld Henk van Straten
Beeld Henk van Straten

De sprinter van Santpoort-Zuid naar Amsterdam vertrekt om 11.56 uur. Om 11.54 uur is schrijfster Jessica Durlacher er nog steeds niet. Een klein station, slechts twee perrons. Rust en weelde. Om 11.55 verschijnt een blonde vrouw op een vouwfiets. Ze racet naar de incheckpaal en springt van de fiets. Ik zie haar van een afstandje, zie alleen haar blonde haar, slanke figuur en atletische capriolen en denk: dat kan Jessica niet zijn. Ze beweegt te gehaast, te soepel, te jong. Een succesvol schrijfster van 55 beweegt anders.

Maar ze is het wel. Hijgend, met een blos op haar wangen, tilt ze de fiets de trein in, waar ze hem met één geroutineerde, vlugge beweging in tweeën vouwt.

Ze woont vlakbij in een groot huis met echtgenoot Leon de Winter. En ook al is het een groot huis en zijn hun twee kinderen inmiddels naar Israël vertrokken, Jessica heeft het gevoel dat Leon en zij te veel op elkaars lip zitten. 'Hij werkt in de keuken, terwijl hij een eigen werkkamer heeft. De keuken grenst aan mijn werkkamer. Ik zeg steeds: ga toch in je eigen kamer werken!' Maar dat doet hij dus niet. Daarbij gaat Jessica gewoon graag het huis uit als ze gaat werken: een deur achter zich dichttrekken, een afstand overbruggen, zowel fysiek als gevoelsmatig. Dus kocht ze een piepklein appartement in Amsterdam. Ze is er nu naar onderweg, om de verbouwing te bekijken. Na de koop bleek dat er tien jaar lang vocht had gelekt, van de riolering boven haar, zo in de muren. 'Er groeiden zulke zwammen.' Met haar handen houdt ze een denkbeeldige zwam vast ter grootte van een flinke krentenbol. In januari moet alles weer in orde zijn. Dan kan ze aan haar nieuwe roman beginnen.

We zitten naast elkaar. Wel met het gangpad ertussen. Jessica praat opgetogen, vaak met haar handen. De blos van haar inspanning en haast lijkt niet helemaal te willen verdwijnen. Misschien is het haar basisblos. Haar mooie, klassieke jas, halfhoge, zwarte laarsjes en lange blonde haar maken haar tegelijk sexy en statig.

'Is dat uw vouwfiets?'. De vraag komt van een kribbige vrouw in het tussencompartiment. De trein komt tot stilstand bij Haarlem Spaarnwoude. Jessica loopt snel naar de vrouw toe om haar fiets te verplaatsen. De vrouw kan nu bij haar eigen vouwfiets en stapt uit, verbolgen, nog woorden van verontwaardiging mompelend. Ze heeft kunnen uitstappen, maar voor hetzelfde geld had ze dat níét gekund en dan had ze nu nog in de trein gezeten. Het is dat alternatieve scenario waarop ze Jessica afrekent.

Jessica's verbazing prijkt schitterend op haar gelaat. Het gebeurt heus vaker dat mensen kritiek op haar hebben en dat er ophef ontstaat, zoals laatst nog, toen ze in De Groene Amsterdammer toelichting gaf op haar vertrek bij De Bezige Bij vanwege het aanstaande, bij hen ondergebrachte pamflet van Abou Jahjah. Dus ergens verwacht ze het misschien wel, maar zoiets als dit, zo onredelijk en acuut, is toch net weer anders.

Op Amsterdam Centraal, als het tijd is voor de selfie, wil ze graag nog even naar een toilet om in de spiegel te kijken. Na het joggen, vanochtend, heeft ze in alle haast geen make-up opgedaan. Ik vind haar al heel mooi zoals ze is en dat hoort ze me zeggen, maar soms is onzekerheid nu eenmaal sterker dan complimenten. Ze verdwijnt de toiletten in. Ik waak over haar vouwfiets.

Meer over