Henk lift mee met Dennis Weening

Schrijver Henk van Straten stapt elke week in de auto bij een min of meer bekende Nederlander. Een enkele keer neemt hij de tram. Deze week: Dennis Weening.

Henk van Straten met Dennis Weening. Beeld Henk van Straten
Henk van Straten met Dennis Weening.Beeld Henk van Straten

Een redelijk welgestelde wijk in Den Haag. Ooit was Dennis Weening een vuige rocker, nu woont hij hier, op stand. Spider Rico, zo heette zijn bandje. Zuipen en gas geven. Fuck the rules. Nu, als hij de voordeur opendoet, herinnert alleen zijn haar nog aan die tijd: een beetje vettig naar achteren gekamd. Verder een simpele blauwe trui, spijkerbroek, netjes getrimde stoppelbaard. Op zijn arm zijn dochtertje Charlie. Hij staat op het punt krekels te kopen voor Jack, zijn furcifer pardalis, oftewel panterkameleon. Zelf had ik ook reptielen, als kind, dus ik sta erop dat ik het dier eerst te zien krijg.

Rood, groen en blauw is-ie. Een Kodakreclame. Hij wiegt zachtjes naar voren en naar achteren. Zijn ogen loeren - uiteraard onafhankelijk van elkaar - naar alle kanten. Als hij je aankijkt, heb je het gevoel de prehistorie in te kijken. Een multicolour dinosaurus, een prachtige freak. Dennis houdt hem op zijn hand. 'Ik wilde per se geen in het wild gevangen exemplaar, maar deze soort wordt nog amper gekweekt. Ik heb vijf jaar op 'm moeten wachten.' Het diertje was nog een baby toen Dennis hem kreeg, ongeveer een centimeter groot. 'Mijn vriendin wilde een poes. Ik niet. Ik wilde een kameleon. Zij niet. Nu hebben we een poes en een kameleon.'

Dan in zijn zwarte Mercedes C350. Eén en al techniek en pk's. Als ik mijn gordel omdoe, trekt het ding zichzelf automatisch en elektronisch strak om mijn schouder. Alsof niet ik, maar de auto bepaalt wanneer ik weer uitstap. Dennis raakt het computerscherm aan: punkrock schalt uit de speakers.

Zelf treedt hij niet meer op. Hij zou op zich wel willen, maar zijn roem zit hem in de weg. Jonge rockers en punkers willen niet meeschreeuwen met een BN'er, een presentator van RTL5. Hij lacht: 'Ik zou het zelf ook niet hebben getrokken, dus ik geef ze groot gelijk.' Toen hij had toegezegd So You Think You Can Dance te presenteren, wist hij dat hij zijn wereldje, zijn subcultuurtje, voorgoed van zich had vervreemd. Zijn vrienden begrepen het meteen, want ook dit - het vlotte babbelen - is een kant van Dennis. Of het nou een klein, met bier overgoten punkpodium is of een blitse, commerciële tv-set: Dennis kleurt mee. Als een kameleon. (U zag hem al aankomen.)

'Ik mis het, dat zeker, maar ik heb absoluut geen spijt van mijn keuze.' En begrijpelijk: hij verdient goed en mag zeven programma's per jaar maken. Expeditie Robinson is een hit. En inmiddels is hij bovendien begonnen met het ontwikkelen van tv-formats, met zijn eigen productiemaatschappijtje. Over twee weken pitcht hij de eerste, waar hij, het zal eens een keer niet, niks over mag zeggen.

Hij drukt op een knop. Op het computerscherm verschijnt een simulatie van de motor, onder de kap. Daar gebeurt iets mee. 'Sportstand', zegt Dennis, met een grijns. Dan: gaspedaal in. Dan: kriebels in buik.

We stoppen bij dierenwinkel en educatiecentrum Avonturia. Slangen, kikkers, vissen, hagedissen. Zelfs flamingo's en beverratten. (Niet te koop, geloof ik.) Een kleine dierentuin, in feite. Ook leuk voor een middagje uit. Ze kennen hem hier. Dennis Weening. Niet van tv, maar van de panterkameleon. Hij schudt handen. Ze weten waarvoor hij komt.

Meer over