Henk Hagoort

Van een stille, hervormde jongen uit Ermelo is Henk Hagoort (44) de machtigste man van het Hilversumse Mediapark geworden. Hij is voorzitter van de raad van bestuur van de publieke omroep....

tekst Coen Verbraak . fotografie Patricia Schimmel

'Ik zeg weleens: leg 700 miljoen euro op 2 vierkante kilometer neer, zet er 13 partijen omheen en zeg er niet bij wie de baas is. Zo heeft Hilversum er jarenlang uitgezien.’ Sinds juni 2008 is Henk Hagoort voorzitter van de raad van bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep, en daarmee de hoogste baas van Hilversum. Al noemt hij zichzelf liever ‘spelverdeler’. Hagoort is verantwoordelijk voor de programmering en de budgettering van de programma’s die door de publieke omroepen worden gemaakt. Daarvoor werkte hij zestien jaar bij de EO, de omroep waarvan hij van 2000 tot 2008 ook directeur was. Een EO’er aan het roer, dat had bijna wel tot protest moeten leiden. En toch legden ook de VARA en de VPRO zich zonder morren bij Hagoorts benoeming neer. Hagoort geldt in Hilversum alom als een bestuurder van onbesproken gedrag. Slim, charmant en bij uitstek toegewijd aan de publieke omroep. ‘Ze kenden me al een tijdje, dat heeft vast gescheeld.’

Intrigerend, dat voormalig EO-directeur Henk Hagoort nu als hoogste baas van de publieke omroep indirect dus ook verantwoordelijk is voor programma’s als Spuiten en slikken. ‘Ik ben niet rechtstreeks bij programma’s betrokken. Naar programma’s als Spuiten en slikken kijk ik niet, vanuit mijn persoonlijke moraal. Maar mijn eigen smaak is niet de norm. De enige moraal die in dit werk geldt, is wat in de wet is vastgelegd.’

En toch geldt u in deze functie een beetje als de God van Hilversum. ‘Die woorden zou ik nooit kiezen.’

U bent de machtigste man van het Mediapark. ‘Dat is zwaar overdreven. Ik ken mensen bij de media goed genoeg om te weten dat ze niet onder de indruk zijn van macht. Dan trekken ze gewoon de deur voor je neus dicht. Het gaat in dit werk om overtuigingskracht.’

Wat is het grootste verschil met de EO? ‘Bij de EO moet je constant verantwoording afleggen over alles wat je doet, ook tegenover de achterban. Als leden zeggen: ‘Jij verkwanselt de missie’, dan raakt dat aan je integriteit. Hier moet ik ook verantwoording afleggen, maar bij de EO raakte het tot in je ziel. We hebben discussies gehad over: maken we wel of geen programma’s over homoseksualiteit? Dat ligt in de christelijke wereld gevoelig. De EO heeft er veel te lang over gezwegen. Door die zwijgcultuur gingen jongeren kapot, omdat ze nergens met hun verhaal terecht konden. We konden er dus niet langer over zwijgen. Terwijl je weet: dit gaat als een splijtzwam door onze achterban. Van dat soort dingen kon ik wakker liggen.’

Hagoort stond ook aan de wieg van 40 dagen zonder seks. Zo’n programma moest door de EO gemaakt worden, vond hij. ‘Vanuit maatschappelijke relevantie. Tegelijkertijd weet je: nu heb ik wel wat uit te leggen aan de leden. Ik vond dat ik als programmadirecteur de makers in hun waarde moest laten, en heb ook bewust niet gezegd: ik wil die programma’s van tevoren zien. Maar dan zit je wel met het zweet in je handen voor de televisie. Mijn voorganger Ad de Boer heeft jarenlang met een opschrijfboekje voor de tv gezeten. Vanuit het idee: ik moet het weten, want ik kan er brieven van leden over krijgen. ‘Hoe mooi het werk bij de EO ook was, ik voelde toch vaak een steentje op mijn maag. Dat heb ik nu niet meer.’

Als EO-directeur joeg hij een paar jaar geleden veel omroepmedewerkers tegen zich in het harnas met zijn suggestie dat de publieke omroep te links zou zijn. De drie actualiteitenrubrieken – EénVandaag, Netwerk en NOVA – waren in zijn ogen eigenlijk ‘drie keer de Volkskrant’. Achteraf beschouwd niet zo’n gelukkige opmerking, vindt Hagoort. Hij zou het nu niet meer zo zeggen. Of hij de omroep nog steeds te links vindt? Nou, dat heeft dan vooral met de toon te maken. ‘Een journalistieke toon die vooral wantrouwen als leidraad heeft: hard op de persoon, zacht op de zaak. Een tijd terug ging het in NOVA over Obama. Die riep voor zijn verkiezing dat hij Guantánamo Bay wilde sluiten. Ik verwacht als kijker dat mij dan wordt uitgelegd waar dat ook alweer ligt, en wat precies de implicaties van Obama’s opmerkingen zijn. Maar wát was tot drie keer toe de vraag: is Obama te vertrouwen? Zou hij de waarheid spreken? Als dát nou je eerste reflex is als journalist...’

Wat zou u dan vragen? ‘Ik zou het minder suggestief doen.’

Wantrouwen jegens de macht is toch de basis van journalistiek? ‘Waarom moet verontwaardiging je leidraad zijn? Alsof een interview pas geslaagd is als je hebt kunnen knagen aan iemands integriteit. Dat toontje zie ik bij alle rubrieken terug. Alsof journalisten daarmee willen bewijzen dat ze goede journalisten zijn.’

U zei in 2005 in Vrij Nederland ook dat u het niet erg zou vinden als de NPS zou verdwijnen. ‘Dat was in het bestel dat Medy van der Laan voor ogen stond. Ik vond het toen, bij een decimering van de omroep, geen logische situatie dat de NPS, als taakomroep zonder leden, zou blijven bestaan. Inmiddels is die situatie veranderd.’

De NPS heeft het vast onthouden. ‘Ik heb nog geen rekeningen langs zien komen. Het kan altijd nog. Je moet altijd alert blijven op bananenschillen.’

Hilversum zit vol, te vol, constateerde Hagoort in zijn nieuwjaarsspeech. Nu er zich liefst negen aspirantomroepen hebben gemeld, dreigt er helemaal een probleem. ‘Ze willen toch allemaal het beste plekje voor het raam.’ Laat hij er niet omheen draaien: van alle aspiranten is PowNed, de tv-poot van GeenStijl, ‘absoluut het interessantst’: ‘GeenStijl spreekt vooral mannen tussen de 20 en 34 aan. Dat is een doelgroep die de andere omroepen moeilijk bereiken.’

Verwacht u inhoudelijk iets van ze? ‘Ik heb laatst met de oprichter Dominique Weesie staan praten. Toen viel me op dat er toch een veel journalistiekere ambitie achter PowNed schuilgaat dan bijvoorbeeld achter BNN, dat niet aan journalistiek doet maar vooral aan amusement en satire. Deze jongens doen dat wel, hoewel ik de manier waarop niet altijd prettig en verantwoord vind.’

U vond dat filmpje met Ella Vogelaar wel goede, vernieuwende journalistiek? ‘Nee, dat niet. Maar ik wil wel openstaan voor elk serieus initiatief om jongere doelgroepen bij de publieke omroep te betrekken. Ik zou graag ’ns praten over hoe die jongens dat zelf zien.’

Komt dat even goed uit: net die ochtend staat er een tv-ploeg voor de ingang van het gebouw van de Publieke Omroep. GeenStijl-verslaggever Rutger Castricum zou, laat zijn producer telefonisch weten, een kort gesprekje met Henk Hagoort op prijs stellen. ‘Zeg maar dat ik even tijd maak voor hem maak’, roept Hagoort tegen zijn secretaresse. Castricum lijkt zowaar een toonbeeld van hoffelijkheid. Iedereen krijgt netjes een hand. Het gesprekje dat volgt is even kort als nietszeggend. Zo, dus Hagoort gaat PowNed wel toelaten, probeert de sterverslaggever. Nou ja, als ze een goed plan hebben valt er altijd te praten, antwoordt Hagoort. Eerst maar zorgen dat ze op 1 april vijftigduizend leden hebben, dan praten ze verder. ‘Ach’, glimlacht hij tien minuten later, weer terug op zijn werkkamer, ‘een stotige bok moet je tegen je aan drukken. Dan is-ie minder bedreigend.’

PowNed betekent in internettermen ‘iemand in je macht krijgen’. Dat voorspelt geen grote journalistieke toekomst. ‘Het is ongetwijfeld ook het meest riskante initiatief. Maar als ik op het lijstje iets moet aankruisen, dan zijn zij het.’

Als er iemand bijkomt moet er eigenlijk ook iemand verdwijnen. Welke omroep mag er wat u betreft weg? Hagoort schiet in de lach. ‘Het is verleidelijk hierop te antwoorden, maar zoiets is niet afhankelijk van mijn persoonlijke smaak.’

Wat is bijvoorbeeld het bestaanrecht van omroep Max? Oudere kijkers worden toch al ruimschoots bediend? ‘Max trekt inderdaad nauwelijks andere kijkers dan andere omroepen al doen. In het huidige bestel is hun bestaansrecht zuiver en alleen dat ze genoeg leden hebben. Volgens de nieuwe wetgeving zouden ze niet meer binnengekomen zijn. Al doen ze het programmatisch niet onaardig. Ze zijn een stuk professioneler dan Llink. Dat vind ik typisch een voorbeeld van een one issue-beweging. De wet schrijft voor dat een omroep zich voor een breed publiek in meerdere genres moet profileren. Het blijkt voor Llink moeilijk om in meerdere genres goede televisie te maken. Negentig procent van hun programma’s valt onder ‘educatie’. Dat is een veel te smalle basis voor een volwaardige omroep. Dat moet wat mij betreft echt veranderen.’

De VPRO gaat binnenkort een grote serie maken over de reis van de Beagle, het schip van Darwin. Verheugt u zich daar al op? ‘Dat wordt vast een mooi project. Zeer prestigieus.’

U vindt als oud EO-man Darwin wel een belangrijke figuur? ‘Zeker. Ik ben niet iemand die de evolutie ontkent. Voor mij is het belangrijk dat deze wereld niet uit toeval is ontstaan, maar volgens een plan. Daarin kan ik de evolutie goed plaatsen.’

U neemt de Bijbel niet letterlijk? ‘Ik neem de Bijbel ontzettend serieus. Maar ik lees Genesis 1 niet als een natuurhistorisch boek.’

De aarde is niet in zes dagen geschapen? ‘Nee. Ik heb dat idee ook helemaal niet nodig om mijn geloof te gronden. Toen mijn zoon 12 was, ben ik met hem naar het Museum of Natural History in Londen geweest, waar al die grote dinosauriërs staan. Dan zeg ik heus niet: ‘Luister, die tweehonderd miljoen jaar die ze op het bordje noemen, klopt niet.’ Ik zeg wel: ‘Moet je dat kniegewricht nou ’ns zien. Daar zit toch echt een idee achter.’’

Toen de EO een natuurserie van Richard Attenborough uitzond, werd het deel over de evolutie bewust weggelaten. In de tijd dat u er directeur was. ‘Dat is iets waarover ik in mijn huidige verantwoordelijkheid niets wil zeggen.’

Amper een week na Hagoorts woorden neemt ook EO-coryfee Andries Knevel openlijk afstand van het creationisme. Kwestie van toeval, zegt Hagoort. ‘De ruimte om bij de EO over dit onderwerp te praten was er allang. Zo nieuw is deze discussie echt niet. Wat ik wel lastig vind is die ouderdom van de aarde van ruim dertien miljard jaar. Ik geloof dat God deze aarde zal herscheppen. Ik hoop alleen vurig dat dat niet nog eens dertien miljard jaar zal duren.’

Het moet het liefst wel binnen uw termijn als omroepvoorzitter. ‘Nou ja, zal ik eerlijk zeggen wat mijn kinderlijk geloof daarin is? In de joodse jaartelling leven we nu ergens rond het jaar 5.800. De Bijbel heeft veel met getallen. Als er één getal symbool is van de menselijke volmaaktheid dan is het 6.’

Dus over pakweg tweehonderd jaar komt de Messias? ‘Dat zou goed kunnen. In elk geval duurt het geen dertien miljard jaar meer. Dat kán niet.’

Hij leest elke dag in de Bijbel, ‘een boek dat je nooit teleurstelt’. ’s Morgens in de auto luistert hij op zijn iPod steevast naar bijbelpassages of theologische verhandelingen. Die drie kwartier op de snelweg tussen Ermelo en Hilversum vormen zijn moment van bezinning. ‘Het helpt me mijn eigen bestaan te relativeren. Ik hoef mijn identiteit niet te zoeken in mijn werk of in wat ik presteer.’

Toen Ton F. van Dijk drie jaar geleden de nieuwe zenderindeling presenteerde en daardoor onder vuur kwam te liggen, stuurde u hem als EO-directeur een mailtje: ‘Ik bid voor je.’ ‘Ja. Als christen bid je voor mensen.’

Terwijl hij toen uw opponent was. ‘Je bidt juist voor je opponenten. Het raakte me dat hij zo onder vuur lag. Er werden zelfs zwartboeken over hem bijgehouden. Dat vond ik niet fair. Daarom liet ik hem even weten: weet dat ik voor je bid. Bidden is de diepste vorm van betrokkenheid.’

Hij was de oudste van drie kinderen. Hagoort groeide op in Ermelo, waar zijn vader leraar was, en uiteindelijk conrector werd op een middelbare school. ‘Een paar jaar geleden is hij zelfs nog gepromoveerd.’ Het was een harmonieus gezin, zegt Hagoort, waar nooit echt ruzie gemaakt werd. ‘Bij ons werd het altijd opgelost met humor.’ Ze waren Nederlands Hervormd, maar zeker niet streng en gesloten. Op zondag mocht hij gewoon fietsen en televisiekijken. Hij was een rustige jongen, die graag op zijn kamer zat te lezen. ‘Ik heb nooit hevig gepuberd. Ik wilde als jongen vooral professor worden. Schrijven, met studie bezig zijn.’

Zijn ouders gaven hem mee dat hij vooral zijn eigen koers moest varen. Ooit kreeg hij een jas die van een buurjongen was geweest. Een gruwelijk wit ding met een bontkraagje. ‘Die weigerde ik aan te trekken. ‘Doe ’m nou toch maar aan’, zei m’n moeder. ‘Nee’, riep ik, ‘want dan lachen ze me uit.’ Waarop mijn moeder zei: ‘Luister Henk, als dat al zo is, dan is dat de buitenkant. Diep van binnen zullen ze respect voor je hebben dat je zo’n jas durft te dragen.’’ En dus liep hij vrolijk in die jas, heimelijk trots dat hij zoiets durfde. In die zin was hij best tegendraads, denkt hij nu. Als een van de weinigen in zijn klas was hij vóór kernwapens. ‘Ik vond niks zo leuk als het vertolken van een hopeloos minderheidsstandpunt.’ Zijn latere vrouw Karin moest in die dagen nog niet veel van hem hebben. Ze vond hem maar een rechts ventje. Vijfentwintig jaar later hebben ze samen vier kinderen. De oudste, een zoon, is 19 en studeert in Rotterdam, de drie dochters zitten nog op school. Het gaat ze goed, constateert Hagoort met merkbare trots. En ze bewaren ook nog steeds het geloof dat ze van hun ouders meekregen. ‘Dat moet je altijd toch maar afwachten; de diepste dingen in het leven kun je niet afdwingen.’

In 1994 dreigde het rimpelloze gezinsleven ruw verstoord te worden. Hun tweede dochter bleek bij de geboorte een ernstige afwijking aan de aorta te hebben. Hun huisarts was op dit specifieke onderwerp gepromoveerd, maar miste desondanks de diagnose. ‘Hij kende de kwaal alleen uit de theorie.’ Hagoort en zijn vrouw vonden hun baby wel erg hangerig, maar dat zou, dachten ze, wel aan die snikhete julidagen van die zomer liggen. ‘Haar leven is uiteindelijk gered door Karins opa, een dicht bij de natuur levende boer uit Oost-Nederland. Toen die met Karins moeder na de kraamvisite terugreed, zei hij: ‘Als er bij mij een kalfje zo bij ligt, dan haalt het de volgende ochtend niet.’ Daarop belde mijn schoonmoeder ons: ‘Het is misschien wat gek, maar opa zei’’

Dus naar de huisartsenpost. De arts onderkende de ernst van de situatie. Ze werden ogenblikkelijk doorverwezen naar het ziekenhuis, waar de artsen al stonden te wachten. ‘De boodschap was: of het is een virusinfectie bij het hart. Dan haalt ze het niet. Of het is de aorta, en dan is het erop of eronder.’ In Utrecht werd onderzocht of ze geopereerd kon worden. Hij ziet zichzelf en zijn vrouw nog wachten, een gekmakend etmaal lang. Hij kon zich niet herinneren ooit echt gehuild te hebben. Totdat hij kort daarvoor bij de baar van het gestorven dochtertje van vrienden had gestaan. ‘Daar heb ik voor het eerst van mijn leven echt gehuild. En in het ziekenhuis gebeurde het weer. Nog veel erger. Ongecontroleerd schokschouderen. Echt zo erg dat ik niet meer stoppen kon. Ik liep helemaal leeg.’

Bij de geboorte van hun vierde kind wilde de dokter beslist een echo laten maken. Rond de 22 weken, want eerder zouden ze niks kunnen zien. Maar in elk geval niet later dan 24 weken, anders zouden ze het kind nooit meer kunnen weghalen. Blazend van ergernis: ‘Voor ons is weghalen totaal niet aan de orde.’ Ze gingen expres op vakantie, om pas na ruim 24 weken in het ziekenhuis te verschijnen. De dokter kwaad. Nu zouden ze nooit meer een zwangerschapsonderbreking kunnen uitvoeren. Schamperend: ‘Zwangerschapsonderbreking het eufemisme van de eeuw. Alsof je daarna weer verder zou kunnen gaan!’ Het hartje bleek in orde. Maar toen zagen ze een andere afwijking: de vrucht had een dubbele nier, onvolgroeide urineleiders en een slechte blaas. ‘Ik schrok, maar wist: dit is niet levensbedreigend. We vroegen wel: ‘Kunt u zien of het een jongetje of een meisje is?’ Dan konden we gericht bidden voor een persoon, bewust bidden voor Marije.’

Wat hebt u toen tegen God gezegd? Als dit goed komt dan zal ik mijn verdere leven dit of dat doen? ‘Nee. Dat is heidendom. God bezweren met rituelen en offers, dat kan niet. Ik heb mezelf beloofd dat mijn werk nooit belangrijker zou zijn dan mijn gezin. Mijn vrouw en kinderen staan samen met mijn geloof met stip bovenaan. Toen mijn schoonvader op sterven lag, hebben wij weken aan zijn bed gestaan en bij hem gewaakt. Toen drong het weer eens goed tot mij door. Er is maar één ding werkelijk belangrijk in het leven: dat er mensen om je bed heen staan als je doodgaat.’

Uiteindelijk kwam het met beide dochters in orde. Al heeft Hagoort er wel een extra grote angst aan overgehouden om een kind te verliezen. ‘Nu onze oudste in Rotterdam studeert, vergt het oefening om te denken: hij is vannacht om half vier van de sociëteit naar huis gefietst, en dat is heus wel goed gegaan. Een jaar geleden waren we een nachtje weg. Bas was alleen thuis. Om elf uur stuurden we een sms’je: ‘Welterusten.’ Er kwam niets terug. Bellen. Geen gehoor. Ook niet op z’n mobiel. Dan maar z’n vriend bellen. ‘Ja, hij is hier wel weggegaan.’ Op zo’n moment slaat de schrik me om het hart. Ik ga dan wel zo ver dat ik tegen die vriend zeg: ‘Rij alsjeblieft even bij hem langs.’ Dan is er toch altijd even die paniek.’

Zijn werk mag dan niet op de eerste plaats komen, Hagoort heeft een imposante carrière achter de rug. Programmamaker en omroepdirecteur en nu, op zijn 44ste, de machtigste man van Hilversum. Het is, zeggen ingewijden, niet meer dan logisch dat Hagoort na zijn huidige baan probleemloos over zal stappen naar Den Haag. Het CDA zou hem op termijn graag op een mooie post in het kabinet zien. Nou, dan hebben ze pech gehad. ‘In de politiek word je pas echt geleefd. Ik wil niet de slaaf van mijn werk worden.’

Uw vrouw zei: ik heb met Henk de afspraak dat ik dat niet ga meemaken.’ ‘Ja, dat is zo.’ Balkenende hoeft u niet te bellen? ‘Het is altijd strelend om gevraagd te worden. Maar die afspraak met Karin stáát.’

Wel frappant dat die stille jongen uit Ermelo uiteindelijk toch een man van de wereld geworden. ‘Nee. Ik ben een man in de wereld. Zeker niet van de wereld. Nee joh, dat zou niet goed zijn. Om dat te voorkomen heb ik die iPod aan.

cv Henk Hagoort

geboren 26 januari 1965, in Rhoon

burgerlijke staat getrouwd, vier kinderen

opleiding

1983, gymnasium Harderwijk

1989, geschiedenis Rijksuniversiteit Utrecht (cum laude)

loopbaan

1989 docent cultuurgeschiedenis Evangelische Hogeschool, Amersfoort

1992 medewerker documentaires EO

1993 hoofd informatieve programma’s EO

1997 managementteam EO

2000 directeur EO vanaf juni 2008 voorzitter raad van bestuur Nederlandse Publieke Omroep

Meer over