Helikopter Ben strooit weer geld

Amsterdam Tot vandaag kwart over twee 's middags Amerikaanse tijd staat de wereldeconomie stil. Als de verkiezingsuitslag is verwerkt, gaat de Amerikaanse centrale bank bepalen hoeveel dollars de virtuele geldpersen van die Fed de komende maanden gaan drukken.

Robert Giebels

Alle financiële markten houden tot die mededeling de adem in. Per slot gaat het om, nog altijd, de belangrijkste munt ter wereld. Olie bijvoorbeeld wordt afgerekend in dollars. En alleen de Amerikanen kunnen nieuwe maken.


Honderden miljarden dollars die er eerst niet waren, worden in de economie gepompt. Dat is zeker. En die zekerheid is meteen ook een probleem. Want al sinds augustus anticiperen de beurzen op wat er woensdag gaat gebeuren. Daarmee is het positieve effect van de zogenoemde quantitative easing weg en kan deze kwantitatieve monetaire verruiming alleen maar tegenvallen.


Hoeveel miljarden dollars erbij komen en over welke periode deze worden uitgesmeerd, dat is onzeker. Wordt het 500 miljard over zes maanden, zoals de meeste marktvorsers verwachten? Of een schok van 1.000 miljard in drie maanden? En wat gebeurt er dan? Gaat Japan om concurrerend te blijven de koers van zijn yen omlaag duwen? En slaat Groot-Brittannië met zijn pond ook aan het verruimen? Krijgen we kortom een heuse valutaoorlog?


Het is de tweede keer dat de Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, aan quantitative easing doet - vandaar het marktjargon voor het besluit van woensdag: QE 2.


Het is niet zo dat de Fed in Washington belt met het Bureau of Engraving and Printing om de hoek en opdracht geeft 500 miljard dollarbiljetten bij te drukken. De Fed creëert dollars uit het niets. De centrale bank schept geld door op de financiële markt staatspapier te kopen. Of in obligaties verpakte hypotheekleningen. De Fed kocht vooral van dat laatste veel na het begin van de kredietcrisis. Sinds september 2008 heeft de centrale bank zijn balans 1.700 miljard dollar opgetrokken. Oftewel: 1,7 biljoen dollar virtueel bijgedrukt.


Monetaire verruiming is gebaseerd op economische theorieën. Of het gaat werken, is een kwestie van hopen. Economie is geen exacte wetenschap. Quantitative easing leidt dan ook tot een volmaakte scheiding der geesten. Voor- en tegenstanders verkondigen met evenveel fanatisme het komende slagen of falen van QE 2.


Beurzen en banken zijn vóór: hoe meer nieuwe dollars, hoe liever. Al dat geld maakt lenen goedkoper. En meer krediet betekent meer economische activiteit, dus groei. Uiteindelijk moet dat de hoge werkloosheid van 9,6 procent een halt toeroepen.


De Fed kan dit allemaal niet meer met een lage rente stimuleren, want die is nagenoeg nul. Dus moet de centrale bank wel geld bijdrukken.


Tegenstanders vinden dat de Fed met het bijdrukken van geld het ene gat met het andere vult, terwijl het echte probleem onaangeroerd blijft. En dat is dat een flink deel van de Amerikaanse economie niet benut wordt. Amerika produceert 93,5 procent van wat het land kan produceren. Dat gat is niet te vullen met goedkopere, nieuwe dollars, maar met economische hervormingen, zeggen tegenstanders van de geldpersmethode.


Ze wijzen erop dat die methode de eerste keer niet heeft gewerkt, anders was nu geen tweede operatie nodig geweest. De Fed kan de geldpers wel aanzetten, maar niet elke dollar de voor economische groei gewenste richting op sturen, zo bleek bij QE 1. Dat de prijzen omhoog gaan, is wat de Fed wil. Maar prijzen waarvan? Zijn dat huizen, dan kan de Fed zo maar een nieuwe zeepbel op de Amerikaanse woningmarkt veroorzaken.


Een beetje inflatie is de bedoeling, maar critici vrezen dat door de grote monetaire verruiming de geldontwaarding gierend uit de hand loopt. Ze geloven niet dat de Fed het beest dat ze vrijlaten, tijdig kan temmen. Want er komt een moment dat al het nieuwe geld weer uit de economie gehaald moet worden, zodra die op eigen kracht verder kan. Die zogenoemde exitstrategie wordt na woensdag moeilijker te realiseren voor de Fed. In plaats van 1.700 miljard moet de centrale bank misschien wel 2.700 miljard dollar terughalen. Doet de Fed dat te laat, dan is de inflatie zo groot dat Zimbabwaanse toestanden dreigen.


Fed-president, hoogleraar en Grote Depressie-kenner Ben Bernanke neemt vandaag een besluit waarvan hij (en overigens niemand) exact de gevolgen kan voorzien. Dat is Bernanke wel toevertrouwd. Hij legde in 2002 uit hoe hij de hoeveelheid dollars op het gewenste niveau houdt. Desnoods, zei hij, gooi je het geld uit een helikopter. Sindsdien is zijn bijnaam Helikopter Ben.


Meer over