'Helemaal uit je dak gaan' lijkt bijna wekelijkse routine

'Wij willen tieten zien!', zong dartsclub In d'n Herberg uit Someren terwijl de vrouwelijke preses van de dartsbond een toespraak wilde houden....

PETER GIESEN

Van onze verslaggever

Peter Giesen

AMSTERDAM

'Daar moet op gedronken worden, hi, ha, ho!', scandeerden tennisfans begin januari, elke keer als Richard Krajicek een punt scoorde. Het eertijds zo deftige tennis werd tijdens de Open Australische kampioenschappen opgeluisterd door uitbundige mannen in oranje jurken, pruik op het hoofd, blikje bier in de hand.

Vandaag barst, vooral in de zuidelijke provincies, het carnaval los. Maar wat eens een jaarlijks hoogtepunt was - 'helemaal uit je dak gaan' - lijkt nu bijna wekelijkse routine. Stappen op het Rembrandtplein, een vrijgezellenpartij, loos gaan bij de dames Rockbitch, een schaatswedstrijd in Thialf, Koninginnedag: men kan er schreeuwen, zuipen en voor eventjes ieder decorum uit het oog verliezen. De Nederlandse cultuur, die altijd bekend stond als sober en matig, is in rap tempo 'gecarnavaliseerd'.

'We lijden aan stress, moeten elke dag aan een heleboel normen voldoen. Wie altijd heel hard bezig is, moet ook heel hard ontspannen', denkt historica C. Wijers van het Meertens Instituut voor volkskunde.

'De meeste mensen leiden een heel geordend leven, waardoor een grote behoefte bestaat om eens uit de band te springen. En anders dan in de

jaren vijftig hebben zij daar vrije tijd en geld voor', zegt socioloog P. Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Toch kan het feestgewoel niet louter beschouwd worden als een psychologische reactie op een stressvol bestaan, meent hij. 'Mensen willen ook uitdrukking geven aan hun eigen identiteit. Dat zie je bij

sportwedstrijden, maar ook bij manifestaties van minderheidsgroepen, zoals Roze Zaterdag of de Gay Parade, die een heel carnavaleske stilering hebben', zegt Schnabel.

In de hoogtijdagen van de verzuiling waren er talloze mogelijkheden om die identiteit collectief uit te dragen. Katholieken gingen op bedevaart, socialisten dansten rond de meiboom op de Paasheuvel. Schnabel: 'Veel van die collectieve manifestaties zijn verdwenen en worden langzamerhand vervangen door nieuwe uitingen van saamhorigheid.'

Die nieuwe rituelen zijn sterk beïnvloed door de media. Het carnavalesk aanzien van de sporttribune wordt aanzienlijk bevorderd door de aanwezigheid van televisiecamera's. 'Waarom ga je met een oranje jurk op de tribune zitten? Omdat je anders niet op de tv komt', zegt Schnabel.

De opmars van het carnavaleske lijkt in strijd met wat altijd als de Nederlandse volksaard werd gezien. Toch heeft die vermeende somberheid de Nederlander niet altijd aangekleefd, zegt R. Dekker, historicus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In de Gouden Eeuw stonden wij bekend als de lolbroeken van Europa. In een Hollandse herberg, daar kon je nog eens echt lachen, schreven reizigers in hun verslagen. Het enige nadeel was dat die Hollanders niet van ophouden wisten, waardoor je soms met pijnlijke kaken naar bed ging.

De Nederlanden kenden echter ook een sterke religieuze onderstroom. Al in de Middeleeuwen predikten Geert Groote en Thomas ... Kempis de ascese, zegt Dekker, terwijl sommige vrouwen zich voor de rest van hun leven in de kerk lieten inmetselen. Pas tegen het einde van de zeventiende eeuw werd de, inmiddels protestantse, aanval op de lolligheid met succes bekroond. Nergens in de bijbel staat immers dat

Jezus heeft gelachen, verkondigden dominees vanaf de kansel.

Vanaf de achttiende eeuw staan Hollanders bekend om hun calvinistische levenshouding. Dat verandert pas in de jaren zestig van deze eeuw. De welvaart creëert een nieuwe wereld, waarin oude deugden als soberheid en discipline plotseling van minder belang lijken. In een paar decennia wordt een lange traditie van ernst overboord gezet. Niet alleen in Nederland, maar ook in andere 'koele'

landen. Bij het tennis in Australië waren ook geel-blauw beschilderde

Zweden van de partij, compleet met plastic vikinghelmpjes.

Het carnavaleske mag echter niet verward worden met het echte carnaval, vindt historica Wijers, geboren in Roermond en zelf verwoed

vastenavondvierder. 'Het carnaval is meer dan een verkleedpartij. Het

is een ritueel dat op de elfde van de elfde begint en op aswoensdag eindigt. Er horen ook allerlei vaste rituelen bij: als de prins binnenkomt, gaat iedereen staan om het carnavalslied te zingen. Die warming-up is heel belangrijk.

'Tegenwoordig moet ik die overslaan, omdat ik niet meer in het zuiden

woon. Maar dan vind ik het heel moeilijk om meteen de eerste avond de

knop om te zetten en me helemaal in het feestgewoel te storten.'

Meer over