Heldoorn stram maar beredeneerd naar zilver

Behoedzaam en achterstevoren daalde Frank Heldoorn de paar kadetreden af naar de chique salonboot waarop de dopingcontrole zou plaatsvinden. Verstijfde spieren in de bovenbenen stonden de verrassende nummer twee van de triathlon van Almere vlak na afloop geen vlotte loop meer toe....

Van onze medewerker Peter Bruin

De viervoudig Nederlands kampioen maalde niet om het ongemak. 'Ik ben alleen maar heel gelukkig', mompelde hij tussen wankele pasjes door met een van pijn vertrokken gelaat.

Twee jaar geleden was Heldoorn gestopt en nu met de trainingsintensiteit van een recreant weer op gang gekomen. Hij zette er het hele deelnemersveld mee te kijk. Behalve Gerrit Schellens dan, maar de Belgische supertriat-leet is nu eenmaal van uitzonderlijke klasse.

Na 3.8 km zwemmen en 180 km fietsen begon Heldoorn met een aantrekkelijke voorsprong van veertien minuten aan de afsluitende marathon. Maar juist dat onderdeel is het beste van Schellens. De matrassenmaker uit Lommel is bovendien een slimme jongen die al lang in de gaten had dat zijn concurrenten Heldoorn en Nederlands kampioen Guido Gosselink 'op de fiets iets te rap hadden gekoerst. Dat bekoop je met lopen. Ik heb me gedeisd gehouden en zei tot mezelf, er volgt naderhand nog een marathon.'

Lange tijd ging Heldoorn ervan uit dat het verschil toereikend zou zijn om net als in 1995 en 1997 als eerste te kunnen finishen. Maar lopend zonder klokje en hartslagmeter zoals de overige atleten, 'ik doe het op gevoel', maakte Schellens per kilometer bijna 25 seconden van zijn achterstand ongedaan. 'Voor Helsloot en Gosselink was ik niet bang. Ik weet dat ik goed kan lopen. Voor mij valt een achterstand van tien, vijftien minuten op hen nog wel goed te maken.'

Nadat er 33 winderige kilometers voorbij waren en Heldoorn 4.47 uur aan de leiding had gelopen ging Schellens soepel over hem heen. Vergeefs probeerde Heldoorn nog aan te klampen. 'Die gozer loopt zo hard het nodig is. Eerst haalt hij me in maar ik pik nog aan. Hij kijkt om, ziet dat hij ietsje harder moet, versnelt en dan is ie gewoon weg.'

Twee minuten nadat Schellens in 8.21.53 nog zo fris als een hoentje en net als vorig jaar als eerste de meet was gepasseerd, kwam Heldoorn binnen als goede tweede. De strijd onderweg was heel anders verlopen dan hij zich had voorgesteld. Zwemmen in het Gooimeer ging beter dan verwacht en de droomvoorsprong die hij na het fietsen in de Flevopolder had opgebouwd was veel meer dan vooraf op was gerekend. Dat het nog mis ging deed niets af aan de uitgestippelde tactiek.

'Met mijn matige loopvoorbereiding zit ik op de marathon op een schema van twee uur en 54 minuten', zei Heldoorn. 'Ik ging ervan uit dat Schellens dezelfde tijd zou lopen als vorig jaar. Dan had hij het net niet gehaald. Maar vandaag was het voor hem nodig om nog iets sneller te zijn en dan doet hij dat.'

Twee jaar geleden stopte Heldoorn met de wedstrijdsport, maar al snel bleek dat hij niet zonder kon. Dit seizoen is hij weer begonnen, alleen anders dan vroeger. 'Noem mij een actief recreant. Naast mijn werk van vijf dagen per week in een sportzaak en de tijd die ik besteed aan het gezinsleven train ik twaalf tot vijftien uur in de week. Voor triathlon is dat niet al te veel.'

Ondanks de beperking eindigde Heldoorn (33) in mei van dit jaar als zevende bij het WK triathlon lange afstand op Ibiza. Het leverde hem weer de A-status op van het NOC* NSF. Hij won een wedstrijd in zijn woonplaats Huizen en eind juni veroverde hij achter Guido Gosselink en Casper van den Burgh de derde plek bij de nationale titelstrijd in Stein.

De fraaie tweede plek in Almere was het gevolg van berekenend en beredeneerd koersen, meent Heldoorn. 'Ik heb inmiddels veel verstand van trainen, periodiseren en verzorging tijdens de wedstrijd. Dit bij elkaar maakte dat ik deze prestatie kon leveren.'

Hij deelt de kennis met anderen. Op afstand verstrekt hij trainingsschema's aan zo'n 80 triatleten, onder wie nationaal kampioene Sione Jongstra.

Nog steeds een beetje stijfjes schuifelt Heldoorn na de dopingcontrole over de loopplank. 'Je kunt het zo zeggen, mijn motor is nog goed maar de carrosserie wat minder. Aan het eind van een wedstrijd gaat alles zeer doen.'

Meer over