Heldhaftig met de pen

Ian Fleming, de bedenker van James Bond, werd honderd jaar geleden geboren. In het Imperial War Museum in Londen is de wordingsgeschiedenis te zien van de thrillerfiguur en zijn maker....

Paul Depondt

James Bond is een silhouet, wellicht – naast Sherlock Holmes – een van de meest onmiddellijk herkenbare personages uit de thrillerliteratuur. Er is een ongekende Bondcultus. Boeken en films over de geheim agent zijn nog steeds populair. Bond is een label, een merknaam. Zo figureert hij ook in de aftiteling van de films, op de omslagen van de boeken, op de displays in de winkels en op de verpakking van talloze gadgets. Hij is een icoon met een hele reeks karakteristieken, hebbelijkheden en eigenaardigheden die iedereen vrij vlug voor de geest kan halen: de koele en meedogenloze spion, de gentleman, de gokker, de held én de onverbeterlijke vrouwenverleider.

Misschien wel de halve wereldbevolking heeft ooit een keer een Bond-film gezien, zeggen de curatoren van For Your Eyes Only, de grote expositie in het Londense Imperial War Museum naar aanleiding van het honderdste geboortejaar van Ian Fleming, de spionageschrijver die dat profiel van de geheim agent 007 in zijn thrillers heeft vormgegeven. Fleming stond meteen al een discreet iemand voor ogen: ‘a man who was only a silhouette’.

Wie over Bond leest, zei Fleming, moet met luttele gegevens zich een beeld kunnen vormen van wie die man nu eigenlijk is. Bond is een soort figuur ‘die de lezer kan aankleden zoals hij hem tekent in zijn of haar verbeelding’. Paradoxaal genoeg is hij op den duur – ongetwijfeld meer door de films dan door de boeken – een geheim agent geworden met een uitgesproken profiel. We weten hoe hij zich kleedt, we kennen zijn smaak, zijn drink- en eetgewoonten. James Bond krijgt gaandeweg zelfs uiterst gedetailleerde gelaatstrekken en een heel eigen karakter.

Pas in From Russia With Love, zijn vijfde boek, geeft Fleming een beschrijving van zijn held. Een paar kaalhoofdige Russische generaals staan gebogen boven een foto van de ‘secret agent’. Hij heeft een donker, scherp gezicht dat op de door de zon gebruinde rechterwang een wit litteken van zeven centimeter lang vertoont. De ogen, onder tamelijk lange, zwarte wenkbrauwen, zijn groot en koel. Het haar is zwart, links gescheiden, en achteloos geborsteld, zodat er een dikke zwarte lok over de rechter wenkbrauw valt. Hij heeft een vrij lange, rechte neus en een korte bovenlip waaronder een harde mond. Zijn kaaklijn is recht en sterk. Hij draagt blijkbaar – dat kun je op de foto niet helemaal zien – een donker kostuum, een wit overhemd en een zwart gebreide das.

Op de foto’s van Fleming, die je nu in het Imperial War Museum kunt zien, herken je diezelfde kenmerken in de gezichtstrekken van de schepper van Bond: de lange neus en de harde mond. In dat vijfde boek trouwens laat hij een vergiftigde Bond op een wijnrood tapijt in elkaar zakken, alsof Fleming plots geschrokken is van zijn alter ego, van het spiegelbeeld waarin hij zichzelf herkent. Is dit Fleming, het model van zijn eigen sex and shopping novels?

De tentoonstelling toont het echte verhaal, de wordingsgeschiedenis van de thrillerfiguur, maar ook van de schrijver Fleming die uit verveling en door huwelijksperikelen naar de pen grijpt. Op een ochtend, 17 februari 1952, gaat hij zitten aan zijn schrijftafel in zijn buitenhuis Goldeneye op Jamaica, met een riant uitzicht op het water, en tikt de beginregel van Casino Royale waarin hij de sfeer van een casino oproept. Tegen de lunch had hij al 2.000 woorden, tegen 18 maart – wanneer hij het slot aan het tikken is – al 60.000 woorden.

Tijdens zijn terugkeer naar Londen, waar hij als journalist werkt, laat hij het typoscript door een vriendin lezen die hem afraadt het onder zijn eigen naam te publiceren. Hij laat het nog door een vriend lezen, een dichter, die het boek aan de beroemde uitgever Jonathan Cape bezorgt. Deze wil het na veel aarzelingen wel uitgeven ‘omdat zijn broer Peter Fleming zo’n goed reisschrijver is’. Het boek zelf vindt hij eigenlijk waardeloos.

Dat verhaal kun je nalezen in alle biografieën en Bond-studies, maar klopt het wel? Het Imperial War Museum laat je weliswaar authentieke spullen en parafernalia uit zijn buitenhuis zien, het bureau en de tikmachine, maar zet tegelijk ook veel vraagtekens bij de ontstaansgeschiedenis van Bond. Niet zo maar uit verveling heeft Fleming zich aan het schrijven gezet, hij wílde wel degelijk een succesvol auteur worden, al tijdens zijn studiejaren in Eton en Sandhurst.

Hij had later zelf jarenlang aan speeltafels gezeten, net als zijn romanfiguur, had ook goed gedronken en gegeten, en op partijtjes talloze vrouwen versierd. Hij was journalist bij Reuters, was op een blauwe maandag een weinig succesvolle bankier en vervolgens een falende beursmakelaar. Tijdens de oorlog was hij een ‘kantoorklerk in uniform’ die in Londen bij de Navy valstrikken bedacht om de Duitsers te verschalken, maar hij vond uiteindelijk opnieuw emplooi in de journalistiek. In alles wat hij schreef, kon je sporen vinden uit dat ietwat slordige bestaan dat hij tot dusver had geleid.

Maar de heldhaftigheid die hij na zijn eerste successen als schrijver uitstraalde, was bluf. Een held is hij nooit geweest, ook geen ‘man van het terrein’. Het schrijven van een boek was voor hem de zoveelste manier om aan het geld te komen waarmee hij de luxe kon betalen die hij zich als een telg van de dynastie van de Flemings veroorloofde.

Toch kom je er niet helemaal uit. Op de fraai vormgegeven expositie zijn niet alleen gadgets uit de films te zien, affiches en boekomslagen, manuscripten en briefwisselingen, parodieën en prullaria uit de Bond-shops, kostuums die de acteurs droegen – de bikini van Halle Berry of het bebloede overhemd van Daniel Craig – of foto’s van de schrijver op de filmsets, maar ook allerlei curiosa uit het nooit helemaal opgehelderde oorlogsverleden van Fleming. Het is tegelijk een biografische én een mythologiserende opstelling.

Je krijgt in een tentoonstellingsvitrine een kaartje te zien dat Stalin eigenhandig ondertekend heeft en waarin hij een interview weigert met de naar Moskou uitgestuurde journalist Fleming. In een andere kast ligt een door Fleming tijdens de oorlogsjaren opgestelde blauwdruk voor het Office of Strategic Services, zeg maar de voorloper van de CIA. Je ziet foto’s van de sportieve student in Eton, van de latere drinkpartijen op Jamaica waar hij elk jaar twee maanden verbleef en zijn boeken schreef, notities en plannen uit zijn zes jaar ‘spionagewerk’ bij de Naval Intelligence Division, en vooral ook memorabilia uit de exotische landen die hij bezocht.

Ook al is veelvuldig gespeculeerd over wie model stond voor Bond, of voor de andere personages uit zijn boeken, uiteindelijk krijg je ook hier weer het omslag te zien van Field Guide of Birds of the West Indies, geschreven door de ornitoloog James Bond die Fleming nog in 1962 opzocht. De tentoonstelling geeft vooral ook een beeld van de tijd waarin Fleming schreef, de Koude Oorlog. Hij wilde het blazoen oppoetsen van de Britse inlichtingendienst die in die tijd nog maar weinig voorstelde. Zijn boeken kregen algauw ook succes in de Verenigde Staten. President Kennedy las ze gretig. Hij was een absolute fan van James Bond. Kennedy ontmoette Fleming in 1960.

Er gingen zeker meer dan honderd miljoen boeken over de toonbank. Bond is legendarisch en spreekt meer dan een halve eeuw na het eerste boek Casino Royale nog steeds tot de verbeelding. Na de dood van Fleming, die in 1964 op 56-jarige leeftijd stierf aan een hartaanval, bleef Bond alive and kicking in de boeken en bewerkte filmscripts van Robert Markham (pas na de herdruk ‘ontmaskerd’ als Kingsley Amis), John Gardner, Raymond Benson en Charlie Higson, maar ook Samantha Weinberg (Kate Westbrook) met The Moneypenny Diaries, waarin de secretaresse van het hoofd van de Britse inlichtingendienst figureert, Miss Moneypenny, die verliefd is op Bond, maar een zeer bescheiden rol speelt in de films en nog bescheidener in de boeken. De Bond-mania heeft de schrijver, maar vooral ook de erven Fleming, geen windeieren gelegd. Het ziet ernaar uit dat James Bond nog een heel lang leven is beschoren – ook al had Fleming hem reeds in 1957, tijdens een moment van vertwijfeling , of omdat hij iets anders wilde, in misschien wel zijn beste boek From Russia With Love al willen laten sterven.

Meer over