'Held van de armen' Estrada beëdigd als president van Filipijnen

De Filipijnen hebben hun eigen Ronald Reagan: Joseph Estrada, een oude filmster, die gisteren tot president is beëdigd. De gewone mensen geloven in hun held, maar de rijke en machtige elite ziet niets in Estrada....

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM

In een historisch decor is de filmheld-op-leeftijd Joseph Estrada (61) dinsdag beëdigd als president van de Filipijnen. Samen met zijn voorganger Fidel Ramos, die hij de laatste zes jaar heeft gediend als vice-president, liet Estrada zich in een koets met paarden naar Malolos rijden, even ten noorden van de hoofdstad.

Daar, in de kerk waar honderd jaar geleden enkele Filipijnse opstandelingen de onafhankelijkheid uitriepen met de bedoeling na 333 jaar een einde te maken aan de Spaanse koloniale overheersing, wachtten de genodigden - de heren in geborduurde barong-shirts, de dames in de traditionele Filipijnse japon met de opstaande pofmouwen.

Onder de hoge gasten waren er maar weinig die op Estrada hadden gestemd. 'Erap', zoals Joseph Estrada in de volksmond heet, is de eerste president van de Filipijnen die niet afkomstig is uit een politieke dynastie. Zijn voorganger Ramos is een neef van de in 1986 verdreven president Marcos. En de vrome Corazon Aquino, de vrouw die na Marcos' aftocht als tussenpaus fungeerde, was weduwe van een invloedrijke oppositieleider en zelf afkomstig uit een machtige familie van suikerplanters.

De rijke elite heeft altijd neergekeken op de corpulent geworden filmheld met zijn Elviskuif. Ook toen Estrada, die op het hoogtepunt van zijn filmroem overstapte naar de politiek, al lang en breed tot vice-president was gekozen, werden er nog steeds grappen verkocht over het gebrekkige Engels van de man die zijn schoolopleiding niet had afgemaakt. Engels (of liever: Amerikaans) is in de Filipijnen de voertaal van de welgestelden, die hun huis en hun leven graag inrichten naar het patroon van een ouderwetse Hollywoodfilm.

Maar Estrada laat hun minachting langs zijn koude kleren afglijden. Na zeventien jaar als burgemeester van een voorstad van Manilla, zes jaar als senator en zes jaar als vice-president weet Estrada dat de stemmen die hij nodig heeft niet van de rijken komen, maar van de gewone mensen. Voor hen speelt de oude acteur zijn rol van onvermoeibare rokkenjager en drinkebroer.

Hij vertelt de gewone mensen wat ze horen willen. 'Tot nu toe heeft de economie het meeste dividend afgeworpen voor de grootste aandeelhouders,' zei hij enkele uren na zijn beëdiging in Manilla, waar hij zijn eerste officiële toespraak als president afstak in een gigantisch park. 'Waarom zouden de gewone mensen er nu niet eens van meeprofiteren? Moeten we onze vooruitgang dan altijd maar afmeten aan de golfbanen van de rijken?'

In het park werden vijfduizend varkens en nog veel meer kippen geroosterd. Niemand zal meer honger lijden in de Filipijnen, had Estrada gezegd. Het lijkt een loze verkiezingsbelofte, want maar liefst 35 procent van de bijna zeventig miljoen Filipijnen leeft in bittere armoede. Bovendien verkeert heel Oost-Azië sinds een jaar in een vooralsnog uitzichtloze economische crisis.

Maar Estrada heeft het tij mee. Het is de grootste trots van zijn voorganger, Fidel Ramos, dat de altijd zo achterlopende Filipijnen niet langer bekendstaan als 'de zieke man van Azië' en sinds enkele jaren een voorzichtige economische groei kennen. 'Toen de trammelant ons land bereikte, was de Filipijnse economie al goed op streek. Gelukkig hadden we ons bankwezen al een paar jaar geleden gereorganiseerd, dus we hebben een betere kans om deze crisis te doorstaan dan de andere landen,' zei Ramos gisteren in een afscheidsinterview met de International Herald Tribune.

Estrada's aanhangers hopen dat de nieuwe welvaart niet het privilege van de machtige families blijft, maar dat ook landloze boeren en werklozen er baat bij zullen hebben. Van de sinds jaar en dag beloofde landhervormingen is onder president Ramos nog weinig terechtgekomen. Alleen land dat in overheidsbezit was is overgedragen aan kleine boeren, het particuliere grootgrondbezit is nog vrijwel onaangetast.

Estrada heeft het ministerie van Landhervorming nu toevertrouwd aan Horacio Morales, een man die zijn sporen heeft verdiend als leider van het linkse Nationaal Democratisch Front en een niet-gouvernementele organisatie voor plattelandsontwikkeling. En een team van 31 economische adviseurs - onder wie academici, bankiers en zakenlieden - moet ervoor zorgen dat de soms nogal goedkoop klinkende beloftes van de held van het witte doek ('groei met gelijkheid' en 'economische democratie') enig realiteitsgehalte krijgen.

De nieuwe minister van Financiën, oud-bankdirecteur Egardo Espiritu, probeert de droom van de president te vertalen in concrete maatregelen. Zo wil hij een 'fiscale Gestapo' inzetten om een halt toe te roepen aan de nationale sport van het belastingontduiken. Staatsbedrijven als de kerncentrale in Bataan zullen aan de hoogste bieder worden verkocht en de grote familiebedrijven zullen worden 'aangemoedigd' aandelen uit te geven.

President Estrada zelf wil zo snel mogelijk het 'ontwikkelingsfonds' van het Congres afschaffen, waaruit senatoren en afgevaardigden miljoenen peso's putten voor de aanleg van wegen of electriciteit in hun eigen kiesdistrict. Nu is gebleken dat 40 procent van het geld in diverse broekzakken verdwijnt, vindt Estrada algemeen bijval voor zijn plan het fonds op te doeken. Er is één maar: krijgt de president ook de steun van het Congres?

Meer over