Held of lafaard?

FBI-man Mark Felt was de Deep Throat in het Watergate-schandaal . Haat jegens Nixon was zijn drijfveer...

Door Jan Tromp

Mark Felt heeft bekend.

Hij was Deep Throat. We zagen een stokoude, lieve man, die door de rollator en zijn dochter, ook al op jaren, naar de deuropening van zijn woning werd geholpen. Hij lachte en stak een hand op. Is dit nou zoals een Deep Throat eruitziet? Het tafereel had iets van een desillusie.

'Ik ben die jongen die ze Deep Throat noemden.' Het is niet helemaal duidelijk waarom de 91-jarige na bijna 33 jaar zwijgen alsnog de betoverende woorden uitsprak. Eigenlijk is het helemaal niet duidelijk. Is het toch de zucht naar erkenning, in het voorportaal van de dood? Zitten zijn kinderen erachter? Willen deze het schitterende nieuws soms cashen?

'Bob Woodward krijgt alle glorie', heeft de dochter niet geheel bezijden de waarheid opgemerkt. 'Wij zouden er ten minste genoeg geld aan moeten overhouden om wat openstaande rekeningen te betalen, zoals de oplopende schuld voor de opleiding van de kinderen.'

Het is een ordinair motief om een ban te breken, al wordt daar in Amerika al snel begripvoller over geoordeeld. Mark Felt heeft steeds te kennen gegeven dat hij zijn verraad aan de codes van zijn dienst, de FBI, en aan de loyaliteit met zijn baas, de president, geheim wilde houden. Daar hield hij tot in het leugenachtige aan vast.

Al in mei 1992 kwam het tijdschrift Atlantic Monthly met een goed gedocumenteerd zoektocht naar de ware identiteit van Deep Throat. Veel wees in de richting van Felt. Er was één dwingende reden op zoek te gaan naar anderen. Felt ontkende in alle standen: 'Ik heb nimmer informatie gelekt naar Woodward en Bernstein of iemand anders.'

Begin deze week bleek Felt niet meer te hechten aan geheimhouding. Daarmee is voor Woodward en Bernstein, de Washington Postverslaggevers die president Nixon opjaagden tot over de rand van het ravijn, het hardnekkige zwijgen over hun allerbeste bron zinloos geworden.

Nu kan het jongensboek helemaal open.

In The Washington Post van gisteren gaf Woodward een fascinerende beschrijving van de technische instructie die hij meekreeg voor de ontmoetingen met Felt. Deze waren meestal om twee uur ' s nachts in een ondergrondse parkeergarage in Arlington, Virginia, net buiten Washington.

Felt, ten tijde van Nixon feitelijk de tweede man van de FBI, was scrupuleus. Hij lekte uit overtuiging, maar in de stilte van de nacht. Hij arrangeerde zijn ontmoetingen met Woodward als een operatie van zijn eigen geheime dienst.

Hoe Woodward zijn appartement verliet? Met de lift. Is er een trap aan de achterkant van het gebouw? Ja. Neem die dan. Komt die uit op een steeg? Ja. Neem de steeg. Gebruik niet je eigen auto. Neem een taxi. Stap uit enkele straten verwijderd van een hotel met nachttaxi's. Neem daar een Mark Felt in 1958. tweede taxi. Laat je niet afzetten direct bij de parkeergarage. Wandel de laatste paar straten. Ga niet de garage in als je gevolgd wordt. Ik zal het begrijpen als je niet komt opdagen.'

Felt haatte het Witte Huis en de lui die er de lakens uitdeelden.

Hij was jong begonnen in de FBI, was overgeplaatst van stad naar stad, van San Antonio naar Houston naar Kansas City en nog wat plaatsen en was ten slotte, in 1962, naar Washington gehaald, naar het hoofdkwartier. Daar klom hij op tot plaatsvervangend directeur. Hij had de dagelijkse leiding. Hij wist van elke hoed, van iedere rand.

Directeur was J. Edgar Hoover. Bijna vijftig jaar lang had deze legendarische figuur de Amerikaanse

binnenlandse veiligheidsdienst gemodelleerd naar zijn eigen beeld en gelijkenis. Geen Amerikaanse president kwam daartussen. Presidenten komen en gaan, Hoover zou altijd blijven bestaan – dat was de zelfgeconstrueerde werkelijkheid elt heeft in 1979, zes jaar nadat hij de dienst verliet, zijn memoires gepubliceerd. Daarin omschrijft hij zijn baas en leermeester als 'charismatisch, opvliegend, charmant, kleingeestig, reusachtig, grandioos, briljant, vol eigenwaan, arbeidzaam, formidabel, meelevend, dominerend'.

Woodward schreef gisteren over Felts bewondering voor Hoover: 'Hij waardeerde de wijze waarop hij de dienst leidde, met strenge procedures en ijzeren vuist.' Hoover maakte van de FBI een trotse, onafhankelijke club en Felt rekende het tot zijn verantwoordelijkheid de traditie hoog te houden.

Hoe anders was zijn waardering voor het Witte Huis. Woodward: 'Hij zei dat de politieke druk (vanuit het Witte Huis, red.) enorm was, zonder specifiek te worden. Ik geloof dat hij het corrupt en kwaadaardig noemde. Hoover, Felt en de oude hap vormden de muur die de FBI beschermde, zei hij .

'Er is amper twijfel dat Felt de club van Nixon beschouwde als nazi's.'

Felt kreeg op zijn manier zijn gelijk aangereikt toen op 2 mei 1972 Hoover in zijn slaap overleed. Het had voor de hand gelegen als Felt hem was opgevolgd. 'Ik zou geen bezwaar hebben gemaakt', heeft hij er later over gezegd. Maar binnen 24 uur benoemde het Witte Huis een buitenstaander, de plaatsvervangend minister van Justitie, Patrick Gray. Het was het signaal dat Nixon een eind wilde maken aan het zelfbestuur van de F BI.

Zes weken na de dood van Hoover kreeg Felt het bewijs geleverd voor deze veronderstelling. Op 17 juni 1972 was er de inbraak in het Democratische hoofdkwartier in het Watergategebouw. Vijf man werden ingerekend, al direct was er het vermoeden dat ze op pad waren gestuurd door de entourage van Nixon. De FBI begon een onderzoek, dat vanaf het begin hevig werd gefrustreerd door het Witte Huis.

Woedend waren ze bij de FBI. Mark Felt telde zijn knopen en besloot in het ondergronds verzet te gaan. 'Voor mij en voor de agenten die bij het onderzoek waren betrokken, stond onze integriteit op het spel', schreef hij later in zijn memoires. Felt werd Deep Throat, in het begin van de jaren zeventig de aanduiding van een pornografisch genoegen, maar dertig jaar later het symbool van de mythologische klokkenluider.

Woodward: 'Felt geloofde dat hij de dienst beschermde door een weg te vinden, hoe onwettig ook, om een deel van de informatie uit FBI-ondervragingen en dossiers in de openbaarheid te brengen, door publieke en politieke druk te helpen opbouwen die Nixon en zijn mensen aansprakelijk zou maken. Hij had niets dan verachting voor het Witte Huis van Nixon en voor hun pogingen de FBI in te schakelen voor politieke doeleinden.'

koffiehuis s Mark Felt nu een Amerikaanse held, zoals zijn familie I graag wil horen of is hij een adder die thuishoort op de mestvaalt van de geschiedenis? Het debat daarover in Amerika wordt feller.

Aanvankelijk leken de waarderende reacties te overwegen. Woensdagavond verklaarde oudpresident Bill Clinton op de televisie: 'Ik denk dat het goed was dat hij het gedaan heeft. Het goede vind ik vooral dat hij er zelf ambivalent onder was. Want het hoort niet, lekken naar de pers. Maar onder de specifieke omstandigheden van toen was het goed dat hij het deed.'

Eerder had de vooraanstaande columnist van The Washington Po s t , Richard Cohen, een lofzang geopend. 'Ik applaudiseer', schreef Cohen. 'We applaudiseren allemaal, of we zouden dat moeten doen. Hier was een man die zijn carrière – en het was waarlijk een grootse carrière – op het spel zette. Hier had je een man die al dat praten over plicht en over loyaliteit en, vergeef me alsjeblieft, over de ziel van Amerika, serieus nam. Hij was geen uitslover. Hij had naar een uitgever kunnen rennen of naar Larry King Live. Hij had zijn verhaal aan de filmindustrie kunnen verkopen, hetgeen hij allemaal niet gedaan heeft. Nee, hij deed wat hij dacht dat goed was.'

Er zijn andere geluiden. En ze lijken groter in aantal te worden en sterker in toon. 'Ik geloof niet dat het heldhaftig is als je in een belangrijke baan je als spion gedraagt tegenover je president.' Dat was gisteren Henry Kissinger, minister van Buitenlandse Zaken onder Nixon. 'Ik had het volledig kunnen begrijpen als Felt was afgetreden of naar de openbare aanklager was gelopen', voegde hij toe. 'Dat was pas heldhaftig geweest.'

Nog beter was Glenn Reynolds, jurist en hoogleraar aan de Universiteit van Tennessee op zijn veelgelezen website InstaPundit.com. Hij vindt Felt een stiekemerd en meer dan dat. 'Hij koos een weg die zo goor was dat zelfs de journalisten die dankzij hem aan hun carrière bouwden, hem een bijnaam gaven die ontleend was aan een smerige film.' Deep Throat.

Reynolds vergeleek Felt met de sluipmoordenaar van John F. Kennedy: 'Hij verbergt zich in de schaduw om een president van de VS af te schieten en verdwijnt dan, zonder ooit verantwoording voor zijn daden te hebben afgelegd. Hij is een schepsel van de duisternis, een eerloze, zichzelf verheerlijkende wezel, een lafaard met goede relaties, een verrader.'

Meer over