Column

'Heimwee naar glorieus verleden is luxe die Egypte zich niet kan veroorloven'

Naast de acute politieke crisis heeft Egypte te maken met vier levensgrote structurele crises, schrijft Paul Brill. 'Overbevolking, toenemende energiekosten, problematische watervoorziening en dalende voedselproductie.'

Aanhangers van Morsi. Beeld afp
Aanhangers van Morsi.Beeld afp

Een van de scherpste en tegelijk meest ontmoedigende observaties over de huidige toestand van Egypte komt voor rekening van Thomas Friedman van The New York Times. In een column stelde hij deze week vast dat van de twee belangrijkste machtsinstituties de ene het land het liefst wil terugvoeren naar de luisterrijke beginperiode van Gamel Abdel Nassers revolutie, terwijl de andere droomt van de anti-pluralistische, door mannen gedomineerde en door de sharia gedicteerde samenleving zoals die in de eerste bloeitijd van de islam bestond. Respectievelijk zestig jaar en twaalf eeuwen geleden.
Van zowel generaal Abdel Fattah al-Sisi en de zijnen als van de Moslimbroederschap is de blik vastberaden naar achteren gericht.

Nu komt het wel vaker voor dat politieke bewegingen, ja soms hele volkeren bevangen raken door heimwee naar een glorieus verleden (dat dan ook nog eens in hoge mate wordt geïdealiseerd). Maar het is een luxe die Egypte zich ten ene male niet kan permitteren. Het land dat zich er graag op beroemt het kloppend hart van de Arabische wereld te zijn, staat er zeer beroerd voor. Dat blijft bij alle turbulenties onderbelicht: we zijn zo gefixeerd op de dramatische handelingen van de verschillende acteurs, dat we nauwelijks nog de deplorabele staat van het decor zien.

Vier structurele crises
Naast de acute politieke crisis heeft Egypte te maken met vier levensgrote structurele crises, die met elkaar samenhangen: overbevolking, toenemende energiekosten, problematische watervoorziening en dalende voedselproductie. Over de hele linie zijn de cijfers onrustbarend. Egypte telt ruim 82 miljoen inwoners, bijna drie keer zo veel als in het midden van de vorige eeuw. Al die mensen zitten op elkaars lip - nergens ter wereld is de bevolkingsdichtheid zo groot als in de Nijldelta.

Onderwijs en werkgelegenheid laten zeer te wensen over. Zo'n 30 procent van de bevolking is analfabeet (voor vrouwen is het cijfer nog aanzienlijk hoger: boven de 40 procent). Maar een diploma zet ook niet veel zoden aan de dijk: het leger van werklozen is ruim gevuld met jongeren die een hogere opleiding achter de rug hebben.

Door de uitdijende bevolking rijzen de energiekosten de pan uit. Lange tijd leek het of de exploitatie van de bescheiden oliereserves in elk geval genoeg was om te voldoen aan de binnenlandse behoefte. Dat is evenwel sinds 2010 niet meer het geval, in dat jaar overtrof de consumptie voor het eerst de productie. Het is geen toeval dat een jaar later het bewind van Hosni Mubarak ten val kwam, schreef het tijdschrift The Atlantic onlangs. Nu moet je altijd oppassen met dit soort causale verbanden, maar de coïncidentie is op z'n minst frappant.

Voedselvoorziening
Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de voedselvoorziening. Vijftig jaar geleden was Egypte praktisch zelfvoorzienend. Inmiddels wordt ruim tweederde van alle voedsel geïmporteerd. Subsidies op elementaire voedingsartikelen leggen een zwaar beslag op het overheidsbudget, maar pogingen om er paal en perk aan te stellen zijn telkens afgeketst op heftige straatprotesten. Er was al een 'broodoproer' onder president Anwar Sadat, ook Mubarak kreeg er mee te maken, en er mag gerust van worden uitgegaan dat de miljoenen die zich in 2011 tegen het bewind keerden, dat veeleer vanwege een rammelende maag deden dan vanwege een intens verlangen naar meer democratie.

Misschien wel de grootste crisis die Egypte bedreigt, is het dreigende tekort aan water. De beschikbare hoeveelheid water per hoofd van de bevolking is de afgelopen decennia al met meer dan 50 procent afgenomen. De irrigatie van landbouwgrond is navenant gedaald. Het waterverbruik per hoofd van de bevolking ligt nu beneden wat internationaal wordt beschouwd als de armoedegrens op dit gebied.

En dat terwijl het land nog steeds beslag legt op 90 procent van de watervoorraad van de Nijl. Maar de dagen van deze vergaande heerschappij over de cruciale rivier lijken geteld. Het economisch snel groeiende Ethiopië is begonnen met de bouw van een grote dam met een hydro-elektrische capaciteit die de wateraanvoer stroomopwaarts waarschijnlijk met 20 procent zal reduceren. Een dramatisch vooruitzicht voor Egypte, waar vóór de coup van begin juli zelfs werd gezinspeeld op militaire actie als Ethiopië zijn plannen niet zou bijstellen. Zo'n vaart zal het nu niet lopen, maar de kwestie blijft onverminderd precair en heeft ook een geopolitieke dimensie omdat China fors heeft geïnvesteerd in de dam en op de achtergrond de vraag aan de orde is wie in de toekomst de dominante mogendheid wordt in Noord-oost-Afrika.

Zelfs onder enigszins stabiele omstandigheden zou het aanpakken van deze problemen al grote politieke stuurmanskunst vereisen. Na de bloedige confrontaties van vorige week is het laveren nog een stuk lastiger geworden. Veel zal afhangen van de ruimte die de legertop biedt aan verstandige bestuurders en politici. Als Al-Sisi zich laat leiden door de ambitie om een tweede Nasser te worden, moet het ergste worden gevreesd. Want met nasseristische parolen komt Egypte er net zo min bovenop als met belegen Koranteksten.

Paul Brill is buitenlandcommentator voor de Volkskrant.

Meer over