Heimwee naar de barbershop

Nederland valt voor rootsfenomeen Pokey LaFarge. Niet alleen zijn muziek, zijn hele wezen ademt nostalgie naar het Amerika van de jaren dertig.

Hij is niet iemand die je snel over het hoofd ziet, op een doordeweekse dag in de Groningse binnenstad. Maar toch: Pokey LaFarge is zoek. Zijn begeleidingsband is wel present; die bladert bij wijze van voorbereiding op een concert bij festival Noorderzon door de platenbakken bij de nostalgische platenzaak Swingmaster. Maar Pokey is de hort op, zegt de tourmanager. 'Hij is graag wat op zichzelf.' Geen zorgen, die duikt wel weer op.

Een halfuurtje, langer kan het niet zijn. Dan komt een karakter uit een tv-serie over de Amerikaanse drooglegging de hoek om gewandeld van de Kleine Kromme Elleboog. Een mannetje uit een side show in de jaren twintig, een kermisklant. Prachtig donkerblauw pak. Stevige cowboyhoed waar je niet snel een deuk in slaat. Machtige laarzen, zo te zien opgetrokken uit krokodillenleer. En een blik alsof het allemaal volkomen normaal is dat iemand zojuist te voet een tijdreis van een jaar of honderd heeft afgelegd.

'Sorry mensen. Ik zat bij de kapper.' De band knikt wat afwezig, maar kijkt toch opgelucht. Natuurlijk zat Pokey bij de kapper. Pokey en kappers, hou maar op.

Pokey LaFarge, echte naam Andrew Heissler (Bloomington, Illinois, 1983), schuift aan aan een cafétafel en kantelt de hoed van zijn hoofd. Ah, inderdaad een strak opgeschoren kapsel, de kuif in een solide halve krul gekneed. Hij ruikt ineens ook erg naar kapper, trouwens. 'Ik ga twee keer per week. Je moet het kapsel een beetje bijhouden. Maar het valt me niet mee, hier in Nederland. Van die grote, anonieme kapperszaken waar allemaal dezelfde soort meisjes staan. Ik ben meer iemand van de barbershop. Waar heren in witte jassen je een glas whiskey inschenken en je met een scheermes bewerken. En een gesprek voeren. Het is er niet meer bij, tegenwoordig.'

Hij draait er maar niet omheen. We komen er toch wel op uit, op dat enigszins nostalgische wereldbeeld van de rootsmuzikant. Kwaliteit is dezer dagen ver te zoeken, vindt LaFarge. Vroeger was het beter. Je hoort het uiteraard in de muziek van Pokey LaFarge, waarmee hij - zeker in Nederland - in korte tijd nogal populair is geworden. Pokey LaFarge maakt antieke swing en ragtime muziek, vroege jazz, folk en country uit de Amerikaanse jaren twintig en dertig, vertolkt op banjo en staande bas, eventueel een wasbordje. Zijn laatste album, uitgebracht op het roots- en kwaliteitslabel Third Man van Jack White, is een hedendaagse triomf voor die oude muziek: frisse liedjes, die bijna kunnen doorgaan voor popmuziek. Waarmee LaFarge bijvoorbeeld speelde op Lowlands. En waarmee hij ook nu weer excessief op tournee is, langs Europese podia en kapperszaken.

LaFarge's hang naar vervlogen tijden reikt tot ver buiten de muzikale strategie. Goede spullen, daar steekt LaFarge graag een flink betoog over af.

'Deze blouse: handgemaakt. Al mijn kleding is handgemaakt. Mijn initialen heb ik erin laten borduren. Dit draag ik niet als een geintje, denk je dat? Ik hou van mooie spullen. Daarom kom ik zo graag in Groningen. Ik ken deze stad inmiddels zo goed dat ik er rondleidingen zou kunnen organiseren. Dit is een stad van mooie spullen, van platenzaken als de Swingmaster. Van prachtige cafés. Waar de oude binnenstad in ere wordt gehouden, de panden worden onderhouden. In Amerika is die waardering voor het verleden ver te zoeken. Alles wordt groter, de steden moeten uitbreiden. Alles wordt tegen de vlakte gegooid zodat er weer een Wal-Mart kan worden gebouwd.'

Hij laat een stilte vallen, waarin het woord 'Wal-Mart' mag nadreunen. Want over de Wal-Mart, die kolossale Amerikaanse supermarktketen die het land in een wurgende commerciële greep houdt en de kleine, zelfstandige handelaar het leven onmogelijk heeft gemaakt, wil LaFarge graag nog wat vertellen. Hij windt zich er nu toch ook zichtbaar over op. Maar hij kiest zijn woorden zorgvuldig, blijft beschaafd formuleren, al tikt hij met zijn vinger hier en daar streng op het tafelblad.

'Het failliet van het doorgeschoten kapitalisme is wel aangetoond, toch? Door de bankencrisis, de teloorgang van de bankenmonopolisten, de recessie. Maar ik zeg je dat Amerika het nu echt zat is: de Wal-Marts, de rotzooi, de slechte kleding uit Aziatische fabriekjes. Met de kapitalistische crisis komt er een nieuwe hang naar kwaliteit, naar tijdloosheid, dat voorspel ik. Er komen weer barbershops, want mensen willen eigenlijk allemaal naar een echte kapper. En let op: over een paar jaar komt er heel goed bier uit de Verenigde Staten. En dan bedoel ik geen Budweiser. Echt bier, uit kleine onafhankelijke brouwerijen. Ze zijn nu al in opmars; ik weet zeker dat wij straks weer echt bier drinken. En we gaan weer vinyl kopen. We gaan naar kleine winkeltjes en restaurants voor ons eten. Goed eten. Want we zijn het zat. We hebben ons gek laten maken door de kapitalisten en hebben ons laten inprenten dat alles steeds vernieuwd moest worden, we voortdurend nieuwe spullen moesten kopen. Daarmee hebben we onze ziel verloren. Maar die gaan we terugvinden. Net als de muziek van ons land, van onze geschiedenis. Die gaan we heroveren, ons weer toe-eigenen, zoals Amerikanen dat doen. Want zo hebben we ons ook dat land toegeëigend, zwaaiend met pistolen. Zo zit het in ons bloed. En ja, ik ben dus patriottistisch. Mag ik?'

Als jongetje in Bloomington, Illinois, keek hij al liever achterom dan vooruit, zegt LaFarge. 'Ik zat niet lekker in mijn vel, als 13-jarige. Ik kom uit een gezin uit de lagere middenklasse. Het was niet zo dat ik niet trots was op die afkomst - integendeel: het is de ruggengraat van Amerika, de hardwerkende families die het land hebben opgebouwd - maar ik zag mezelf toch niet graag richting ook zo'n baantje gaan, in een hamburgerrestaurant, en dan het gezinnetje, klaar.

Ik ging fantaseren, was afwezig. Ik ging oude Amerikaanse boeken lezen. Over de pioniers. En hoe de spoorwegen zijn aangelegd. Ik ontdekte dat er in die tijd die me zo aansprak, begin vorige eeuw, ook muziek werd gemaakt. Oude blues, western swing. Ik ging luisteren naar Jimmie Rodgers en Milton Brown. Liedjes met echte verhalen, met soms verbazend scherpe teksten. Ik begreep het onmiddellijk. Die wereld werd mijn realiteit. Op mijn 14de kocht ik een mandoline. Ik leerde spelen.'

Met zijn antieke rootsmuziek en uiteraard een vintage kledingkeuze, ging LaFarge de straat op. 'Busking, de straatartiest uithangen. Het stond echt niet in het lesboek voor de jonge muzikant of zo, maar gebeurde gewoon. Je bent jong, maakt muziek, dus ga je de straat op.'

LaFarge werd een folkzanger oude stijl, zoals een van zijn voorbeelden, Woody Guthrie. Spelen, reizen, observeren en schrijven over wat je ziet. 'Herkenbare verhalen vertellen, waaraan gewone mensen zich kunnen spiegelen.' Dat soort liedjes horen we nu op de platen van LaFarge. What The Rain Will Bring: een bedrieglijk zoet liedje met een tragische ondertoon en een verwijzing naar zware tijden. Of het lamlendige liefdesliedje Let' s Get Lost, dat de bijkomende voordelen van de werkloosheid lijkt te bezingen: 'Laying in the shade on a sunny afternoon. Well I ain't got a job, so I've nothing to do. But get lost, let's get lost.'

Muziek waar we niet te makkelijk over mogen oordelen, zegt LaFarge. 'Het klinkt misschien eenvoudig, maar het heeft me jaren gekost om zo te kunnen zingen. Om de harmonieën te laten werken, de trompet te laten samenvallen met de klarinet en de gitaar. En te soleren. Ik hou van solo's. Die vind je bijna niet meer in popmuziek van nu. Het lijkt of we zijn vergeten hoe we naar een solo moeten luisteren.'

Wil je LaFarge kwaad krijgen, noem zijn muziek dan retro. 'De arrogantie die uit dat woord spreekt. De kwalificatie 'retro' suggereert dat je eigenlijk altijd vooruit moet, moet vernieuwen. Dat je de hele, gigantische geschiedenis van kunst, literatuur en muziek achter je moet laten en het zelf wel even anders en beter moet gaan doen. Wat is dat voor waanzin? Ik maak klassieke Amerikaanse populaire muziek, geworteld in de traditie, maar wat is daar in godsnaam mis mee? Je zegt toch ook niet tegen een orkest dat klassieke muziek speelt dat het retro is? Het slaat helemaal nergens op.'

Diep ademhalen, een blik op oneindig en dan nog even vlammen voor het slotbetoog: 'Zonder de traditionele rootsmuziek, zonder swing en country zou er helemaal geen popmuziek zijn, geen rock of van die vermoeiende indie, van bandjes die geen instrumenten kunnen bespelen. Van muzikanten die hun muziek niet leven, die bezig zijn met, weet ik veel, hip zijn. Ik weet zeker dat het grote publiek er straks achterkomt dat muziek pas waarde heeft als iemand echt iets tegen je vertelt. De rest is futiel, zinloos. Het waait over. Ik ben er over dertig jaar nog. Daar mag je me op afrekenen.'

De stal van Jack White

Pokey LaFarge is opgenomen in de stal van Jack White van de The White Stripes, die op zijn platenlabel Third Man oude Amerikaanse folk en blues uitbrengt. White ontdekte LaFarge in stijl, dus op klassieke wijze. LaFarge: 'Op de radio, op de countryzender van Nashville Radio. Die zond een optreden van me uit. White hoorde me en zocht me op.' Volgens LaFarge is White van onschatbare waarde voor de Amerikaanse popmuziek. 'Hij opent de archieven en geeft op zijn platenlabel de antieke muziek door aan een volgende generatie.'

Het laatste album van Pokey LaFarge, Pokey LaFarge, is verschenen bij Third Man Records, ook op vinyl. LaFarge speelt volgende week vijf shows in Nederland, zie pokeylafarge.net.

undefined

Meer over