Heer, ontferm U over ons en onze schaatsen

In 'Zwart IJs' schetst documentairemaker Geertjan Lassche de botsing tussen schaatsen en geloven. Topsport in de Nederlandse bible belt.

In den beginne is er ijs. We zien Jan Klompmaker in de openingsbeelden de sterkte van het ijs beproeven op het slootje voor zijn deur. Vervolgens schaatst zijn zoon André het Veluwemeer op. Hij zegt: 'Je voelt je één met de natuur, één met Gods schepping.'

In de documentaire Zwart IJs laat Geertjan Lassche twee oerwerelden samenvloeien, die van het schaatsen en die van de bible belt. Het is zoiets als Jan Siebelink on Ice, maar dat klinkt bijna als een slogan. Daarmee doe je de authenticiteit van de hoofdpersonen en de waarachtige poëzie van deze film tekort.

Lassche toont ons drie kruispunten van zijn oerwerelden. Allereerst is daar het geslacht Klompmaker, voor wie het woord van de dominee nog altijd wet is. Als de dominee waarschuwt dat 'de sport een afgod kan worden', zeggen vader en zoon Klompmaker volmondig amen. Maar bij Aleid Klompmaker, de derde in deze schaatsdynastie, sluimert al iets van twijfel.

René Ruitenberg, veelvoudig winnaar van marathons, dwaalde als feestnummer af van het ware geloof. Inmiddels heeft hij onderdak gevonden bij het halleluja van het Amerikaanse evangelisme. Namens de organisatie Geloofshelden reist Ruitenberg nu langs gebedsruimten en is hij voorganger in uitbundige kerkdiensten. Topsport is voor hem een instrument geworden in zijn getuigenis van God.

De derde hoofdpersoon is Geert-Jan van der Wal uit Urk, een van de machthebbers in marathons op natuurijs. Voor de nuchtere Van der Wal bestaan er eigenlijk geen dilemma's in zijn beleving van topsport. Als het ijs sterk genoeg is, kan onze lieve Heer best even wachten.

Dan dient de Elfstedentocht zich aan, toppunt van de schaatssport en misschien ook wel het summum van afgoderij. Begin februari 2012 maakt het bestuur bekend dat de tocht der tochten mogelijk op een zondag wordt gehouden. Die boodschap dreigt de bible belt te verscheuren, maar dat onheil wordt afgewend.

'Fijn dat-ie niet doorging', zijn de laatste woorden in de documentaire, uitgesproken door de echtgenote van Jan Klompmaker.

Twee jaar geleden maakte Geertjan Lassche (37) met Niemand kent mij een veelzeggend portret van wielrenner Thomas Dekker. Het zijn de extremen die Lassche interesseren. Bij Dekker lag dat in diens karakter besloten. Nu zijn het de omstandigheden.

Lassche: 'De momenten waarop mensen fysiek en mentaal onder druk komen te staan, vind ik interessant. Dan gebeuren de mooiste dingen. De schaamte valt weg, de schil ook van vormelijkheid.'

Hij wijst op de scène waarin Geert-Jan van der Wal explodeert van woede als hem een overwinning door de neus is geboord. 'Al die tijd is hij volledig onder controle geweest en opeens zit-ie te janken. Dan denk ik: dat is het. Eindelijk een barst in het graniet.'

Geertjan Lassche werd geboren in Rouveen, gemeente Staphorst. Veel zwarter kan de zwartekousenkerk niet worden. De cultuur en het bijbehorende dilemma zijn hem dus niet vreemd. 'Anderen zullen denken: maak het jezelf toch niet zo moeilijk. Maar ik kan voelen wat zij voelen.'

Zelf werd hij vooral gegrepen door de twijfel die de oude Klompmaker uitspreekt over het leven na de dood. 'Die prangende vraag of hij wel goed genoeg is voor de genade van de hemel. Ik kreeg er kippenvel van. Al dat tandengeknars en geween. Mijn voorouders zouden amen hebben gezegd.'

Lassche, die zelf als gelovige 'door 300 duizend vragen' wordt geplaagd, denkt met Zwart IJs zijn persoonlijkste film te hebben gemaakt. Hij dringt diep door in het intieme geloofsleven van zijn hoofdpersonen. 'Je krijgt echt een blik in de ziel van de bible belt. Het is nogal wat, hoor, opa die voor de camera zijn eeuwig wel en wee uitspreekt.'

Het gaat hem te ver om te zeggen dat Zwart IJs recht doet aan de wereld van de protestantse orthodoxie. 'Dat klinkt me te activistisch.' Wel stoort Lassche zich aan de achterdocht en het misprijzen waarmee de bible belt doorgaans tegemoet wordt getreden. 'Natuurlijk is het een subcultuur, maar die moet je wel serieus nemen.'

Die andere oerwereld, die van het schaatsen, hoort er voor hem als vanzelf bij. 'Schaatsen is een onschuldig en gelegitimeerd tijdverdrijf als er geen werk is op de boerderij. Het is echt een sport van het platteland.' Als zodanig maakt het ook onlosmakelijk deel uit van het christelijk cultuurgoed. Het gevecht met de elementen op natuurijs appelleert aan het idee van lijden en verlossing.

Als wedstrijd is schaatsen een valkuil. In een samenleving die winnaars op een voetstuk plaatst, kon René Ruitenberg van zijn geloof vallen. 'Pauw die ik was', oordeelt Ruitenberg nu bestraffend over zichzelf in zijn preken.

In al die levens speelt topsport telkens een andere rol. Voor Geert-Jan van de Wal is het een bijna vanzelfsprekend talent, net zoals hij een kei is in het melken van koeien. André Klompmaker wil schaatsen als een spirituele ervaring beleven, maar misschien is dat ook een vorm van zelfbescherming. Hem waren nooit veel overwinningen vergund.

En René Ruitenberg maakte van het doel een middel om gehoor te vinden voor zijn blijde boodschap. Ruitenberg, tegenwoordig ploegleider in het marathonschaatsen, zal de meest tegenstrijdige gevoelens oproepen. Enerzijds zijn onmiskenbare charme, anderzijds de gebeitelde blijheid van de evangelist.

'Ik zie wel overeenkomsten tussen Thomas Dekker en René Ruitenberg', zegt Geertjan Lassche er zelf over. 'Ze zien alles, ze horen alles. En allebei zijn het killers, geboren winnaars ook.' Lachend voegt hij er aan toe: 'Zo langzamerhand ga ik de kenmerken van een echte winnaar wel zien.'

Zwart IJs gaat maandag om 20.15 uur in première op Input, het documentaire- en televisiefestival van de publieke omroep. Het festival wordt gehouden in het Instituut van Beeld en Geluid in Hilversum. Op Nieuwjaarsdag wordt Zwart IJs uitgezonden op de televisie.

undefined

Meer over