Heel veel en helemaal niets is veranderd

'WELKOM. Open 24 uur.' Het neonlicht boven de ingang van het International House of Pancakes in Milwaukee brandt dag en nacht....

De jongens droegen hun mooiste pakken en flitsende dassen, de meisjes waren in het lang en sommigen hadden zelfs bontjassen aan en parels om. De stemming was uitstekend en niemand was dronken of stoned. Geheel onverwacht werden zij op die winterse avond geconfronteerd met een probleem, waarvan zij dachten dat hun grootouders en ouders dat hadden opgelost.

'Wij zijn vol', zei de manager eerst. Dat was gelogen, want van buiten was te zien dat er nog vele tafels vrij waren. 'Wij gaan zo dicht', jokte hij vervolgens, terwijl een medewerker blanke gasten naar hun tafel begeleidde. 'De keuken is al gesloten en wij zijn gestopt met bedienen', probeerde hij nog eens, terwijl op de achtergrond de aanwezige gasten van stapels pannekoeken werden voorzien.

Het drong toen tot de jongens en meisjes door dat zij niet welkom waren vanwege de kleur van hun huid. Na een twee jaar durende rechtszaak heeft de restaurantketen deze maand een schadevergoeding van 185 duizend dollar aan de studenten moeten betalen.

'Het enige wat zij wilden was een pannekoek. In plaats daarvan werden zij door mister whiteman behandeld als dumb niggers', snuift James Cameron (81) wanneer we terugrijden naar zijn levenswerk, het Black Holocaust Museum aan de North 4th Street in Milwaukee. Hij had erop aangedrongen even langs het pannekoekenrestaurant te rijden. Soortgelijke incidenten vonden de afgelopen twee jaar plaats in Denny's in San Jose, Sacramento en San Diego, in de Buffalo Room in North Augusta, in de Red Onion in Anaheim en tien andere restaurants, vertelt hij kalmpjes.

'Je vroeg wat er voor zwarten is veranderd in de Verenigde Staten. Heel veel en helemaal niets. Zwarten en blanken kijken naar dezelfde film over rassenrelaties in Amerika, maar zien totaal verschillende versies. Eigenlijk zijn we in 1619, toen de eerste slaaf aan land werd gebracht, op een totaal verkeerde manier met elkaar begonnen, en daar hebben we nog steeds last van.

'Blanken zullen antwoorden dat er met de afschaffing van de slavernij, de invoering van het actief en passief kiesrecht en de opheffing van de rassenscheiding in de strijdkrachten veel is veranderd. Er zijn zwarte politiecommissarissen, zwarte burgemeesters, zwarte multimiljonairs en een grote zwarte middenklasse. Dat is de blanke versie van de realiteit.

'Zwarten zullen je vertellen over de openlijke en stilzwijgende discriminatie. Zij zullen je vertellen over de ondoordringbare glazen muur, waar iedereen die carrière maakt, tegenop loopt. En waar zij nooit overheen komen, hoe goed en intelligent zij ook zijn. Zij zullen je vertellen over de buurten waar zij niet kunnen wonen en de scholen en de universiteiten die moeilijk toegankelijk zijn. Nog steeds hebben miljoenen zwarten het gevoel dat zij door blank Amerika hooguit getolereerd, maar niet werkelijk geaccepteerd worden.'

Cameron is levende geschiedenis. Hij is de enige zwarte Amerikaan die in de jaren dertig werd gelyncht en dat nog kan navertellen. Het is in augustus 65 jaar geleden dat de toen 16-jarige James het allesbepalende drama van zijn leven beleefde.

Op een bloedhete zomeravond werd hij in Marion, Indiana, opgepikt door zijn vrienden Tommy Shipp en Abe Smith. Vol branie en doodarm besloten de drie jongens een overval te plegen. Zij reden in een Ford 1926 naar het vrijerslaantje van de stad en kozen een doelwit uit: een blank paar.

Cameron werd tegen zijn zin door zijn makkers aangewezen als de trigger man. Hij kreeg een pistool in zijn handen gedrukt en werd door de oudere jongens de auto uitgezet. Hij stapte op de andere auto af en ontdekte tot zijn grote schrik dat hij de man in kwestie goed kende. Onmiddellijk liet hij het pistool vallen en zette het op een rennen. Zonder een moment te stoppen rende hij de tien kilometer naar huis terug.

Diezelfde nacht nog werd hij uit zijn bed gehaald door de sheriff en zijn mannen op verdenking de man en de vrouw te hebben doodgeschoten, na eerst de vrouw te hebben verkracht. De sheriff dwong de drie jongens een bekentenis te tekenen. Voordat de rechtszaak kon beginnen werden de knapen door een hysterische menigte van 20-duizend blanken uit hun cellen gehaald. De horde had daartoe de gevangenis steen voor steen afgebroken. Met stenen en koevoeten werden de jongens mishandeld. Shipp en Smith werden onder uitzinnig gejuich opgehangen. De foto van de bungelende Shipp en Smith en de breedlachende mensen om hen heen hangt in ieder museum over de geschiedenis van zwart Amerika.

Cameron herinnert zich nog ieder detail, tot en met de verende beweging waarmee de nekken van zijn vrienden werden uitgerekt in de seconden dat zij omhoog getrokken werden. Zelf verloor hij het bewustzijn op het moment dat de ruwe strop brandwonden in zijn hals maakte en hij in de verte een stem hoorde: 'Stop, stop, die nigger heeft niets te maken met de verkrachting en de moorden'. Tot op de dag van vandaag weet Cameron niet wie de moorden hebben gepleegd, noch wie hem gered heeft.

De lynchpartij en zijn wonderbaarlijke redding hebben het verloop van zijn leven bepaald. Hij werd katholiek, schreef een boek, A Time of Terror, dat pas vijf jaar geleden werd gepubliceerd, en ontwikkelde zich tot een amateur-historicus die in het sprekerscircuit 3000 dollar per lezing kan vragen. Hij is onlangs zelfs benoemd tot ereburger van Marion.

Een jaar geleden is hij begonnen met de inrichting van zijn museum, het Black Holocaust Museum. Voor de prijs van een dollar heeft hij van de gemeente Milwaukee een raamloos, vierkant gebouwtje van grijs baksteen gekocht in het zwarte district van de stad.

Scholieren en studenten uit Milwaukee en Chicago lopen door het voormalige sportschooltje. Aan het bestuur van de zwarte huisvrouwenvereniging uit Miami vertelt Cameron zijn levensverhaal. Door middel van foto's wordt de geschiedenis van de lynchpartijen in beeld gebracht. Tussen 1880 en 1960 werden in totaal 4500 zwarten opgehangen, gewurgd of verbrand. De laatste geverifieerde lynchpartij vond plaats in 1981 in Mississippi. De blanke dader is onlangs geëlektrocuteerd. Volgens Cameron is het werkelijke aantal slachtoffers veel hoger. 'Alleen al in de periode vlak na de Burgeroorlog, de periode van de reconstructie, zijn 35-duizend zwarten opgehangen.'

Achter in het museumpje heeft Cameron een realistisch tafereel van een lynching gebouwd. Aan een berkeboom hangen twee zwarte poppen met geknakte halzen en bebloede overhemden. In de boom hangt ook een bord met de tekst: 'Strange Fruit, a Produce of the United States of America'. Links en rechts van de boom heeft hij poppen neergezet, die zijn gehuld in het witte katoen van de Klu Klux Klan. In de vitrines liggen de parafernalia van de KKK-racisten, waaronder het speldje in de vorm van een doodskop. Zelfs stukken touw, waarmee Shipp en Smith werden opgehangen, zijn bewaard gebleven.

Cameron wil ook de slavernij en de moderne tijd in beeld brengen, maar heeft daar nog niet de middelen voor. De jongste geschiedenis is aanwezig in de vorm van een eindeloze rij boeken over het leven in de getto's, over discriminatie in bedrijven en over gangs.

Bitterheid en woede heeft Cameron al lang geleden overwonnen. Daarvoor in de plaats is diepe bezorgdheid gekomen over de toekomst van de jongere generaties zwarten, onder wie zijn kleinzoons. 'Wapens, drugs, werkloosheid, dat bestond in onze tijd allemaal niet op die schaal. Er was altijd werk. Er is veel veranderd en toch weer niet.'

Cameron zet het televisienieuws aan en zijn ongerustheid wordt alleen maar versterkt. Uit Union Point, Georgia komt het nieuws van een burgemeester en een politiecommissaris die, na een golfje van winkeldiefstallen, 21 jonge zwarten de toegang tot de winkels hebben ontzegd, zonder enig proces of concrete verdenking. In Chicago is een blanke politieman na lang aandringen van de NAACP geschorst, omdat hij in vier maanden tijd drie zwarten heeft neergeschoten tijdens verkeerscontroles.

En uit New York komen beelden van demonstrerende zwarte studenten van de Rutgers University. De rector magnificus had zich laten ontvallen dat zwarte studenten om erfelijke redenen minder begaafd zijn. 'Die man heeft The Bell Curve gelezen', constateert Cameron. Dat is het omstreden, maar ook slecht gelezen boek van Charles Murray over de relatie tussen ras en intelligentie. Van deze wetenschappelijke verhandeling over intelligentietesten is alleen blijven hangen dat het IQ van zwarten gemiddeld 15 punten lager is dan dat van blanken. Alle nuances en relativerende opmerkingen worden in de reacties over het hoofd gezien.

Cameron: 'Slaven werden dom gehouden en mochten niet leren lezen en schrijven. Dat is veranderd. Maar het onderwijs in de zwarte buurten en districten is anno 1995 vaak erbarmelijk. Scholen zijn burchten met speciale bewaking en wapendetectoren. Zij hebben onvoldoende middelen. Wij moeten nog steeds veel meer moeite doen om een goede opleiding te krijgen dan de blanken. Dat voelen jongeren scherp aan.'

Eigenlijk is dat niet eens de bron van zijn onrust. Hij zoekt naar het juiste beeld om zijn toenemend gevoel van wanhoop te verklaren. Uit de rommel op zijn bureau haalt hij een videoband met gesprekken met jongeren in Milwaukee, New York, Chicago en Washington DC. Ze vertellen over de schietpartijen in de straat, op schoolpleinen en zelfs in het zwembad. De 11-jarige Jessica laat haar mooiste jurk zien - daarin wil ze begraven worden. In haar straat zijn het afgelopen jaar vijf vrienden doodgeschoten.

De 10-jarige Howard uit de South Side van Chicago heeft aan zijn vriendjes verteld welk nummer van Snoop Doggy Dog gedraaid moet worden op zijn begrafenis. Een 12-jarige jongen uit DC wil begraven worden in de kleuren van zijn gang. Zijn kist moet rechtop gezet worden en zijn vrienden moeten ter gelegenheid van zijn dood ieder een fles whisky leegdrinken.

Cameron zucht diep: 'Lord have mercy'.

Meer over