Heel erg brave gedetineerden

ARIE ELSHOUT

'Hallo!' Enthousiast heet de gedetineerde ons welkom op het parkeerterrein. Een jonge, potige vent met een kortgeschoren hoofd, en in een lichtgrijs T-shirt dat op knappen staat onder de druk van zijn in de sportschool gestaalde schouders en armen. Hij heeft net een paar klanten van de gevangeniswinkel geholpen met het inladen van hun wagen en gaat ons voor naar de showroom van de Maine State Prison.

Nergens hekken, muren of wachttorens te bekennen.

De winkel ligt aan Route 1 in Thomaston, een schilderachtig havenstadje aan de St. George River, die eigenlijk geen rivier is maar een zeearm van de Atlantische Oceaan. De vrijheid hier moet voor de gedetineerde even aanlokkelijk zijn als de fluweelzachte, van zee komende zomerbries die zijn huid streelt. Maar in plaats van de benen te nemen, wandelt hij keurig terug naar binnen, naar zijn plek achter de toonbank, waar een vermoeide, uitgezakte bewaker over de kassa waakt.

Ver weg lijkt de tijd dat ene Albert Paul vanuit zijn cel een tunnel van 13 meter groef en na al dat gegraaf niet uitkwam in de buitenlucht maar bij de ondoordringbare granieten fundering van de gevangenis. Of dat gevangene Francis Spencer de gevangenisdirecteur van achteren besprong, in de nek stak en doodde, waarna hij later op precies dezelfde plek lachend in pak en stropdas op het schavot plaatsnam in afwachting van de galg en het einde.

De gedetineerden van vandaag die werken in de showroom, lijken vooral heel erg braaf. Niks tunnels, ijzerzagen of messen. Met de toewijding van Japanse origamikunstenaars pakken ze houten scheepsmodellen, schalen, lampen en juwelendoosjes in. De weg naar buiten wordt door hen niet bevochten, maar verdiend met punten voor goed gedrag.

Al het houtsnijwerk komt uit de gevangenis. Die bevond zich achter de winkel, maar verhuisde in 2002 naar het nabijgelegen Warren. De showroom bleef achter.

We zijn er op zoek naar de klerenhangers van cederhout, onze natuurlijke bondgenoot in de oorlog tegen de mot in onze kasten. In een opwelling van nieuwe zuinigheid koopt mijn vrouw een spaarpot in de vorm van een gevangeniscel waarop staat 'life savings'.

Er is ook een cel met een spiegel achter de tralies en het opschrift: 'Zie, jij zou hier kunnen zitten'. Die laten we staan. Wat denken ze wel, die boeven? Wij zijn hardwerkende, oppassende burgers, die geen enkele moeite hebben met belasting betalen of het laten staan van een biertje voor het autorijden.

De winkel trekt veel bezoekers. En niet alleen vanwege de producten met hun gezellige kneuterigheid. De gevangenen zijn ook spannend. Wie zijn ze? Wat hebben ze gedaan met die handen die nu die broodplank met zoveel zorg inpakken? Als een van de gedetineerden - een verlegen, bijna bangige slungel met zachte ogen - onze hond liefdevol over haar kop aait, schiet het beeld van de Birdman van Alcatraz door het hoofd, een beroemde gevangene die zieke vogeltjes het leven redde maar mensen met geweer of mes te lijf ging.

Diep in hun hart zijn de klanten thrillseekers, net als vrouwen die een briefwisseling beginnen met een seriemoordenaar, zij het in veel lichtere vorm. Een bezoek aan de winkel levert maar een hele klein thrill op.

'De gedetineerden zijn zo vriendelijk en behulpzaam', zeg ik als we met een papieren zak vol houtwerk de winkel van de Maine State Prison verlaten.

'Ja maar', zegt mijn vrouw, 'vorig najaar werd wel voor 30 duizend dollar aan heroïne aangetroffen in de wc van de winkel.' De drugs waren daar verstopt om door een gedetineerde uit de winkelploeg de gevangenis in te worden gesmokkeld, las ze op internet. Met een tevreden gevoel stap ik in de auto: alles valt weer op zijn plek. Niks zo fijn als een overzichtelijke wereld.

Arie Elshout is correspondent in de Verenigde Staten.

undefined

Meer over