HEDY D'ANCONA

ER SCHIJNEN mensen te zijn die haar aanblik op de televisie, als ze spreekt in een officiële hoedanigheid en dus een rol speelt, als bewindsvrouwe, Europarlementariër, niet kunnen verdragen....

Het moet de stem zijn die ze reserveert voor speciale gelegenheden waar ze moet optreden, waarbij ze zichzelf niet echt kan zijn en zich dus in een geestelijk korset moet wringen, wat de stem vanzelf aantast, zoals sommige mannen bij bruiloften en begrafenissen protesterend een pak aantrekken, zich moeizaam een das omdoen, en de hele dag zwijgend en zichtbaar ongelukkig wachten op het moment dat de knellende banden mogen worden afgelegd.

Want ze is geen politica. Ze is gevraagd voor die rol en wilde uit diepe loyaliteit jegens haar partij, die ook haar familie is, geen nee zeggen. Het schijnt bij officiële gelegenheden nooit te zijn gebeurd, maar het liefst zou ze, en soms zie je dat in haar ogen en moet ze zich inhouden, juist op het moment dat ze heel ernstig moet zijn, een grap maken, een loopje nemen met de gewijde sfeer, een steen in de vijver gooien of misschien zelfs een grove opmerking maken.

De aandrift, die behoefte aan relativering die haar ten diepste kenmerkt, vloeit voort uit het feit dat D'Ancona op zo'n moment gestuurd wordt, door anderen of door iets anders, waar zij haar leven en in haar leven nu juist altijd zélf wil sturen. In die zin is ze eigenlijk het meisje geworden dat ze als kind niet kon zijn. Niet in de zin van kinderlijk, maar in de betekenis van oprecht, verbaasd, eerlijk en onbedorven, natuurlijk.

Haar joodse vader verdween toen ze drie was naar het concentratiekamp en keerde niet terug. Alleen met haar moeder zwierf ze van adres naar adres. Haar moeder hertrouwde na de oorlog met een weduwnaar, waarop Hedy deel werd van een gezin van vijf; de stiefvader overleed plotseling toen ze veertien was. Ze verloor een broer, haar moeder, goede vrienden.

Kan een volwassene nog kinderlijk onbevangen in het leven staan? Zij wel, juist wel, want haar leven is gemarkeerd door het noodlot, dat, zo heeft ze vroeg beseft, altijd en in elk geval onverwacht kan toeslaan. Leren van het noodlot werd keren van het noodlot, de inzet van haar bestaan. Gelijkmatigheid is haar daardoor vreemd. Ze kabbelt niet voort, zoals velen, maar werpt tegenover de diepe dalen evenzovele bergen van vreugde, uitbundigheid, warmte en gezelligheid op. Aan de slagschaduw van het onheil die zij dreigend ziet hangen boven haar kinderen, haar familie, de mannen in haar leven, haar vrienden, biedt ze weerstand door gepassioneerd te leven, niet te morsen met haar dagen, haar uren niet te verkruimelen en eruit te halen wat erin zit, juist omdat het bestaan zo onberekenbaar is.

Haar hang naar schoonheid ontdekte ze als kind toen ze zag hoe haar grootvader, die schoenmaker was, urenlang kon zitten kijken naar een paar laarzen dat hij zojuist had gemaakt. Ze verbaasde zich erover dat zoiets moois kon ontstaan uit platte vellen leer. Ze moet haar gevoel voor schoonheid, esthetiek, harmonie, later verder hebben ontwikkeld om de donkere kanten van het bestaan de baas te kunnen.

Een gewaarschuwd mens, zo noemt ze zichzelf. En ze vertaalt haar pessimisme in een welhaast plichtmatige opdracht om van het leven te genieten en niet in cynisme of doffe berusting te vervallen. En ze telt ook inderdaad voor twee. Ze voedde haar twee kinderen grotendeels alleen op, en combineerde als vroege feministe het moederschap met een carrière die haar de gezochte economische onafhankelijkheid verschafte. Met haar tomeloze energie leeft ze ook twee levens in een etmaal.

De vroege angst voor hechting, voor binding, voortkomend uit de voorzienbare pijn die gepaard gaat met het verbreken van die banden, is overwonnen. Ze is vrolijk, warm, hartelijk en attent, juist door het verdriet. Dat verdriet heeft me gretig gemaakt, zei ze ooit. Vervuld van doodsbesef maakt ze het leven tot een feest en weet zo de dreiging te overwinnen. Niet haar werk is haar leven, haar ziel en zaligheid, wat ze bij veel mannen tegenkomt en veroordeelt, maar het leven op zichzelf.

'Ik zou mijn moeders dochter niet zijn als ik niet zou willen sturen in de schaarse momenten dat er in het leven iets te sturen viel', zei ze in een interview. Ze moet aan het roer staan, niet om autoritair de baas te spelen over anderen, autoriteit wekt haar spotlust op, maar om waar dat kan zelf over haar lot te beschikken, wat misschien wel de essentie van feminisme is.

Meer nog dan haar stem spreken haar ogen, die ik niet anders dan als joods kan omschrijven, want ik zie er de ogen van mijn joodse grootvader in, die vrijwel als enige van zijn familie de oorlog overleefde, en daar derhalve nimmer over sprak. Het is het eeuwige schuldbesef van wie het gehaald hebben. Ook hij werd sterker dan het duister en de dood, niet simpelweg door in leven te blijven, maar door levenslust.

Nu ze een nieuwe liefde heeft, de kunstschilder Aat Veldhoen, lijken D'Ancona's ogen nog slechts haar lichte kant te weerspiegelen. Ze is 60, het uiterlijk verval baart haar geen zorgen, ze voelt zich nog een meisje, wat ze kan uitstralen door te kijken. Veldhoen ziet hele werelden in die ogen, wat het dramatische lot van de verliefde is. Hij vertelde dat Hedy lief, zorgzaam, kwetsbaar en moederlijk is. Dat ze zijn kleren opvouwt en rolletjes van zijn sokken maakt. Niet dat ze ook een driftkop kan zijn, een vechter, een felle tante die als ze haar fractiegenote in het Europees Parlement inderdaad niet met dat tasje om de oren geslagen heeft, dat toch heel goed gedaan zou kunnen hebben.

Hij ziet nog slechts de roze kant in haar blauwe ogen, die naar zijn zeggen bij nadere beschouwing ook iets lichtbruins en violets hebben, wat inderdaad wijst op een door een hevige gemoedstoestand beïnvloede waarneming. Aan De Telegraaf vertrouwde hij toe dotters te zien in die ogen, boterbloemen, mooie Hollandse luchten. Hij kan ernaar blijven kijken. Hij ziet de lichtheid van het bestaan.

Meer over