Hebriana ****

Suburbia blijft in buitenvoorstelling goed overeind door de balans tussen kluchtig en aandoenlijk.

VINCENT KOUTERS

Van Lars Norén door Theatergroep Suburbia. Regie: Albert Lubbers.

Stadslandgoed De Kemphaan, Almere, 7/6. Daar t/m 12/7. theatergroepsuburbia.nl

Het tragikomische familiedrama Hebriana, nu gespeeld door theatergroep Suburbia, had zo geschreven kunnen zijn door Tsjechov, als die geleefd zou hebben in tijden van Tsjernobyl en aids. Maar Hebriana, geschreven in 1987, is van de hand van de Zweedse toneelschrijver Lars Norén, specialist in Zweedse somberheid.

Norén bedacht zo'n typische toneelfamilie, bestaande uit drie zussen, wat aangetrouwde nietsnutten van mannen, een homoseksuele huisvriend en een dominante moeder. Gezamenlijk vieren ze al zo lang ze kunnen herinneren het midzomerfeest in het zomerhuisje van de familie. Hun probleem: ze hebben elkaar al net zo lang niets meer te vertellen.

Met sardonisch genoegen laat Norén deze door angsten en verveling totaal verlamde mensen elkaar het leven zuur maken. In een reeks pijnlijk verbitterde dialogen gaan jaren oude ruzies op herhaling of stuiten verborgen gehouden verlangens op een muur van desinteresse. Het is aan de spelers daarbij de lichte toon te zoeken en voor de komedie in deze tragikomedie te zorgen.

Regisseur Albert Lubbers heeft daartoe zijn acteurs geïnstrueerd emoties op te blazen tot kluchtige proporties. Niet subtiel, maar het werkt goed in deze buitenvoorstelling. Hebriana is namelijk Suburbia's jaarlijkse zomerproductie op stadslandgoed De Kemphaan in Almere. Er wordt in een open tent gespeeld, naast een decor dat de afgebladderde voorgevel van het vakantiehuisje voorstelt.

De telkens botsende zussen Lena en Anna vormen de motor van deze familie. Gespeeld door Sandra Mattie en Rian Gerritsen is dit stel een van de attracties van de avond. Hun ruzies lopen hoog op, maar het knappe is dat de actrices al spelende een toon en een timing te pakken krijgen die het gebekvecht tegelijk iets vertrouwds meegeven.

Leuk is ook Wouter van Lierde als aanloophomo Axel. Zijn dertig jaar jongere vriendje heeft het net uitgemaakt en Axel komt eens goed uithuilen, hoewel niemand daarop zit te wachten. Van Lierde balanceert behendig tussen kluchtig en aandoenlijk spel. Martijn de Rijk en Ad Knippels spelen de aangetrouwde mannen passend gedesillusioneerd.

Dan is er nog de moeder, gespeeld door Lieneke Le Roux, die in haar rol wat aan de oppervlakte blijft en vooral goed is in wegkijken. Er schuilt een groot verdriet in deze vrouw - haar man is onlangs overleden, haar jongste dochter zit in een inrichting - maar dat komt er te weinig uit.

Die jongste dochter heet Britt-Marie, maar ze noemt zichzelf Hebriana. Het is een mysterieuze rol voor de jonge Roos van Erkel. Hebriana's komst, halverwege het stuk, zorgt voor een stroomversnelling. Het zwijgende meisje brengt de hoofden van de mannen op hol en de vrouwen tot razernij. Een escalatie lijkt onafwendbaar, maar dan is daar opeens het prachtige verstilde slotbeeld. In al zijn ingehouden treurnis en woede heeft dit een grotere impact dan welke dramatische gebeurtenis ook.

undefined

Meer over