Hebbes!

Fotoredacteur Frank Schallmaier kijkt met vijf verzamelingen terug op het afgelopen jaar. Deel 2: cadeautjes voor de paus.

ROB GOLLIN

Ze was veel te vroeg wakker geworden. Ze had de wekker om 7 uur gezet, maar al om 5 uur staarde ze met wijdopen ogen naar de ventilator aan het plafond van de hotelkamer. Buiten schemerde het nog. Door het raam dat op een kier stond, waaide de ochtendkoelte naar binnen, tegelijk met het ruisen van de ontwakende stad.

Ze vocht tegen de aanvechting Maria weer te bellen. Het kon niet: in Buenos Aires was het in het holst van de nacht. Ze had haar gisteren nog gesproken. 'Mi mamacita, pas op, het zal druk zijn', had die lieve schat gewaarschuwd. 'En doe je hoedje op, de zon is al sterk.'

Eerlijk gezegd zag ze nogal op tegen de dag van vandaag, ze had al opgezien tegen de reis. De afstand, de drukte, de warmte misschien, het gemis van Maria en de kleinkinderen, het gezelschap van de andere gelovigen aan wie ze zich alleen maar zou ergeren.

'Moedertje, je moet gaan. Je hebt het er al zo lang over, al toen papa er nog was. En nu is er zelfs onze paus, cardenal Jorge Bergoglio! Papa Francisco, van Argentinië. Dit is je kans.'

Ze keek door de ramen van de touringcar, zag dat ook andere bussen dezelfde kant op reden en voelde zich ineens minder alleen. De weerzin week voor de opwinding. We zijn in Rome! We gaan de paus zien! En wat voor een paus! Met twee handen omknelde ze de hengsels van de handtas op haar schoot.

Ze had niemand verteld van haar plannetje, zelfs Maria niet.

Op de Via della Conciliazione deelde de reisleider flesjes water uit. Ze waren te vroeg voor de publieke audiëntie, veel te vroeg, maar ze vond het niet erg. Ademloos had ze naar de kolossale basiliek gestaard, naar het nog lege podium. Hij zal ver weg zijn, straks, nog verder weg dan in de Catedral Metropolitana.

Maar dan is het moment daar. Het geroezemoes op het volle plein zwelt aan, alle hoofden draaien dezelfde kant op. Daar verschijnt de witte Mercedes-jeep met open laadbak. Stapvoets komt de paus dichter bij. Hij lacht, zwaait of is het al zegenen?

De menigte dringt op, zij dringt mee, tot op de vierde rij, haar hart klopt wild, ze hoort de stem van Maria - 'moedertje, dit is je kans'. Ze graait in haar handtas, waar zit dat ding, waar?

Ze kijkt even op, Franciscus is niet ver weg meer. Er vliegen ineens attributen over haar hoofd. Omstanders juichen als hij ze uit de lucht plukt. Het verrast haar. Was ze dan niet de enige met zo'n plannetje?

Ze ziet een sjaal, een pet, een voetbalshirt - papa Francisco houdt van voetbal, hij is de bekendste supporter van San Lorenzo de Almagro uit Buenos Aires.

De auto is op een steenworp afstand. Driftig graaien haar vingers in alle vakjes tot op de bodem van haar tas. Nergens. Nergens! Ze voelt tranen opkomen.

Ineens, in een flits, weet ze het. Vanmorgen in het hotel had ze hem nog door haar vingers laten glijden. Ze was vergeten dat ze hem in de zak van haar jas had gestopt. Wat stom! Ze vergeet zo vaak dingen, de laatste tijd.

Hij is nu tegenover haar, de engel in het wit. De rozenkrans heeft haar hand verlaten en zweeft zacht golvend, gedragen door de milde lentebries, op hem af. Het is alsof het beeld vertraagt en het geroep van de menigte smoort. Het duurt een eeuwigheid. Hij strekt zijn hand uit.

Hebbes!

Heeft hij gezien dat die van haar kwam? Ze denkt van wel, ze zal het nooit zeker weten. Maar ze zal huilen van geluk als ze straks Maria aan de lijn heeft.

undefined

Meer over