Hè hè, zo goed kan live hiphop dus zijn

Snoop Dogg..

Menno Pot

Amsterdam Maandagavond was Snoop Dogg verrassend op het podium van de Amsterdamse Melkweg verschenen als speciale gast van Willie Nelson (ze zongen samen I Ain’t Superman), dus als een échte verrassing kwam het al niet meer dat de countryheld een dag later ook opdook bij het concert van Snoop, in dezelfde zaal.

Maar wat leverde het een onvergetelijke momenten op: die kleine Nelson naast die lange, stakerige Snoop, vol overgave My Medicine rappend, een track die Snoop Dogg schreef als eerbetoon aan wijlen Johnny Cash, ‘a real American gangster’.

Nelson klapte en swingde vaak aandoenlijk uit de maat (country wiegt nu eenmaal anders), maar Snoop leek hem liefdevol aan te moedigen: toe maar Willie, laat je gaan, man. En dat deed Willie, die zich kostelijk leek te vermaken tijdens het nummer over het spul waar hij en Snoop wel pap van lusten. In de VS kregen ze er beide gedonder mee; in Amsterdam ruik je het overal. ‘I’m so high right now, how about you? Get my money, buy my medicine.’

‘Wow, nu heb ik het écht gemaakt,’ zegt Snoop, terwijl hij zijn nieuwe, 74-jarige maatje nakijkt. In Nederland ontstond de voorbije dagen een bizarre, maar prachtige muzikale vriendschap tussen twee Amerikanen die bijna veertig jaar schelen (Snoop is 35), maar hun liefde voor wiet en hun gevoel voor humor gemeen hebben. En wíj mochten er getuige van zijn.

Het ‘duet’, zo rond half twaalf, was natuurlijk het hoogtepunt van de voorstelling, maar ook in het kwartier ervoor en het uur erna maakte Snoop Dogg indruk, en dat was misschien nog wel de prettigste verrassing. In de commerciële voorhoede van de Amerikaanse hiphop zijn de gemakzuchtige, vervelende klieren de laatste jaren in opmars: lui als 50 Cent en The Game gooien er op het podium vaak zo opzichtig met de pet naar dat je van pure oplichterij mag spreken.

Nee, dan Calvin Broadus Jr., alias Snoop Dogg: bij hem geen stoned geklier (zijn blowpauzes ten spijt), maar even geconcentreerde als onderkoelde raps met een ongekend hoge woorddichtheid, zoals alleen Snoop dat kan – fel en achteloos tegelijk. Het was wel grappig dat hij P.I.M.P. uitvoerde, de hit van 50 Cent waaraan hij meewerkte. Zo’n uitvoering kun je bij ‘Fifty’ wel vergeten; sterker, tijdens diens optredens kun je vergeten dat het nummer überhaupt wordt afgemaakt.

Snoop schotelde een dwarsdoorsnede uit zijn oeuvre voor: van materiaal van zijn nieuwe album Ego Trippin’ tot het klapstuk Drop It Like It’s Hot (2004), dat het productionele stempel van Pharrell Williams draagt, tot opzwepende reizen met de tijdmachine, terug naar 1993 toen Snoop Dogg nog Snoop Doggy Dogg was en hij zich nadrukkelijk als ‘gangsta’ manifesteerde. Zo goed kan live hiphop zijn. Fijn om daaraan herinnerd te worden door de grootste man in zijn genre.

Menno Pot

Meer over