Hé, een Italiaans vestingwerk in de tuin

De bakstenen muur die Martin Jan van Mourik in 1988 in zijn tuin vond, blijkt deel uit te maken van een zeldzaam 15de-eeuws vestingwerk. 'Mijn vrouw was er eerst niet zo blij mee.'

RAVENSTEIN - Martin Jan van Mourik groef eigenhandig een deel van de vesting op.

Het zal je maar gebeuren: even een middeleeuwse vesting opgraven in je achtertuin. Het overkwam Martin Jan van Mourik (70), geboren en getogen in Ravenstein (bij Oss). De emeritus hoogleraar in het notarieel recht is er maar wat trots op.

'Let niet op de rommel', zegt hij, terwijl hij in groene laarzen langs de meer dan manshoge klei- en zandhopen in zijn achtertuin beent. In een van de diepe gaten is de gewelfde ingang van een kazemat te zien, uitgevoerd in baksteen: 'Van hieruit schoten de soldaten met het kanon over het water van de vestinggracht.'

Verderop ligt een metershoge vestingmuur bloot. Vlak langs het tuinhuis zijn in de diepte de contouren van een geschutstrechter te zien. 'Die kanonskelder loopt door onder het tuinhuis', beweert Van Mourik. 'Dat tuinhuis ga ik volgende week slopen. Grapje.'

Ook archeoloog Eric van der Kuijl, die deze week heeft mee gegraven, is laaiend enthousiast. 'Dit is een Italiaans vestingwerk in rode baksteen, met een centrale ruimte, kazematten en geschutstrechters uit naar schatting 1488. Dat is heel bijzonder, want de Nederlandse vestingwerken die van iets latere tijd dateren, zoals in Den Bosch, bestaan uit aarden wallen.'

De verklaring hiervoor is dat Ravenstein in de 15de eeuw eigendom was van de Duitse landsheer Filips van Kleef, die tevens gouverneur van Genua was. Waarschijnlijk heeft hij een Italiaanse architect ingeschakeld voor de bouw van de vesting, met een totale omtrek van zo'n 40 meter.

'Mijn vrouw was er aanvankelijk niet zo blij mee', mompelt Van Mourik, bij de puinhopen op het gazon dat grenst aan de stadsgracht. Maar het is het waard geweest. Wie kan nou zeggen dat hij een archeologisch relict van die omvang in zijn tuin heeft?

Het begon in 1988, toen hij een zinkput voor de wc-afvoer van zijn tuinhuis liet graven. Het graafmachientje stuitte op een bakstenen muur. Van Mourik liet de graafmachine staan en groef door met een schop. Een bakstenen gewelf werd zichtbaar. Hij waarschuwde de gemeente, maar die reageerde minder enthousiast. 'Mooi hoor', zeiden ze. 'Neem er foto's van en maak maar weer dicht', aldus de professor. 'Ik markeerde de plek met een bloempot en dacht: ooit zal ik ze terugpakken.'

Dat moment kwam na zijn pensioen. Ruim twee jaar geleden begon hij weer te graven in zijn tuin. De emeritus hoogleraar in de rechten wist dat het illegaal was. Want als particulier mag je niet zomaar graven naar cultureel erfgoed in de grond. 'Maar je moet wat als je verder wilt komen', verontschuldigt hij zich. 'Ik ben niet zo'n vriend van de autoriteiten.'

In april 2012 stuitte hij op de gewelfde ingang met stenen vloer van de kazemat. 'We 've got him!', riep hij. 'We hebben de ingang van de kazemat gevonden.' De autoriteiten, gealarmeerd door zijn graafwerk, reageerden ontstemd. 'Natuurlijk was het clandestien wat ik deed', erkent Van Mourik. 'Maar ik was geen garage aan het bouwen of zoiets. Ik deed het voor een goed doel en liet me adviseren door een lokale archeoloog. Ze hebben gelukkig niet gehandhaafd.'

Tegelijkertijd zagen de autoriteiten het belang van de vondst in. Er volgde een legalisatieprocedure, Van Mourik richtte een stichting op (met 'militairen' als ex-defensieminister Hans Hillen en ex-legercommandant Peter van Uhm in het comité van aanbeveling) en afgelopen maandag kon het echte werk beginnen, onder supervisie van archeoloog Van der Kuijl.

'Heel bijzonder dat een particulier dit doet en zelf financiert', zegt Van der Kuijl. 'Meestal werk ik in opdracht van de overheid of een bedrijf.' Bijna de hele tuin is overhoop gehaald, maar het resultaat mag er zijn. Volgens Van der Kuijl gaat het om het oudste Italiaanse bastion in Nederland.

Vrijdagmiddag komen de burgemeester en wethouder een kijkje nemen. Iets later opent Van Mourik zijn tuin ook enkele uren voor bewoners en andere geïnteresseerden. Hij wil de ondergrondse vesting met financiële steun van de overheid verder uitgraven en toegankelijk maken voor publiek. 'Als zij ondergronds zichtbaar blijft, kunnen we haar van boven weer dichtmaken', aldus de hobby-archeoloog. 'Dan maken we er weer gewoon tuin van en is mijn vrouw ook tevreden.'

undefined

Meer over