Analyse

Hazara-vrouwen zijn de meest vrijgevochten van Afghanistan. Wat hebben de Taliban voor hen in petto?

Hazara-vrouwen bezoeken de graven van hun familieleden die zijn omgekomen bij een aanslag in Kabul. Deze minderheid is vaak het doelwit van geweld.  Beeld Getty Images
Hazara-vrouwen bezoeken de graven van hun familieleden die zijn omgekomen bij een aanslag in Kabul. Deze minderheid is vaak het doelwit van geweld.Beeld Getty Images

Geen bevolkingsgroep heeft zoveel te vrezen van de Taliban als de Hazara’s. En van hen weer vooral de vrouwen, de best opgeleide en meest geëmancipeerde van Afghanistan. Wat is hun achtergrond?

Het had donderdag heel druk op straat moeten zijn in Dashti Barchi, in het zuidwesten van Kabul. Het was immers Asjoera. Wat in theorie een dag van religieuze rouw is voor de sjiieten, wordt altijd gevierd als een feestdag.

‘De mensen gaan naar de moskee, maken lekker eten en geven dat aan de armen. Negentig procent van de mensen is dan buiten’, zegt Mohammad Reza, bewoner van de wijk, via Skype. Maar deze dag waren de straten leeg. ‘Iedereen hier bleef binnen, behalve voor de noodzakelijke boodschappen.’

Met ‘hier’ bedoelt hij Dashti Barchi en omringende wijken, het deel van Kabul dat wordt bewoond door de Hazara’s. De Hazara-minderheid, 10 procent van de Afghaanse bevolking, heeft meer dan wie ook te vrezen van een Taliban-regering. Als sjiieten staan ze religieus gezien ver af van de uiterst conservatieve, soennitische Taliban. En eind jaren negentig, onder de eerste vijf jaar Talibanbewind, hadden de Hazara’s zwaar te lijden.

De Hazara’s zijn daarom op hun hoede. Wat hebben de nieuwe machthebbers voor hen in petto? Vooralsnog beperkt hun aanwezigheid zich ertoe dat ze de politieposten in de wijk hebben overgenomen, zegt Reza, die als vrijwilliger sociaal werk doet onder de Hazara’s.

Vooral de Hazara-vrouwen krijgen te maken met de conservatieve mores van de Taliban. Van oudsher zijn Hazara-vrouwen meer geëmancipeerd dan vrouwen uit andere bevolkingsgroepen. Hun rol in de familie is minder onderdanig. De boerka dragen zij uit zichzelf niet. De eerste (en tot nu enige) vrouwelijke gouverneur was een Hazara, de eerste vrouwelijke burgemeester, de eerste vrouwelijke politiechef. Hazara-vrouwen excelleren in de media, in de topsport.

Oud zeer

Ook is er veel oud zeer tussen de Hazara’s en de Taliban, meer dan tussen de Taliban en andere etnische groepen. In 1998 vond in Mazar-i-Sharif het grootste oorlogsmisdrijf uit veertig jaar burgeroorlog plaats. Van deur tot deur gingen de Taliban op jacht naar Hazara’s. Mannen werden ter plekke doodgeschoten of met honderden tegelijk in containers gestopt, waarin velen bezweken onder de brandende zon. Het was een wraakactie voor massa-executies (niet alleen door Hazara’s) van Talibanstrijders het jaar ervoor.

Drie jaar later werden in Bamyan, centrum van de Hazara-cultuur en culturele hoofdstad van de Hazara’s, twee boeddhabeelden door de Taliban opgeblazen. De twee gapende gaten in de rotswand herinneren de Hazara’s dagelijks aan wat een opzettelijke aanslag op hun cultuur was – de boeddha’s waren daar onderdeel van geworden. De opdracht kwam van Talibanleider Mullah Omar, die zei dat er ‘geen verschil is tussen ketters en sjiieten’.

Sinds de val van hun regime in 2001 hebben de Taliban hun houding tegenover Hazara’s en andere minderheden geleidelijk gewijzigd. Ze zagen in dat ze onder hen maar beter bondgenoten konden zoeken tegen de regering en tegen de Amerikanen, of op z’n minst hun wantrouwen doen verminderen. Wat betreft Tadzjieken en Oezbeken zijn ze daar deels in geslaagd. Een (onbekend) aantal sloot zich aan bij de Taliban, hier en daar doken zelfs Oezbeekse en Tadzjiekse commandanten op.

Voor de Hazara’s echter geldt dit veel minder. In de provincie Bamiyan lieten de Taliban zich twintig jaar lang nauwelijks zien. Hazara-kader hebben de Taliban niet, op één man na. Vorig jaar benoemden ze Mawlawi Mehdi, een Hazara, tot districtsbestuurder in de provincie Pul-e Khumri. Reden voor zijn bekering: in zijn dorp had hij een conflict over een stuk grond, en hij vond gehoor bij de Taliban.

‘Het geval van Mawlawi Mehdi is uitzonderlijk’, schrijft Thomas Ruttig van het Afghanistan Analysts Network (AAN). ‘Het was de eerste keer dat een Hazara een functie binnen het Taliban-bestuur aanvaardde.’ In 2006 riep Mullah Omar zijn strijders op ‘geen sektarische haat’ te tonen, moslims van andere denominaties zijn immers ‘onze broeders’. ‘Dat heeft de sjiieten echter niet overtuigd van de oprechtheid van zijn boodschap’, aldus Ruttig.

Onderwijsrevolutie

De Hazara’s zijn van ver gekomen. De van oudsher straatarme boeren, onderaan in de Afghaanse pikorde, werden door de burgeroorlog vanaf de jaren tachtig gedwongen zich te organiseren. Het verjagen van de Taliban in 2001 betekende een nieuw keerpunt. Honderdduizenden Hazara-vluchtelingen vestigden zich in Kabul na terugkeer uit Iran, waar velen van hen onderwijs hadden genoten.

Terug in Afghanistan beleefden zij een ware onderwijsrevolutie. Ze beseften dat, aangezien alle deuren voor hen potdicht zaten, hard leren de enige kans bood op vooruitgang. ‘Onderwijs’ werd een magisch woord. Van de nieuwe studenten aan de Universiteit van Kabul was op zeker moment maar liefst 70 procent Hazara, voor de regering reden de balans iets te bij te stellen.

Aangezien veel van die goed opgeleide Hazara’s vrouw zijn, dreigen onevenredig veel jonge Hazara-vrouwen straks veroverd terrein te moeten prijsgeven.

Bovendien worden de littekens van 1998 telkens weer opengereten. Hazara’s waren de afgelopen jaren het doelwit van een reeks aanslagen, meer dan andere bevolkingsgroepen. In mei dit jaar nog werden 85 Hazara-meisjes gedood bij een bomaanslag op een middelbare school in Kabul. De meeste aanslagen, ook die op de school, werden geclaimd door IS.

Diverse keren echter ging de verdenking wel degelijk uit naar de Taliban. Het maakt het vertrouwen van de Hazara’s in het nieuwe bewind er niet groter op.

Laatste alarmbel: Amnesty International berichtte vrijdag dat negen Hazara-burgers begin juli zijn vermoord nadat de Taliban het district Malistan in de provincie Ghazni hadden ingenomen. Zes mannen werden bij diverse incidenten doodgeschoten, drie anderen werden gruwelijk gemarteld. ‘De 63-jarige Jaffar Rahimi werd beschuldigd van collaboratie nadat er geld in zijn zak was gevonden’, aldus Amnesty. ‘Hij werd gewurgd met zijn eigen sjaal. De mensen die hem later begroeven, zeiden dat hij bont en blauw was en dat zijn armspieren waren afgesneden.’

Meer over