Hauschka e.a.

ROBERT VAN GIJSSEL

De Amsterdamse Duif mag naast een poppodium een eerbiedwaardig kerkgebouw zijn, op dinsdag werd er een avondvullende poging gedaan het instrument der instrumenten eens flink te ontheiligen. De Steinway was de klos en diende als onderzoeksobject in een pianolaboratorium voor drie heren met experimenteerdrift.

Het festival Indiestad, georganiseerd door popzaal Paradiso, had het trio uitgenodigd voor een 'neoklassiek' concert: hedendaagse muziek in klassieke outfit - piano naast strijkkwartet - maar met een van de pop geleende slagkracht van compacte en herkenbare composities.

De Amerikaan Dustin O'Halloran, ook bekend als helft van het neoklassieke duo A Winged Victory For The Sullen, legde de vleugel eerst aan een infuus van elektronica. Hij trok doodeenvoudige en kleine melodieën versterkt door een rij analoge gitaareffecten en liet zijn aanslagen door een zware reverb diep afdalen in de echoput, waar ze tot het einde der tijden konden blijven rondwervelen. O'Halloran creëerde in De Duif een fijne meditatieve sfeer, maar deed het uiteindelijk vooral goed als ideeënman. De uitvoering was minder: ondanks de lage moeilijkheidsgraad te veel misgrepen waardoor het zalige aura rond deze muziek langzaam verbrokkelde.

De IJslandse componist Jóhann Jóhannsson speelde een stuk netter. Elektronische bijgeluiden stuurde hij stoïcijns aan vanachter de laptop en aan de piano onttrok hij zulke simpele en eindeloos herhaalde melodieën, dat het bijna ergerlijk werd. Prima als filmmuziek (de ontroerende slotscène), maar als op zichzelf staand werk te weinig boeiend.

Verlossing bracht het Duitse fenomeen Hauschka, een artiestennaam voor Volker Bertelmann. Deze Düsseldorfer bewerkte de hem toebedeelde piano live met tassen vol attributen, legde pingpongballen op de snaren, stak er stalen spatels tussen of dempte ze met vilten matjes. Zo eigende hij zich het instrument toe en opende de poorten naar een bizarre muzikale wereld.

Hauschka improviseerde soms, naast een van de Finse band Múm betrokken meesterdrummer en percussionist. Hij hamerde resoluut en repetitief op het hoge register, dat piepte, knarste en schuurde door de tegen elkaar resonerende snaren. De bassen klonken als gesmoorde klappen tegen een oliedrum, of als een ratelende loopband in een conservenfabriek.

Zijn muziek was dynamisch en opzwepend, zoals het stuk Radar van zijn laatste plaat Salon Des Amateurs: bijna dance. Soms hallucinant en druggy, zoals het percussieve en betoverende TaxiTaxi, waarbij een heel orkest zich uit de vleugel leek op te richten. Maar altijd stond de gimmick van de 'geprepareerde piano' in dienst van de muziek. Hauschka opende misschien een trukendoos, maar speelde toegankelijke en strakke popcomposities met een heldere boodschap, waarvan je geen seconde wilde missen.

Indiestad: Hauschka, Jóhann Jóhannsson, Dustin O'Halloran De Duif, Amsterdam, 15/05.

undefined

Meer over