Hartverscheurend spel van Pharaoh Sanders

Er zijn talloze manieren om 'aaaaah' te roepen en op je borst te roffelen. Je hebt de standaard Tarzan-yell, de gekwelde Harvey Keitel-methode, de Emiel Ratelbandschreeuw....

Koen Schouten

Op de top van een schijnbaar achteloos opgebouwde spanningsboog, na een saxofoonsolo die op het punt staat om alles uit te drukken wat je nooit hebt kunnen verwoorden, is er die verlossende kreet.

Hier gaat het om. Dit is de essentie.

Voor het eerst sinds acht jaar speelde Pharoah Sanders weer in Nederland, woensdag in een uitverkocht Bimhuis. De tenorsaxofonist, die midden jaren zestig bekendheid verwierf als lid van de extreem heftige free-jazz groep van John Coltrane, is nu 64. Hij ziet er ouder uit maar zijn toon is nog hartverscheurend accuraat.

Zo extreem als met Coltrane speelt Sanders al lang niet meer. Hij maakte diverse soepel in het gehoor liggende platen met onder meer funk, dub en mainstreamjazz. Woensdag trad hij aan met een bezetting die op papier de verwachting schiep dat er vet gefunkt ging worden.

Drummer Will Calhoun over een maand weer in Nederland te horen met zijn vaste band Living Colour en basgitarist Matthew Garrison staan bekend om hun gespierde spel.

Die gespierdheid was in het Bimhuis zeker aanwezig maar hij werd, met hulp van pianist Orin Evans, op een bescheiden en bijzonder smaakvolle manier ingezet om milde, maar bijzonder intense grooves te spelen.

Garrisons sub-laag kietelde het middenrif. De bassist speelde zijn akkoorden en vingervlugge tussendoortjes altijd in dienst van de muziek. Ook Will Calhouns met dubbele bassdrum afgevuurde mitrailleurschoten raakten recht in het hart.

Mede daardoor klonk Pharoah Sanders volkomen actueel. Zijn vocabulaire van multiphonics, hoge kreten en zijn scheurende geluid maakten zijn melodieuze solo's nog persoonlijker en intenser. Met een gemak alsof het de gewoonste zaak van de wereld was deed het Pharoah Sanders Quartet iets dat je toch echt zelden meemaakt: ze gaven een magisch concert.

Meer over