Hartslagmeter houdt het hele lichaam bij

Cabaretier en marathonloper Dolf Jansen liep voor het eerst in 1984 met een hartslagmeter, schrijft hij in een column in Runner's World: 'Het was een plastieken doosje ter grootte van een pakje sigaretten, met een elastieken band eraan....

Rolf Bos

Tegenwoordig, schrijft Jansen, zijn het fijne, dunne rubberen bandjes geworden en lees je het resultaat direct af op de pols. 'Je kunt ook zien hoe lang je bezig bent, hoe lang je nog moet, hoe hard je gaat, hoeveel calorieën je aan het verbranden bent en wat de winnende getallen van de Duitse lotto zijn.'

Hartslagmeters zijn kekke polshorloges geworden, die, in combinatie met de band om de borst met de ingebouwde zender, tegenwoordig zo'n beetje de algehele lichamelijke gesteldheid verklappen. En meer: Mark Hogenboom, directeur van fabrikant Polar, beklom met een geavanceerd model de Mont Blanc: 'Ook de hoogte gaf hij keurig aan.'

De eerste hartslagmeters dateren uit Finland, het land waar het hoofdkantoor zetelt van Polar. Wereldwijd heeft het bedrijf een marktaandeel van rond de 80 procent.

Rond 1977 verscheen daar, ontworpen door Seppo Säynäjäkangas, de eerste draadloze meter. Langlaufers waren de eerste gebruikers, gevolgd door marathonlopers. Binnen het wielrennen volgde Phil Anderson, die lang een eenling in het - conservatieve - peloton bleef. In het voetballen werd de meter de laatste jaren tijdens de training geïntroduceerd.

De groep waarbinnen de hartslagmeter het meest gebruikt wordt, is die van de triatleten, traditioneel de grote vernieuwers binnen de sportwereld. Wie vorige week bij de triatlon van Almere ging kijken, zag onder vrijwel elk doorweekt shirt de contouren van de zwarte borstband. In bladen als Triathlon Sport en op sites als www.tri-run.com vertellen deskundigen als Frank Heldoorn vaak over hun ervaringen met de meter, die de sporter leert zeer effectief te trainen.

Vooral Heldoorn, gestopt met topsport, maar desondanks nog vaak bovenin de uitslagen van lange triatlons te vinden, is een missionaris op dit gebied. 'Beginners raad ik altijd aan met een hartslagmeter te sporten, zij kunnen niet goed op gevoel trainen.'

Niet dat Heldoorn, die tegenwoordig sporters begeleidt door middel van 'e-co@ching' ('hartslagmeter verplicht'), dat gevoel helemaal wil wegcijferen. 'Veel mensen zien een meter als het alternatief voor trainen op gevoel. Dat is echt grote onzin. Je moet beide aan elkaar leren koppelen.'

Voordat met een hartslagmeter getraind kan worden, moet eerst de maximale hartslag berekend worden. Er zijn verschillende testen om die waarde te berekenen, al dan niet uitgevoerd in een sportmedisch centrum, al is dat laatste altijd veiliger en accurater.

De eenvoudigste methode om de maximale hartslag te bepalen gaat volgens de Formule van Karvonen: 220 minus leeftijd (Vrouwen: 226 - leeftijd). Vervolgens zijn er vier hartslagzones, waarbinnen getraind kan worden. Van lichte intensiteit (50 procent van het maximum; wandelen, aerobics, waarbij vetverbranding voorop staat) tot zware intensiteit (85 - 100 procent).

Het laatste niveau is weggelegd voor topsporters, die bewust op zoek gaan naar de anaërobe zone, waarin het bloed niet langer voldoende zuurstof naar de spieren kan brengen, met als gevolg verzuring. Een à tweemaal per week trainen in deze zone heeft tot gevolg dat een sporter bij een lange inspanning beter presteert.

De meter valt in de sportwereld niet meer weg te denken, maar toch traint niet iedere topper met een hartslagmeter. De winnaar van de triatlon van Almere, de Belg Schellens, doet het zonder. Andere sporters dragen geen meter meer, zoals triatleet Jan Wullink: 'Ik was zo bezig met die hartslagen, dat ik geen plezier meer had in het trainen.'

Voormalig topper Martin Breedijk had na een tijdje geen meter meer nodig: 'Door het eerdere intensieve gebruik wist ik zeer goed hoe mijn lichaam er voor stond. Ik kon nauwkeurig raden met wat voor hartslag ik liep.'

Veel sporters hebben hun hartslagmeter altijd om, opdat ze ook hun hartslag in rust kunnen meten. Een te hoge rusthartslag kan een teken van overtraining of ziekte zijn.

Het metertje vertelt echter niet alles. Dolf Jansen, na twee dagen hard trainen, in zijn column: 'Vanochtend was mijn hartslag 40. En dat is oki. Als ik uit mijn bed klauter vertelt mijn lichaam me gelijk dat er meer is dan alleen maar hartslag. Mijn voeten piepen, mijn knieën kraken, mijn bovenbenen bonken en wat zich allemaal in mijn buik afspeelt, wilt u niet weten.'

Meer over