Hart en ziel van Auschwitz in verval

Auschwitz dient, 62 jaar na de bevrijding, gerestaureerd te worden, maar hoe doe je dat zonder de holocaustontkenners in de kaart te spelen?...

AP

OSWIECIM Getuigen van de Holocaust komen vandaag bijeen in Auschwitz, zoals elk jaar op 27 januari, de dag waarop het vernietigingskamp in 1945 door het Sovjetleger werd bevrijd. Elk jaar worden zij ouder, brozer en hun aantal kleiner. De stille getuige, het kamp zelf, toont na 62 jaar ook tekenen van veroudering, letterlijk en figuurlijk.

De nieuwe directeur, de 34-jarige historicus Piotr Cywinski, zoekt naar mogelijkheden om Auschwitz als tastbaar bewijs van de nazimisdaden te conserveren en tegelijk te moderniseren, zonder voedsel te geven aan ontkenners van de Holocaust. Het moeilijkste is om de authenticiteit te bewaren en toch te zorgen dat bezoekers dingen kunnen zien en aanraken, zegt de in september aangetreden Cywinski in zijn kantoor in een van de barakken van Auschwitz. ‘Dit is geen middeleeuws kasteel dat is gebouwd met degelijke materialen die de eeuwen moeten kunnen doorstaan. Het was een nazikamp dat voor een beperkte tijd dienst moest doen.’

Meest precair is misschien wat er moet gebeuren met de restanten van de gaskamers, die langzaam in elkaar zakken tengevolge van klimaatinvloeden, erosie en zwaartekracht. De nazi’s bliezen de gaskamers en crematoria zelf op toen het Sovjetleger tegen het eind van de oorlog oprukte. De meeste liggen er nog bij zoals zij ze hebben achtergelaten – ruïnes die zowel aan de misdaad herinneren als aan de pogingen deze te verdoezelen.

Alle verval is problematisch voor een monument dat mensen moet herinneren aan wat de joden, zigeuners, homo’s, Poolse politieke gevangenen en anderen is aangedaan. Nu is het meeste nog aanwezig – de spoorlijn waarover de gevangenen aankwamen, de barakken waarin zij onder onmenselijke omstandigheden leefden, de gaskamers waar zij werden vermoord en de crematoria waar hun lichamen werden verbrand. Als het zou verdwijnen zouden toekomstige generaties worden beroofd van uniek historisch bewijs van de nazimisdaden, een zorgwekkende gedachte nu holocaustontkenners weer van zich doen horen. In tegenstelling tot andere vernietigingskampen als Treblinka en Belzec, die werden afgebroken en waar alleen een herdenkingsteken nog aan herinnert, geeft Auschwitz nog een duidelijk beeld van hoe het kamp in elkaar zat.

Auschwitz bestaat eigenlijk uit twee kampen. Het tweede Auschwitz, Birkenau, is het grootste. Het werd drie kilometer van het oorspronkelijke complex gebouwd om de ‘Endlösung’ – de uitroeiing van de joden – te versnellen.

Omdat Auschwitz-Birkenau in de hele wereld geldt als symbool van de nazimisdaden is elke verandering een zaak van grote verantwoordelijkheid en zal die hoe dan ook weerstand oproepen. Cywinski pleit voor de aanleg van muren rond de gaskamers om verder inzakken te voorkomen. Nu is het moment om te handelen, zegt hij, want over tien, vijftien jaar kun je misschien niet meer zien hoe ze geconstrueerd waren.

Maar werkzaamheden aan de gaskamers is bij uitstek iets wat holocaustontkenners kunnen aangrijpen om hun beweringen kracht bij de zetten, bijvoorbeeld door foto’s van de restauratiewerkzaamheden te verspreiden, zegt Jonathan Webber, professor joodse studies aan de universiteit van Birmingham en lid van de Internationale Auschwitzraad. Het prikkeldraad in Auschwitz is sinds de oorlog al meermalen vervangen omdat het zo roestte, zegt hij. Maar ‘rommelen aan de gaskamers’ is heel wat anders. Dat is ‘rommelen aan het hart en de ziel’ van wat Auschwitz vertegenwoordigt. Webber heeft er bij de raad op aangedrongen de beste deskundigen van de wereld te raadplegen alvorens ook maar iets te ondernemen.

Hij benadrukt dat er niets zal gebeuren voordat autoriteiten van wereldklasse zich erover hebben gebogen. Een van die autoriteiten is Yad Vashem, het holocaustmuseum in Jeruzalem.

‘Destijds werd de tentoonstelling gemaakt voor mensen die zich de oorlog heel goed herinnerden’, zegt Cywinski in zijn kantoor.

‘Nu hebben we een generatie jongeren van wie de ouders zich de oorlog niet eens meer herinneren. Als we niet veranderen zal deze tentoonstelling de toekomstige generaties steeds minder zeggen.’

Meer over