Harmonie

Bij de vleeswaren staat mijn ex-man met zijn karretje. We groeten elkaar en ik kijk in zijn kar...

Pampers, Olvarit en Bambix. Hij loert in mijn kar: zes flessen rode wijn, Franse kaas, stokbrood en kattenvoer. 'Mijn weekeinde ziet er anders uit dan het jouwe', zeg ik. We lachen.

Dan wisselen we informatie uit over onze kinderen. Over onze zoon, die in Zwitserland werkt en geëvacueerd is wegens lawinegevaar. En over onze net getrouwde dochter, die de voor- en nadelen van zo'n keuze gaat ervaren.

'Ik hoor dat je weer vader wordt', zeg ik en kijk hem aan. Hij knikt en lacht dat schutterige lachje van hem. Erg enthousiast ziet hij er niet uit. 'Niet gepland zeker?', dram ik door, want dat ben ik nog steeds niet verleerd. Informatie loskrijgen uit deze man vereist een combinatie van botheid, humor en drammen. 'Nee, niet echt', zegt hij.

'Niet erg slim, hoe oud is je zoontje nu?', vraag ik verder. 'Anderhalf', zucht hij. Dan klaart zijn gezicht op. 'Het is een vreselijk lief ventje, ik kan goed met hem overweg.' Het ligt voor op mijn tong om te roepen: 'Dat kon je met onze zoon ook.' Maar ik slik het in. 'Wat is er dan zo erg aan?', vraag ik.

'Weet je', zegt hij, 'ik denk vaak aan de tijd dat onze kinderen klein waren. Al dat geruzie en gekibbel. Dat constante scheidsrechter spelen, daar zie ik zo tegen op.'

'Ach, misschien valt het mee', troost ik, 'ze kunnen in ieder geval niet op mij lijken.' Even kijkt hij mij verbijsterd aan en schiet dan in de lach. 'Raar wijf', zegt hij.

Tijdens het boodschappen doen gaan er allerlei herinneringen door me heen. Toen ik hoorde dat zijn twintig jaar jongere vriendin zwanger was, bezorgde me dat een diep verdriet. Hij was de vader van mijn kinderen, dat was iets unieks. En nu werd hij ook vader van een ander kind.

Ik denk ook aan zijn rol als vader. Zolang de kinderen klein waren, was hij een erg leuke vader. Actief, sportief, een spelletjesmens. Met de puberteit had hij wat meer moeite en de prachtige vader-zoon relatie ontaardde in een generatiekloof die moeilijk te dichten bleek.

'Er is geen harmonie in dit huis', klaagde hij steeds. 'Je bedoelt dat wij niet doen wat jij van ons verwacht', riepen de kinderen dan. Harmonie. Zou hem dat nu wel beschoren zijn?

Bij de kassa zie ik hem weer staan. Als zijn kinderen gaan puberen, is hij 66, schiet opeens door mijn hoofd. En dan, ik kan het niet laten, zeg ik tegen hem: 'Zeg, ik bedenk opeens, over vijftien jaar als ik met pensioen ga, koop ik een campertje en ga ik eindelijk eens die reis door Australië maken. Wat ga jij doen als je met pensioen gaat?'

Thuis ontkurk ik grinnikend een fles wijn, geef de poezen eten en stort me op de krant. Wat een harmonieus bestaan heb ik eigenlijk.

Meer over