Haring

Hij is er. De nieuwe haring. Wat kun je er van zeggen? Hij is lekker, en dat verwacht je ook....

Nieuwe haring.

Ieder jaar weer.

Mijn viskraam staat op een straathoek waar veel verkeer is, maar bij de kraam is het alleen druk in de tijd van de nieuwe haring. Er zijn twee soorten klanten. Oude mannetjes die je anders nooit op straat ziet en bouwvakkers die alles van haring weten.

Vooral de oude mannetjes interesseren mij. Waar komen ze vandaan? Wat drijft hen naar de nieuwe haring? Waar denken ze aan als ze hem langzaam naar binnen werken?

Je kunt het vragen.

'Hoe is ie dit jaar?'

'Goed, heel goed', zeggen ze dan zuigend. Nooit is de nieuwe haring slecht, wat ik jammer vind.

'Hoe was ie vorig jaar?'

'Ook goed. Wat steviger. Deze is beter. Zachter.' Op deze manier ziet er naar uit dat de haring ieder jaar beter wordt; waar is het einde?

De bouwvakkers zijn duidelijker. Zij eten er ook meer. De oude mannetjes koesteren hun haringen, als een laatste herinnering aan hun eigen krachtdadige leven, maar de bouwvakkers vreten er zo drie achter elkaar, alsof er iets bewezen moet worden. 'Hij is wat steviger dan vorig jaar', zeggen ze na de tweede, 'wat minder vet op de graat. Je moet kauwen.'

'Gelul man, je hebt een ouwe.'

'Heb ik een ouwe Kees?" Kees is de visboer. Hij kan zijn haringen alleen schoonmaken als er een stomp sigaar in zijn mondhoek zit.

'Wat denk je zelf eikel?', reageert Kees.

'Nou ja, het kan zomaar dat je daar een emmer ouwen staat schoon te maken.'

Kees kan er om lachen, maar hij moet oppassen. De sigarenstomp kan ieder moment uit zijn mond vallen, en de warenwet loert.

Een andere categorie klanten komt aan het einde van de middag. Het zijn de kantoormannen onderweg naar huis. Ze zijn met de auto die ze even slordig langs de stoep parkeren. Ze nemen er eentje aan de stal, altijd in stukjes, uitjes en zuur erbij, en ze nemen er twee ingepakt mee naar huis.

'Hoe is ie dit jaar?'

'Heerlijk. Een superharing. Zo zacht als boter. Hij smelt op de tong.

Of:

'Geweldig. Niet zo snotterig. Stevig. Geef mij d'r nog twee, Kees, om mee te nemen. Het wijffie kan er ook wel eentje gebruiken.'

Zo gaat het toe bij de viskraam als de nieuwe haring er is. De levendigheid duurt maar enkele dagen, dan is het voorbij. Aan Kees tot slot de vraag hoe hij nou werkelijk is, dit jaar?

'U mag het zeggen', antwoordt Kees.

Hiertegen kun je protesteren, maar de visboer heeft gelijk. De nieuwe haring is een ritueel; voor iedereen is hij anders, maar altijd is hij beter dan die van vorig jaar. Dat is de essentie.

De nieuwe haring is een ijkpunt. Hij vertelt hoe je ervoor staat. Beter dan vorig jaar. Hij vertelt dus eigenlijk precies wat je wilt horen, die nieuwe haring.

Een wonderlijk beest.

Meer over