nieuws

Harde klap voor afstandsmoeders: rechter stelt staat niet aansprakelijk voor leed

De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen juridisch verwijtbare fouten gemaakt tegenover afstandsmoeders in de jaren 1956-1984. Dat oordeelde de rechtbank woensdag in een zaak die gedupeerde Trudy Scheele-Gertsen en vrouwenrechtenorganisatie Bureau Clara Wichmann hadden aangespannen tegen de staat.

Abel Bormans
Een rooms-katholieke non leest kinderen voor in het Scheveningse tehuis voor ongehuwde moeders Maris Stella (1955).
 Beeld ANP / Spaarnestad Photo
Een rooms-katholieke non leest kinderen voor in het Scheveningse tehuis voor ongehuwde moeders Maris Stella (1955).Beeld ANP / Spaarnestad Photo

Volgens de rechter staat het vast dat de zogeheten afstandsmoeders dwang hebben ervaren om hun kind af te staan. Die dwang kwam echter door een complex samenspel van maatschappelijke en religieuze verhoudingen, aldus de rechtbank. Er werd, zeker in de jaren vijftig en zestig, anders gedacht over seksualiteit en man-vrouwverhoudingen. Ook speelden niet alleen overheidsinstanties, maar ook private instellingen en individuen zoals ouders, de pastoor of de huisarts, een doorslaggevende rol bij de dwang die vrouwen ervoeren om hun kind af te staan.

De rechter was het niet eens met de landsadvocaat, die betoogde dat de zaak van Scheele-Gertsen zou zijn verjaard. Ook kan volgens de rechtbank niet worden uitgesloten dat in sommige gevallen de Raad voor de Kinderbescherming laakbare fouten heeft gemaakt. Maar op basis van het dossier Scheele-Gertsen en een wetenschappelijke verkenning naar afstand en adoptie – een WODC-rapport uit 2017 – kan niet worden gezegd dat de schuld ligt bij de Raad voor de Kinderbescherming, zo luidde het vonnis.

Scheele-Gertsen was zichtbaar aangeslagen na afloop van de rechtszaak. ‘Wat heb je aan de rechtspraak als de menselijke maat ontbreekt?’ De uitspraak is opnieuw een domper voor afstandsmoeders en -kinderen die strijden voor erkenning van hun leed. Afgelopen november werd het door voormalig minister van Rechtsbescherming Sander Dekker (VVD) geïnitieerde grootschalige onderzoek naar afstand en adoptie al stopgezet. Bij het Aanmeldpunt, waar gedupeerden terechtkonden met hun verhaal, ging van alles mis. Verhalen werden verkeerd opgetekend en er bleek niet vertrouwelijk te zijn omgegaan met informatie.

15 duizend kinderen afgestaan

Trudy Scheele-Gertsen moest in 1968 op 21-jarige leeftijd haar zoontje direct na de geboorte afstaan. Volgens haar was de overheid verantwoordelijk voor het systeem waarin ongehuwde jonge vrouwen geen moeder mochten zijn en uit de ouderlijke macht werden gezet. Tussen 1956 (begin adoptiewet) en 1984 (legalisering abortus) stonden in totaal ruim 15 duizend moeders hun kind af.

Scheele-Gertsen werd destijds door haar ouders naar de Paula Stichting in Oosterbeek gestuurd, een tehuis voor ongehuwde moeders. Ze verzocht de nonnen om haar kind, dat ze Willem Jan zou noemen, te mogen houden. Desondanks kwam in het dossier, dat door de Paula Stichting naar de Raad voor de Kinderbescherming werd gestuurd, te staan dat ze niet voor Willem Jan wilde zorgen. Om te voorkomen dat ze zich aan hem zou hechten, wilden de nonnen haar met een blinddoek om laten bevallen. Ze weigerde dit.

Sociaal-economische omstandigheden

De vraag of de overheid hoofdverantwoordelijk is voor het aangedane leed, is geen eenvoudige. Sociaal-economische omstandigheden – ongehuwde vrouwen hadden zelden een baan of eigen woning – en de heersende moraal beperkten de mogelijkheden van jonge vrouwen ingrijpend. Ook waren het vaak mensen in de directe omgeving van de jonge vrouwen die hen in de armen duwden van tehuizen en de Raad voor de Kinderbescherming.

De advocaat van Scheele-Gertsen, Lisa-Marie Komp, toonde zich verbaasd over het rechterlijk oordeel. Gedurende de periode 1956-1984 stond namelijk zowel in de Nederlandse wet als in de door Nederland ondertekende Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dat ‘moeder en kind recht hebben op bijzondere zorg en bijstand’. Volgens Komp heeft de staat die zorg niet geboden, maar juist actief meegewerkt aan de scheiding tussen moeder en kind. De landsadvocaat bracht daar tegenin dat het niet is bewezen dat de druk op jonge vrouwen van overheidswege werd uitgeoefend.

‘Het is niet uw schuld dat het zo gelopen is’, zei de rechter bij haar slotwoord tegen Scheele-Gertsen. Ook onderstreepte ze dat er meer onderzoek moet komen naar de geschiedenis van afstandsmoeders en -kinderen: ‘Het is van belang dat die stem een plek krijgt in ons maatschappelijk bewustzijn.’ Scheele-Gertsen wil voorlopig nog niet nadenken over vervolgonderzoek, dat dit jaar door een onafhankelijke commissie zal worden voorbereid. ‘Het vertrouwen is broos. Eerst dit even laten bezinken.’