Harde cijfers

Als je maar genoeg verstand van statistieken hebt, kun je elke honkbalwedstrijd winnen. Dat is zo'n beetje de achterliggende gedachte waarmee Billy Beane, manager van de Oakland Athletics, een nieuw team samenstelt nadat de ploeg een deerniswekkende nederlaag heeft geleden en de drie beste spelers zijn weggekocht. Hij huurt statisticus Peter Brand in en laat hem berekenen welke Amerikaanse honkbalspelers het langst in het veld kunnen blijven. Die mensen moet hij hebben, ongeacht of ze wel een bal kunnen raken, als een eend van het ene honk naar het andere waggelen of hun vrije tijd het liefst gokkend en zuipend doorbrengen. Geen wonder dat Beanes gepokte en gemazelde adviseurs denken dat hij gek geworden is, maar zoals het in een echte sportfilm hoort, zet hij door. Ook als hij het zelf nauwelijks nog ziet zitten en het maar een rare, misschien wel onmogelijke combinatie blijft: topsport en droge cijfers.

Moneyball bevat alle klassieke ingrediënten van het sportgenre, en toch weten regisseur Bennett Miller, scenarist Aaron Sorkin en de geweldige cast er iets speciaals van te maken. Miller houdt het kalm waar anderen voor bombast zouden kiezen en eigenlijk weet je nooit zeker of de verplichte euforieclimax, waarin alle spelers elkaar in slowmotion omhelzen, nog wel gaat komen. Brad Pitt, die de film ook produceerde en in vrijwel elke scène iets eet of drinkt, is erg goed als Beane; als ex-honkballer verbitterd, als manager bikkelhard en monomaan, en buiten kantoor zo bijgelovig dat hij tijdens wedstrijden het veld niet op durft. Zijn aanwezigheid, denkt hij, brengt alleen maar pech. Gebaseerd op ware gebeurtenissen; voor de statistische aanpak van honkbal bestaat zelfs de mooie, zeer wetenschappelijk klinkende term sabermetrics, bedacht door schrijver, historicus en statisticus Bill James.

Moneyball (Bennett Miller, 2011)

RTL 7, 20.30-23.15 uur.

In Bruges

(Martin McDonagh, 2008) Dikke mensen, kleine mensen, Belgen, Amerikanen - de Britse toneelschrijver Martin McDonagh spaart bijna niemand. In Bruges, McDonaghs debuut als speelfilmregisseur, blinkt uit in beledigende zwarte humor, en Brugge, de stad waar hij de film opnam, komt er nog het slechtst vanaf. De hevig vloekende Ierse huurmoordenaars Ken (Brendan Gleeson) en Ray (Colin Farrell) zijn door hun baas naar Brugge gestuurd om onder te duiken. Terwijl Ken opgewekt de toerist uithangt, ervaart de jongere Ray de stad als de hel op aarde. 'Als ik een achterlijke boerenzoon was, zou Brugge misschien indruk op me maken. Maar dat ben ik niet, dus dat doet het niet.' Foute Belgenmoppen zijn hier net zo vanzelfsprekend als de racistische tirade van een acterende dwerg. Het sterke spel en het slimme scenario maken In Bruges tot een geslaagde, zelfbewuste gangsterfilm.

RTL 7, 23.15-1.30 uur.

Cold Creek Manor

(Mike Figgis, 2003) De Britse cineast Mike Figgis (Leaving Las Vegas) maakte misschien wel evenveel mislukte als gelukte films. De moeite waard zijn ze desondanks vaak. Al moet deze met clichés doorspekte mystery-thriller het vooral hebben van een degelijk spelende sterrencast (Sharon Stone, Dennis Quaid, Juliette Lewis, Stephen Dorff, een nog puberende Kristen Stewart). Ook het camerawerk en de muziek zijn keurig in orde, maar het verhaal over een New Yorkse familie die verhuist naar een eng landhuis, rammelt net iets te veel.

BBC1, 1.15-3.05 uur.Kevin Toma

undefined

Meer over