Hänsel verbluft met kleine mooie film

De kleine landen hebben in Cannes een eigen onderkomen. Zij delen, achter het festivalpaleis, een grote tent, waar het ook buiten het dagelijkse happy hour gezellig is, ook al is de rol van deze ukkies op het festival net zo marginaal als die van de voetbalclub Den Bosch in de...

PETER VAN BUEREN

Van onze verslaggever

Peter van Bueren

CANNES

De Nederlandse stand krijgt behalve van landgenoten veel aanloop door de provocerende poster van Theo van Goghs 06 ('No Sir, the masturbating lady you can not see in the movie'), maar bij de buren is meer reden tot zaken doen. België vertoont hier zes nieuwe films, is in diverse officiële programma's vertegenwoordigd, en heeft zelfs een film in de competitie. Nog sterker, Between the Devil and the Deep Blue Sea van Marion Hänsel is wat mij betreft op de vijfde dag van het festival de eerste film in de competitie die echt de moeite waard is.

Between the Devil and the Deep Blue Sea speelt in Hongkong, waar Hänsel een paar jaar geleden het plaatselijke festival bezocht. Ze werd verliefd op de stad en kreeg vlak daarop een kort verhaal van de Griekse schrijver Nikos Kavvadias in handen, dat perfect paste bij haar verlangen in Hongkong een film te maken. Het grootste probleem was de filmrechten te verwerven bij de erfgenamen van de overleden schrijver. Pas toen dat na twee jaar zeuren lukte, kon Hänsels droom verwezenlijkt worden.

Met de te verwachten positieve reacties in Cannes zou de talentvolle regisseuse eindelijk eens een groter publiek kunnen bereiken dan met haar vorige films, waarvan Le lit en Dust de bekendste zijn .

In de haven van Hongkong ligt een schip voor anker. Het wordt verkocht en de bemanning moet een paar dagen wachten op de uitbetaling van de gage. De kapitein (een mooi rolletje van Adrian Brine) laat zich vollopen met alcohol, laat voor de jongens een scheepje hoeren komen, en brengt uit de stad een poesje mee voor de wat verdrietige en aan opium verslaafde radiotechnicus Nikos. Deze laatste krijgt nog een ander geschenk. Een tienjarig meisje, met haar baby-broertje op de rug, biedt zich aan als verzorgster. Zij is niet weg te slaan en Nikos houdt haar maar. Tussen die twee groeit in een paar dagen een soort vader-dochter relatie, waarbij de achtergronden van zowel de zeeman als het meisje stukje bij beetje onthuld worden, en zij samen tot de conclusie komen dat het leven draait om één ding: verantwoordelijkheidsgevoel.

Een mooi gegeven. Marion Hänsel heeft het heel precies uitgewerkt in een kleine gevoelige film, die af en toe wat 'trekt' in de ontwikkeling van het verhaal, maar zowel in zijn psychologische inhoud als in de sterke vormgeving zeer geslaagd is. Van zo'n niveau zijn in Nederland de laatste tijd weinig of geen films gemaakt.

Een van de lijnen in het programma van dit 48ste festival is de aandacht voor jonge regisseurs die vertellen over jonge mensen van nu. Honderd jaar film, hoe staat het er voor, hoe ziet de toekomst er uit - dat soort gedachten ligt daaraan ten grondslag.

De films die in dit kader passen vallen tot nog toe niet mee. Uit de Spaanse bijdrage Historias del Kronen was te vernemen dat ook in Madrid de jongelui van tegenwoordig in een constante onledigheid verkeren, wat in het rond neuken, zuipen, aan de drugs zijn en gevaarlijke spelletjes doen. En in Parijs, zo leerde de Franse film Le plus bel age. . ., gaat het er al net zo aan toe.

De boodschapjes zijn verpakt in slechte, gladde en oninteressante films van regisseurs die eens zouden moeten luisteren naar Wim Wenders. De Duitse regisseur, die zich weliswaar de laatste jaren helaas steeds meer ontpopt als een dominee wie het ere-lidmaatschap van de Evangelische Omroep niet zou misstaan, verraste in Cannes met een kleine tussendoor-film, Lisbon Story, die even weer de oude Wenders liet kennen.

Lisbon Story is verre van een meesterwerk, maar wel een aardig avontuurtje dat nog het best omschreven kan worden als een cinematografisch essay over onder meer de vraag wat film is. Een geluidsman wordt gevraagd naar Lissabon te komen om te helpen bij een documentaire over die stad. De regisseur is niet thuis, en blijkt later beelden van Lissabon te maken met een camera die hij willekeurig op allerlei plaatsen neerzet of op zijn rug bindt.

Zijn stelling is dat iemand die met een camera voor zijn ogen de werkelijkheid wil vastleggen deze werkelijkheid per definitie manipuleert: hij legt alleen vast wat hij zelf ziet of wil zien. Wenders stelt daar tegenover dat je met een camera op de rug helemaal niets ziet en juist goed moet kijken: ogen open, koppie erbij en je gevoel laten meespelen.

Het lijkt een open deur, zeker in de, met name aan het eind, net even te uitleggerige toon van Lisbon Story, maar voor menig regisseur blijkt het een les te zijn die kennelijk te moeilijk is. Wenders zelf en Marion Hänsel zijn helaas uitzonderingen.

Meer over